studio Earth Potentials/Arie van Herpen

ecologische kunst/visuele communicatie | concepten | teksten | projecten



Cammingha Hof: The Yard is Art
Cammingha Hof* is de homesite (thuisbasis-biotoop-werkplaats) van EP/AvH. De hof is in de loop van de jaren uitgegroeid tot een 3 ha. groot conceptueel kunstwerk; het is een leef- en gebruiksruimte die gebaseerd is op symbiotische natuurbenadering.
Het basisconcept berust op een economisch principe: dynamiek door ordening. Door de ordening van biomassa en ruimte is een gevarieerd landschap ontstaan met een diversiteit aan microklimatologische omstandigheden waarin een veelsoortige flora en fauna kan gedijen. Er vindt een soortenrijke verdichting plaats. Gebruikselementen – zoals wandelgangen, boomgaardjes en nutstuinen, geriefhout en recreatieve ruimten – leveren een essentiële bijdrage aan dit proces.
Cammingha Hof is een ideaal-biotoop, een zich gaandeweg ontwikkelend wenslandschap waarin geleefd wordt. De – vaak nadrukkelijk aanwezige – fauna is een belangrijk belevingsaspect. De hof kan gezien worden als een autonome entiteit die in een symbiotische relatie verkeert met haar bewoners, die er beschutting en voedsel vinden.

Als kunstwerk benadrukt Cammingha Hof de waarde van particuliere inbreng voor de instandhouding, reconstructie of vorming van natuurrijke cultuurlandschappen waarin cultuurgebonden biodiversiteit een kenmerkend element is.

* de hof is, vanaf 1976, door Arie en Manja van Herpen aangelegd en ontwikkeld op het voormalige Cammingha State terrein te Ferwert (Frl.); de hof is slechts incidenteel – op uitnodiging – opengesteld.



Cammingha Hof – A Place to Hide




Cammingha Hof – Home Fruits




Satisfaction





Foto's copyright ©2005 Arie van Herpen




Ecoterpen concept

Ecologisch functionele woonstructuren in rurale gebieden.

www.nelk.nl/ecoterpen.htm
http://www.nelk.nl/ecoterpen.htm

Een pleidooi voor nieuwe woonmogelijkheden in landelijke gebieden

Nieuwe woongelegenheid in landelijke gebieden lijkt een onbespreekbaar item. Maar waarom? Als gevolg van talloze saneringen en ruilverkavelingen is het buitengebied ontvolkt geraakt en ontdaan van nagenoeg alle kleinschalige elementen. En met die kleinschaligheid verdween ook de ecologische diversiteit van het eeuwenoude cultuurlandschap. Voor herstel van deze (cultuur volgende) flora en fauna is bewoning van elementair belang.
In een poging nieuwe woonvormen bespreekbaar te maken heb ik voor het NELK (Netwerk Landelijke Ecologische Kernen) een concept geformuleerd, waarin de vergunning voor nieuw te stichten woon- (c.q. woon/werk-) gelegenheid wordt gekoppeld aan voorwaarden die ecologische meerwaarde garanderen. Omdat deze woongelegenheden een wijkplaats zullen vormen voor bedreigde flora en fauna, is gekozen voor de aanduiding ecoterpen; ecologische cultuurontwikkelingseenheden is een mooi ambtelijk equivalent.
Door verschillende provincies is (indertijd) redelijk positief op het concept gereageerd; stichting van ecologisch functionele woongelegenheid in landelijke gebieden lijkt op een aantal plaatsen bespreekbaar.
De belangrijkste hindernissen zullen op gemeentelijk niveau worden aangetroffen. In vrijwel alle landelijke gemeenten is de agrarische lobby overheersend in de politiek vertegenwoordigd. Dat is traditioneel zo gegroeid, maar in deze tijd staat de grote invloed van het boerenestablishment niet meer in verhouding tot hun aantal en de economische betekenis van de sector. Om tot een werkelijke verbetering van de leefbaarheid in landelijke gebieden te komen zal deze agrarische hegemonie doorbroken moeten worden.



