Louis G. Le Roy: invloedrijk en onbekend  3.0
Beknopte chronologie  3.1
Oeuvre  3.2
Exploitatie v. ecologische processen  3.3
 

3 Louis G. Le Roy: invloedrijk en onbekend



Louis Le Roy (1924) is een fenomeen, een Einzelgänger, die wars van stromingen of trends meer dan een halve eeuw aan zijn projecten werkt; projecten die er op gericht zijn ons tot een betere relatie met de natuur te brengen. Zijn concepten en projecten zijn een aanzet tot complexe ecologische processen die zich in ruimte en tijd ontwikkelen. Nu, in 2005, werkt Le Roy immer en onverdroten aan die aanzet voort, de thema's zijn dezelfde als die hij ruim vijfenvijftig jaar geleden tot de zijne maakte: symbiotische interactie tussen mens en natuur en ecologische processen (complexiteit) in ruimte en tijd.

Le Roy - Ecokathedraal Mildam

Bij de aanvang van zijn huidige project, de Ecokathedraal in 1983, heeft Le Roy zich daarbij de vraag gesteld hoeveel één mens teweeg kan brengen met zijn 'vrije energie'36. Zo'n twintig jaar verder, kan Le Roy's bewijs voor de creatieve daadkracht van de individuele mens op basis van zijn vrije energie, indrukwekkend worden genoemd.


Le Roy verwerft in de vroege jaren zeventig grote, en al snel internationale, bekendheid met zijn 'wilde tuinen' en met zijn eerste boek Natuur uitschakelen – natuur inschakelen. Hij ontsluit daarmee het ecologisch (natuurlijke complexiteit bevorderend) tuinieren voor een breed publiek.

Le Roy is charismatisch en omstreden; hij is vooral gekoesterd in linksgroene kringen waar een 'LeRoy-tuin' een staande omschrijving is voor een specifiek type ecologische tuin. Ook in de wereld van het openbaar groen (planologie, gemeentelijke plantsoenendiensten, etc.) bewerkstelligen de ideeën van Le Roy een paradigmaverschuiving.

Rob Leopold zegt Talloze mensen werden diepgaand aangestoken door Le Roy's archetypische appèl. 'Ich muss mein Leben ändern' had Rilke ooit gezegd, en velen gaven aan de poëzie gehoor. En al zijn de brandnetels niet verdwenen, en gingen de meesten later toch weer over tot de orde van de dag, in hun hart zullen ze die Heerenveener altijd dankbaar blijven. Heel even zijn ze echt een anarchist geweest. En dat is onder de tegenwoordige omstandigheden zo'n beetje het allerhoogste wat je in je leven kunt bereiken. Of velen de finesses van Louis' visioen begrepen hebben kan betwijfeld worden, maar daar ging het ook niet om. Ze hebben allemaal althans hun eigen weg gevolgd. […] De kunstenaar, niet als objectverschaffer, maar als katalysator, zelf niet wetend waar zijn actie nog toe leidt. Hij kan alleen zo hier en daar een áanzet geven, en verder blijft de toekomst duister, en blijven koeien almaar hazen vangen. Als ik het goed begrijp, is dat precies zoals Le Roy het ziet.37


Ook internationaal wordt Le Roy gezien als een van de grondleggers van het 'ecologisch tuinieren'. In zijn overzichtswerk Nature and Ideology - Natural Garden Design in the Twentieth Century38 schetst Joachim Wolschke-Bulmahn de opvattingen in Duitsland over de rol van Le Roy: voor Eike Schmidt, landschapsarchitect en van 1973 tot 1984 hoofdredacteur van het Duitse vakblad Garten + Landschaft, is Le Roy de geestelijk vader van de natuurtuin, of het idee daarvoor; in een voorstel voor een Duits Tuin(en) Museum, gesteund door beroeps- en belangen organisaties in de landschapsarchitectuur, dateren de auteurs het begrip 'natuurtuin' aan de hand van de datum van de eerste publicatie van Le Roy's Natuur Uitschakelen – Natuur inschakelen in 1973.


Nigel Dunnett zegt in zijn publicatie Artistic ecology39: Recent developments in natural gardening in the Netherlands represent an exiting future for wildlife gardening, where art is applied to ecological ideas to produce gardens with real meaning and purpose:

…the use of rubble and other recycled materials – bricks, old paving slabs and tiles – piled into stacked structures, is common in Dutch nature gardens. In a country with little or no outcrops of bedrock, it is a straightforward way of creating informal rock gardens and stony landscapes, and fits well with ecological ideas of reducing waste. It stems from the anarchistic gardening ideas of Louis Le Roy who, during the 1970s, encouraged people to take over public space and create a new sort of 'urban wilderness'with tipped and stacked recycled waste materials, woodlands of mixed native and garden trees, and foodproducing gardens as alternatives to the usual manicured parks.

Hoewel Le Roy met zijn concepten tot de voorlopers van de ecologische kunst gerekend moet worden - hij lijkt daarbij modellen zoals we zien bij activist environmental art en community arts (simultaan?) te hebben uitgevonden, of op zijn minst avant la lettre te hebben toegepast - is hij in de wereld van de gerenommeerde Beeldende Kunst een onbekende. Die onbekendheid lijkt verklaarbaar: Le Roy heeft zich van stond af aan opgesteld als eenling die nooit deel heeft willen uitmaken van het gangbare kunstcircuit. Daarbij was/ is zijn houding ten opzichte van veel kunstuitingen denigrerend: Le Roy neemt geen blad voor de mond, bedrijft geen politiek, heeft lak aan de geldende mores en wordt door de kunstwereld waarschijnlijk liever genegeerd.

In hoeverre zijn denkbeelden (in ecologisch -, cultuurfilosofisch - en artistiek opzicht) door andere kunstenaars zijn geabsorbeerd is moeilijk na te gaan, maar gezien de overvloedige media-aandacht die hij in de vroege jaren zeventig krijgt, en de commotie die zijn gedachtegoed daarbij veroorzaakt, mag zijn denken en werken -zeker in die periode- als bekend worden verondersteld. Zo verschijnt er in 1971 in Plan (Maandblad voor ontwerp en omgeving) een uitgebreid interview40 dat in eigen kring veel reacties oproept en besteedt TA/BK (Nederlands-belgies tijdschrift voor architektuur en beeldende kunsten) in 197241 ruim (24 pagina's) aandacht aan het (televisie-) debat over 'De Stellingen van Louis Le Roy'.


Le Roy - Moeno

Le Roy's huidige project, dat zich inmiddels ook over decennia uitstrekt, de Ecokathedraal [kathedraal wordt door L.R. gebruikt als metafoor voor een project dat zich over meerdere generaties uitstrekt] is een blauwdruk voor een symbiotische 'dubbelstad' [aanvankelijk sprak hij van tegencultuur of tegenstad].

Het is een project dat zich, in ruimte en tijd, tot een hoogcomplex organisch netwerk zal ontwikkelen; handmatige menselijke arbeid (vrije energie) fungeert hierbij als katalyserende factor. Het ecokathedraalconcept nodigt uit tot participatie: dat is een principiële stellingname - Le Roy wil de bevolking de zeggenschap over de eigen omgeving teruggeven - die bij zijn andere projecten steevast tot commotie heeft geleid.

De queeste van Le Roy richt zich op de expansie van ecologische complexiteit in ruimte en tijd. Tijd is daarbij zijn grootste hinderpaal: nergens waar Le Roy zijn ideeën tot ontwikkeling wil/ kan brengen wordt hem die (onbeknotte) tijd gegund. De tijdschaal waarin Le Roy zich voegt, is dan ook een andere dan de vigerende: waar Le Roy met zijn werken een complexiteit van processen -die zich in een continuüm over generaties moeten ontwikkelen- een start geeft, verwacht de wereld om hem heen een 'eindresultaat'. Juist dat fenomeen 'eindresultaat' is iets waar Le Roy nadrukkelijk afstand van neemt. In zijn essay Louis Le Roy und seine lustigen Streiche42 zegt Gerrit Confurius hierover: Damit jagt er den Bürgermeistern den grössten Schrecken ein. Ein Grundstück für 2000 Jahre zuzusichern, wer kann das schon, bei einer vierjährigen Amtszeit. Und dann soll es sich selbst überlassen bleiben. Wer soll all die zahllosen Beschwerden von unbekannt bearbeiten.

Bei anfänglichem Interesse hat man in der Regel sehr bald einen Rückzieher gemacht: so geschehen in Groningen, in Clergy-Pontoise, in Hamburg, Bremen, Oldenburg, Eindhoven, Kassel, Berlin, Braunschweig, in einigen Städten der Schweiz.