Arie van Herpen



Revitalisering van landelijke gebieden door het Ecoterpenconcept

'Verrijking van landelijke gebieden met een grote ecologische diversiteit, gekoppeld aan nieuwe economische impulsen.' Deze schijnbaar tegenstrijdige doelstelling is volgens het Ecoterpenconcept door particulieren (zonder gemeenschapsgelden) te realiseren: een beleidswijziging is al wat nodig is.



Inleiding: het moderne platteland

Landelijke gebieden hebben sinds de jaren vijftig een dramatische verandering ondergaan als gevolg van steeds verdere saneringen, verkavelingen en rationalisering van de landbouw. Voor nieuwe bewoning zijn landelijke gebieden taboe verklaard. Aan deze ontwikkeling danken we het landschap zoals we het nu kennen: monotone agrarische industriegebieden met giftige gronden en dode sloten. De nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen weerspiegelen de efficiënte bedrijfsvoering. 'Hier heerst de techniek; hier moet verdiend worden; hier wordt – als het maar even kan – afgerekend met alles wat de bedrijfsresultaten ongunstig kan beïnvloeden.'



Verloren landschapselementen

Wanneer we analyseren wat er mis is gegaan met de leefbaarheid van onze landelijke gebieden, dan zien we dat vrijwel alle gebruiksvormen die van oudsher een specifieke flora en fauna konden herbergen, uit het landschap verdwenen zijn. Boomgaardjes, hooibergen, houtwallen, windsingels, hakhoutbosjes en knotboomcultures werden, tot in de jaren vijftig, algemeen in het landschap aangetroffen. Ook de boerderijen hadden een andere structuur dan de bedrijven die we nu kennen. Bewoners van het landelijk gebied waren tot voor kort in hun voedselbehoefte goeddeels zelfvoorzienend. Een boerenerf zonder kippen en ander kleinvee was vrijwel ondenkbaar; een flinke moestuin en fruitbomen waren vanzelfsprekend. Daarnaast was er stookhout en materiaal voor bonenstokken, hooiruiters en gereedschapstelen, dat werd gewonnen uit boomwallen en hakhoutbosjes. Kortom: er was een scala aan kleinschalige voorzieningen dat zorgde voor een boeiend en afwisselend landschap.
Ook in ecologisch opzicht! Veel vogelsoorten, kleine zoogdieren, amfibieën, insecten en wilde planten vonden er een geschikte leefomgeving. Een aantal van deze soorten zijn 'cultuurvolgers': plant- en diersoorten die zich hebben aangepast aan menselijke bewoningspatronen. Om deze soorten nieuwe kansen te geven is herstel van kleinschalige cultuurelementen noodzakelijk.



Particulier ecologisch initiatief

De huidige natuurbeleidsplannen richten zich op het stichten van natuurgebieden en het conserveren en herstellen van nog redelijk bewaard gebleven cultuurlandschappen en ecologische hoofdstructuren. Het opnieuw introduceren van kleinschalige cultuurelementen in het landschap, vooral in gebieden waar vrijwel alle natuurwaarden verloren zijn geraakt, is nauwelijks een item. Voor particuliere inbreng is in de beleidsplannen weinig ruimte. Dat is een ernstig gemis!
Er is een groot potentieel aan milieubewuste, gemotiveerde particulieren, die vorm willen geven aan een ecologisch integere leefwijze, maar daar nauwelijks gelegenheid toe krijgen. Wonen in landelijke gebieden is binnen het huidige beleid slechts weggelegd voor een 'happy few'. Door het schaarse aanbod zijn bewoonbare objecten op een ruim perceel voor gemiddelde inkomens onbetaalbaar geworden.
Wanneer, binnen een regeling die een duurzame ecologische meerwaarde garandeert, (betaalbare) ruimte voor bewoning wordt geboden, kan een groot potentieel aan particuliere arbeidsinzet benut worden voor het revitaliseren van ons cultuurlandschap.