 

3.1 Beknopte chronologie



Louis Guillaume Le Roy wordt geboren op 31 oktober 1924 te Amsterdam; hij is de jongste van vijf zonen uit twee huwelijken. In de jaren dertig verhuist het gezin naar Den Haag. In die crisisjaren wordt er meermalen verhuisd, uiteindelijk van een driehoog-woning naar een huis aan de rand van de stad. Een beschrijving van de zolderkamer van zijn broer toont waarschijnlijk de bron van de fascinaties van Le Roy: Mijn jongste halfbroer – tien jaar ouder dan ik – [...] had de zolderkamer voor hem alleen weten te bemachtigen om er een teruggetrokken leven te kunnen leiden. [...] Een geheimzinnige kamer met anatomische tekeningen tegen de schuin oplopende dakwanden, daartussen opgeprikte vlinders en bizarre kevers, met rugschilden samengevouwen onder bontgekleurde speldenknoppen. Werktafels overdekt met herbariumbladen, stapels tekeningen en enkele tekenborden waarop plantentekeningen, in verschillende maten, in bewerking waren. Gemberpotten met bossen scherp gepunte potloden of zachtharige penselen. Glaswerk leeg of gevuld met gedroogde bloembouquetten. Geen rariteiten kabinet, maar meer de werkkamer van een humanistische geleerde, naarstig op zoek naar de oorsprong van ons bestaan.43

Later verhuist het gezin naar Deventer. De belangstelling voor natuur neemt hier, ook door de invloed van zijn broer die in Deventer naar de Koloniale Landbouwschool gaat, vastere vormen aan. Hij komt in Deventer ook in contact met Klaber, een kunstverzamelende bakkersknecht, die een deel van zijn collectie bij particulieren heeft ondergebracht. Louis ontwikkelt een band met Klaber (ex-gymnasiast, Joods): ... Mannetje Klaber, die er maar sjofeltjes bij liep, zou de man worden die mij zou aanmoedigen om de weg in te slaan die zou leiden naar het kunstschildersvak.Na de kat uit de boom gekeken te hebben en er op vertrouwend dat hij ons inmiddels een beetje had leren kennen bracht hij voor mij een doos schildersmaterialen mee – 'Om eens wat te proberen'– en er kwamen wisselende hoeveelheden schilderijen van Klaber in het huis. Louis neemt op zijn vijftiende het besluit naar de kunstacademie te willen. Die motivatie geeft hem vleugels, na de mulo volgt hbs-b, waarvan hij in 1945 het diploma haalt.

Le Roy heeft zich in die Deventer periode gevormd: hij schildert, verzamelt in de oorlogsjaren kunstboeken (met tabaksbonnen als ruilmiddel), en is lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie en van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging.
Qua opvattingen voelt hij zich het meest verwant met de progressief socialistische stromingen uit die tijd. Hij ontwikkelt een sterk maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel, en is tegen ongebreidelde expansie van bezit. Hij wil als kunstenaar onafhankelijk zijn, en betrokken blijven bij de maatschappij; hij kiest daarom voor de lerarenopleiding.
Klaber had hem hoofdschuddend aangekeken toen Louis hem vertelde voor de lerarenopleiding te kiezen ...'En als je tenslotte klaar bent'– aldus mijn bezorgde vriend – 'Dan zal je bemerken dat je als kunstenaar natuurlijk nooit klaar bent, maar dan zal je, als je leraar bent, praktisch geen tijd meer hebben om je creatieve ontwikkeling, die dan al op gang was gebracht, nog verder te ontwikkelen'. Jammer dat hij het contact verbroken heeft, want anders had ik hem – na jaren – van het tegendeel kunnen overtuigen.44


1945 – 1950
Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag;

1949 – 1980
Leraar tekenen en kunstgeschiedenis aan de Rijks-HBS in Heerenveen;

In een interview in 1970 zegt Le Roy: Ik ben een agrariër in de kunst. Ik ben in 1949 naar Heerenveen gegaan als leraar tekenen aan RHBS-Lyceum omdat ik bewust gezocht heb naar een relatie, enerzijds met de stad, anderzijds met de natuur in de nabijheid. Mijn uitgangspunt is, dat de mens in de cultuur wortelt en in de natuur. Die twee werken samen en het is catastrofaal, dat men dit niet meer ervaart. Biologen en kunstenaars staan doorgaans vreemd tegenover elkaar. Ik nu probeer bewust op beide 'poten' te staan. Ik ben realist. In de realiteit ligt mijn voedingsbron. …. 45


1950-1960
1951: aankoop van een oude boerenwoning aan de Prins Bernhardweg (nr.25) op 1300 m2 grond, in het aangrenzende Oranjewoud. De vervallen woning met aanbouw zal eigenhandig verbouwd worden tot atelierwoning en er wordt begonnen met de aanleg van de tuin.
Deze 'wilde' tuin, waarin hij zijn ideeën over symbiotisch omgaan met complexe natuurlijke processen tot uitdrukking brengt, zal leiden tot ingrijpend andere paradigma's ten opzichte van begrippen als 'tuinen' en 'openbaar groen'.
Vakanties in Frankrijk – daar heeft hij tijd om te schetsen en schilderen, ook heeft hij belangstelling voor architectuur, die hij fotografeert.


1960 -1969
1961 Le Roy is vice voorzitter van de Kunstcommissie Heerenveen. Niet veel later zal hij zijn voorstel ontwikkelen voor de middenberm [1 kilometer lang, 18 mtr. breed] tussen Kennedylaan en de Europalaan in Heerenveen. De tuin in Oranjewoud dient als model voor zijn opvattingen.
In 1966 is de aanzet [gaat de eerste schep in de grond] voor de Wilde Tuinen aan de Kennedylaan [Kennedylaanplantsoen] een feit; dit project zal snel tot internationale aandacht leiden.
In 1966 koopt hij enkele percelen (weide- en bosgrond) in Mildam om zijn ecologische principes op grotere schaal te kunnen toetsen.

Vanaf 1970
1970 is het jaar van de kentering- In Retourtje Mondriaan zegt hij: '…In het kader van het “Natuurjaar” wordt op de TV een uur durende film van “De Wilde Tuinen” in Heerenveen vertoond. Een veelbekeken uitzending die voor mij het gevolg heeft dat er een mediane scheiding tussen mijn werkzaamheden vóór en nà die TV-uitzending is ontstaan. De rest van mijn leven zal ik door héél Europa reizen om enthousiast over “Wilde Tuinen” en “Eco-kathedralen” te verhalen.'46

Le Roy lijkt vooral in de periode 1970 – 1980 over een onuitputtelijke hoeveelheid energie te beschikken. Naast zijn verplichtingen als leraar, werkt hij op zijn proefterrein in Mildam, ontwikkelt en begeleidt hij zijn projecten, produceert hij zijn eerste boek en reeksen artikelen, en treedt hij bij een niet meer te achterhalen hoeveelheid gelegenheden op.
Daarnaast werkt hij samen (van 1975 tot 1994) met architect Herlaar uit Rolde en is zo betrokken bij een aantal bouwprojecten (gemeentehuizen, verpleeghuizen en crematoria) in de noordelijke provincies.47

01-10-1971 televisiepresentatie: in Signalement – De tuinen van Louis Le Roy
± 1972 project Lewenborg, Groningen
1972 onderscheiding - Zilveren Anjer van het Prins Bernhard Fonds. De gronden voor verlening zijn: De heer Louis Le Roy heeft zich naast zijn taak als leraar ingezet voor een vrije landschapsarchitectuur, die zich als een gevarieerde contrawereld bij de steden kan aanpassen. De eerste proefneming daarmee in zijn eigen tuin en de eerste projecten in Heerenveen en elders zijn zowel in visie als in aanblik meer dan een verfrissing; ze lijken een vernieuwende doorbraak in de ecologie te betekenen.48
1972 benoeming tot ereburger van de Gemeente Heerenveen
1973 boek: Natuur uitschakelen – natuur inschakelen
± 1973 – 1976 project Brussel, buitenwijk Woluwé-Saint Lambert –met architect Lucien Kroll
1975 – 1980 publicaties: bijdragen aan Plan, maandblad voor ontwerp en omgeving
1978 boek: Duitse vertaling van Natuur uitschakelen – natuur inschakelen verschijnt
1980 benoeming tot erelid van Semiferox (onder voorzitterschap van Konrad Lorentz - Universiteit Wenen);. Semiferox houdt zich bezig met het instandhouden en opstarten van halfwilde en natuurlijke ecosystemen.49
± 1982 project Clergy-Pontoise, Parijs
1983 - > project begin bouw Ecokathedraal op eigen terrein in Mildam
1984 boekje: Uilenspiegeltjes – Onze kreatieve potentie misbruikt?
1985 expositie in Museum Het Princessehof, Leeuwarden: Louis Le Roy, Werk in uitvoering
1989 (april) expositie in het Thialf IJsstadion, Heerenveen.
1989 benoeming tot professor honoris causa aan de Carolina Universität, Braunschweig
1989 expositie (24 nov. – 10 dec.) Grand Palais, Parijs: Les Utopies
1994 (6 okt. – 6 nov.) expositie bij de Kulturele Raad, Kunstruimte Heerenveen
2000 boekje Ecokathedraal
2000 onderscheiding – Oeuvreprijs Architectuur van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst
2004 boek Retourtje Mondriaan


 

3.2 Oeuvre



Het oeuvre van Le Roy omvat tekeningen, schilderijen, fotowerk, installaties, teksten, performances en landschappelijke projecten.