Het potentieel

Veel mensen die 'buiten' willen wonen, hebben daar motieven voor die we zouden moeten koesteren. Want wat zijn de wensen?

'...Wonen in een natuurlijker omgeving; ruimte voor een flinke moestuin en wat fruitbomen; een melkgeit of ander kleinvee; een grote natuurlijke tuin; tuinieren; hobbyen; genieten van de natuur; ruimte om de kinderen te laten spelen; creatief kunnen werken in een inspirerende omgeving; een (hobby) kwekerijtje beginnen of een ecologisch bedrijfje; zelf een eigen natuurgebiedje aanleggen; ...'

Ons landschap snakt naar dat soort activiteiten! Zo zullen immers weer tal van kleinschalige cultuurvormen ontstaan die tegenwicht kunnen bieden aan de ecologisch onleefbare monotonie van het moderne agrarisch bedrijf.

Wanneer tegen betaalbare (agrarische grond) prijzen ruimte geboden wordt aan alternatieve woonvormen in landelijke gebieden, zal daar een grote belangstelling voor blijken. Bijvoorbeeld van vijftigplussers die gaandeweg uit het arbeidsproces raken en zich, financieel onafhankelijk, kunnen vestigen in economisch minder florissante gebieden. Of juist van jongeren die al hun energie willen geven aan het opbouwen van een milieuvriendelijke kwekerij of een ambachtelijk bedrijfje. Daarnaast zijn er tal van beoefenaars van vrije (al dan niet kunstzinnige) beroepen die niet aan een vestigingsplaats gebonden zijn en affectie hebben met wonen in het landelijk gebied. Zeker in de nabijheid van steden zal de belangstelling groot zijn.



Het Ecoterpenconcept

Om te garanderen dat het toelaten van nieuwe woonvormen in landelijke gebieden een duurzame ecologische verbetering bewerkstelligt, is een aangepaste regelgeving nodig. De hoofdzaken zijn hier in een ontwerpconcept weergegeven.
De naam Ecoterpen is gekozen omdat daarmee de doelstelling bondig wordt samengevat. Je kunt ook spreken van Ecologische Landelijke Kernen of Ecologische Cultuurontwikkelings Eenheden.
De basis van het Ecoterpenconcept kan als volgt worden samengevat: Het toekennen van een vergunning voor nieuw te stichten woongelegenheid in landelijk gebied, moet worden gekoppeld aan ontwikkeling van natuur en het duurzaam beheer daarvan. Om blijvende betrokkenheid te garanderen dienen de percelen in eigendom verworven te kunnen worden.



Perceelgrootte

Als basis moet worden uitgegaan van zeer ruime percelen waarvan een vast percentage de bestemming 'natuur' krijgt. De percelen zouden niet kleiner moeten zijn dan 7500 vierkante meter. Aan 25% van het oppervlak zal een permanente natuurbestemming moeten worden gegeven; voor dit natuurdeel lijkt aanplant met streekeigen houtige gewassen (bebossing) de meest wenselijke inrichting.
Het formaat van de percelen is belangrijk, omdat de ruime afmetingen plaats kunnen bieden aan hoogstamboomgaardjes, hagen, hakhoutsingels, laanbomen en andere klassieke landschapselementen. Grotere percelen zullen de bewoners dwingen tot een extensiever gebruik en onderhoud. Er zullen 'vergeten' hoekjes ontstaan en weinig betreden plaatsen zodat vogels en kleine zoogdieren daar een rustig onderkomen kunnen vinden. Daarbij geeft een groter oppervlak ook mogelijkheden tot eigen waterbeheer, zodat er slootjes en poelen kunnen ontstaan die niet in verbinding staan met het te voedselrijke en vervuilde water uit de omgeving.



Bouwvolume

Het bouwvolume (grootte van het bouwblok - woonvolume in kubieke meters) dat wordt toegestaan moet in relatie staan tot de perceelgrootte. Daarbij dient een duidelijk onderscheid gemaakt te worden tussen verwarmbare woon/werkvolumes en onverwarmde schuren, kasjes, afdaken, bergingen of hokjes; voor deze laatste categorie van bouwsels dienen ruime mogelijkheden te worden geboden. Er mag uitsluitend met milieuvriendelijke materialen worden gebouwd; het aanbrengen van diervriendelijke voorzieningen (zwaluwpannen; spouw met opening voor vleermuizen; invliegopeningen voor uilen; etc.) dient te worden gestimuleerd.



Voorzieningen

Voor een acceptabel wooncomfort zijn elektriciteit- en watervoorziening noodzakelijk. Deze voorzieningen zijn al fijn vertakt in onze infrastructuur aanwezig, zodat dit nauwelijks een probleem kan vormen. Aansluiting op riolering is onnodig en zelfs ongewenst. Door de ruime perceelgrootte is het niet moeilijk gebruik te maken van bijvoorbeeld composttoiletten en rietfilters. Een dergelijke voorziening dient dan gewoon aan de algemeen geldende voorschriften te voldoen. Het voordeel van een eigen voorziening is, dat dit dwingt tot verstandig handelen; niet in de laatste plaats vanwege de verplichting tot sanering bij aangetoonde vervuiling. Afwezigheid van aardgasleidingen kan door tankgas worden opgevangen; door de draadloze netwerken is telecommunicatie zonder bekabeling mogelijk.



Gebruik

Als toegestane gebruiksvormen van de percelen kunnen worden aangemerkt: alle denkbare ecologische teelten en cultures, zowel voor eigen gebruik als kleinschalig commercieel, en alle vormen van milieuvriendelijk hobbytuinieren. Op het vrij te gebruiken perceeldeel mogen uitsluitend gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt die algemeen zijn toegestaan bij ecologische teelten. Op het natuurgedeelte mogen in het geheel geen middelen worden gebruikt.
Het houden van huisvee als hobby en/of voor zelfvoorziening: het toegestane aantal dieren per oppervlak dient gebonden te zijn aan een quotering die overbemesting uitsluit; het natuurgedeelte telt niet mee voor dit quotum.
Als gebruik van woning en opslag of werkruimten kan worden toegestaan: particuliere bewoning in combinatie met het al eerder genoemde gebruik van het perceel; uitoefening van vrije (kunstzinnige) beroepen en niet-vervuilende (ambachtelijke) bedrijfjes.



Bouwstijlen & experimenteel bouwen

Experimenteel bouwen en wonen zal, daar waar het landschappelijk geen weerstanden ontmoet, zoveel mogelijk moeten worden toegestaan. Zonnehuizen, aardwoningen, huizen met levende daken, organische vormen: in principe moet alles kunnen mits het ecologisch verantwoord is.
Voor bewoners die over een gering startkapitaal beschikken moet het mogelijk zijn met een eenvoudig groeicasco te beginnen. Algemeen maatschappelijke opvattingen over een vereist geacht minimaal wooncomfort mogen niet leiden tot betutteling. Door ruimte te bieden aan eigen initiatief en opvattingen kan zo, ten opzichte van diverse woonvormen, een waardevol referentiekader ontstaan. En bovendien een boeiend landschap dat door vernieuwende woonvormen een extra dimensie krijgt.



Vormgeving terreinen

Met de aanwijzing van het verplichte natuurgedeelte (1/4 van het terrein) ontstaan mogelijkheden tot gestuurde landschappelijke vormgeving. Hiervoor zouden een aantal met elkaar harmoniërende basisconcepten ontworpen kunnen worden. Zichtassen vanaf de weg naar de woningen garanderen een levendig kijkspel.
Door de terreinen van een gedifferentieerd profiel te voorzien ontstaat een gevarieerder biotoop. Een geaccidenteerd terrein legt visuele nadruk op de Ecoterpfunctie. Uitholling van het terrein kan bevorderlijk zijn voor een schone 'eigen' waterhuishouding.



Planologie

Door brede zones langs landweggetjes te bestemmen voor Ecoterpen, ontstaan gevarieerde cultuurstroken die belangrijke corridors kunnen vormen voor de ecologische structuur. Linten Ecoterpen lenen zich niet alleen uitstekend als overgang van stedelijk gebied naar het agrarische landschap. Als buffer langs natuur- en waterwingebieden zullen Ecoterpen een onmiskenbare bijdrage zijn aan de natuurlijke diversiteit van het landschap. Her en der verspreid staande Ecoterpen, variërend van het minimumformaat tot kleine landgoederen, verhogen de leefbaarheid en belevingswaarde van het landelijk gebied.
Wanneer het Ecoterpenconcept wordt ingepast in de huidige bestemmingsplannen voor buitengebieden – in het bijzonder in de kernrandzones in het bestemmingsplan buitengebied – verschaft de overheid zich een instrument om, zonder stichtings- en onderhoudskosten, waardevolle elementen aan ons landschap toe te voegen.



Kosten

Een van de grondslagen van het Ecoterpenconcept is de betaalbaarheid. Aangeboden als 'bouwgrond' worden omvangrijke percelen snel voor velen onbetaalbaar. Kavels voor Ecoterpen (ecologische cultuurontwikkelingseenheden) zouden tegen reguliere agrarische grondprijzen verkocht moeten worden. Zo moet het mogelijk zijn om een hectare te verwerven voor gemiddeld f 30.000,-- en er een eenvoudige basisvoorziening op neer te zetten (b.v. schuur met woonunit) voor ± f 50.000,--. Wanneer daar de kosten voor grondwerkzaamheden en beplanting van het natuurgedeelte (± f 5.000,--) bijgeteld worden, zijn de stichtingskosten voor de bewoner ongeveer f 85.000,--. Ook voor lagere inkomens is dit een leenbaar bedrag. Zo'n formule biedt tevens overlevingskansen aan nieuw te stichten ecologische bedrijfjes op wat grotere percelen.


[NB: De gememoreerde bedragen – in guldens – zijn gebaseerd op het prijspeil van 1996 en kunnen inmiddels als euros gelezen worden]

Economische effecten

Nieuwe bewoners zijn voor landelijke gebieden altijd belangrijk. Zeker wanneer linten Ecoterpen gepland worden in dunbevolkte agrarische gebieden, zal dit een gunstig effect hebben op de lokale voorzieningen. De vestiging van kleinschalige ecologische bedrijfjes zal dit effect nog extra versterken.
Door ecologische cultuurontwikkelingszones (ecoterpenstelsels) zullen landelijke gebieden aan belevingswaarde winnen en worden kansen geboden aan kleinschalig cultuurtoerisme.



Conclusie

Het klassieke kleinschalige cultuurlandschap is vrijwel verdwenen en zal in de oude vorm nooit meer terugkeren. Daarvoor is de aard van het agrarisch bedrijf te veel veranderd, en is ook onze maatschappij te veel veranderd.
Het Ecoterpenconcept biedt een eigentijdse oplossing om – voor een ecologische samenhang noodzakelijke – kleinschalige elementen in ons landschap te herintroduceren: er ontstaat winst aan leefbaarheid en natuur; winst voor nieuwe bewoners die zo gelegenheid krijgen een bevredigende en duurzame leefwijze te realiseren en winst voor de lokale gemeenschap.



Naschrift

Het ecoterpenconcept is ontwikkeld voor het NELK (Netwerk Ecologische Landelijke Kernen/www.nelk.nl) en is 4 maart 1967 aangeboden aan de voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, mw. Versnel-Schmitz.


©1996-2007 Arie van Herpen. Overname met bronvermelding is toegestaan.