De verschillende disciplines die hij beoefent worden al in een vroeg stadium van zijn loopbaan dienstbaar gemaakt aan zijn grote thema's.

Hij verwerpt de individuele waarde van zijn werken, alles staat in het teken van de onderlinge complexiteit. Met de hier volgende uitsplitsing van Le Roy's werk in verschillende disciplines beoog ik daarom niet meer dan het geven van een genuanceerd zicht op zijn oeuvre.


Picturaal

Zijn vroege periode in Heerenveen (1950-1960) memorerend zegt Le Roy50: …Als schilder groeide bij mij het besef dat ik feitelijk niets creëerde, niets liet ontstaan. Tot dan toe had ik slechts persoonlijk geïnterpreteerde beelden van de werkelijkheid gemaakt. […] Naarmate ik mij van mijn bouwende aanleg steeds meer bewust werd en die gave steeds meer ontwikkelde, groeide de drang in mij om mij ook daadwerkelijk met de bouw van het landschap – de natuur – bezig te gaan houden. Daardoor zou tegelijk mijn ruimtelijk bewustzijn zich op een andere manier sterker kunnen ontwikkelen. En het gevolg daarvan zou weer kunnen zijn dat ook mijn interpretatieve mogelijkheden, voor het schilderen van de werkelijkheid, verruimd zouden kunnen worden. Op die wijze zou een nooit eindigende wisselwerking op gang gebracht kunnen worden tussen het maken en interpreteren van een zich steeds vernieuwende en complexer wordende werkelijkheid!!

Hij schildert in deze periode vooral tijdens zijn (lange school-) vakanties in Frankrijk.

Het picturale werk, al snel ondergeschikt verklaard aan de organische projecten, verdwijnt naar de achtergrond. Zo'n twintig jaar later zal hij (o.m.) nog werken aan een serie schilderijen van zijn kristalinstallaties (macro's van onderdelen daarvan), maar de werkelijke drive voor het schilderen lijkt te ontbreken.


In 1985 toont Museum het Princessenhof te Leeuwarden tijdens de tentoonstelling Werk in Uitvoering picturaal werk van Le Roy: Een veertigtal gouaches uit Frankrijk – landschappen, stadsgezichten en interieurs – plus een vijftigtal tempera schilderijen die het woon- en werkmilieu van Le Roy verbeelden, tonen zijn creatieve ontwikkeling en geven gestalte aan zijn filosofie in ruimte en tijd.

Geïnspireerd door zowel de filosofie als door de werkmethode die Le Roy toepast besloot de Heereveense fotograaf Henk Bruijns om het werkterrein van Le Roy in Mildam en Oranjewoud tot onderwerp te maken van een serie foto's die een apart onderdeel vormt van deze expositie.

Tussen het ontstaan van de laatste serie kleine Franse gouaches en de grote tempera schilderijen ligt een periode van ruim twintig jaar. Gedurende die periode schildert Le Roy sporadisch. …[…]

Zijn schilderijen moeten dan ook, samen met de realiteit die hij gestalte geeft, als één beeldend verhaal worden begrepen van een realiteit, die zich in ruimte en tijd ontwikkelt.51


Fotografie

De fotografie van Le Roy is vooral instrument om zijn concepten toe te lichten. Le Roy wil véél laten zien en is kritisch op de technische kwaliteit: hij werkt met een Hasselblad en heeft een compact, maar uiterst professioneel ontwikkellaboratorium. De -ruim honderd- foto's in Natuur uitschakelen - natuur inschakelen zijn eigen werk; daarnaast maakt hij veel dia's voor zijn lezingen.


Sculpturaal

Hoewel Le Roy in een interview in 197152 voor de kwalificatie vormgever kiest

-op de vraag Hoe noemt u zichzelf bij voorkeur: schilder, landschapsarchitect, tuinman, tekenleraar, vormgever? zegt L.R.- Het laatste, omdat het overkoepelend is. Je zou kunnen zeggen, [..] dat ik het universele van de mens doelbewust nastreef. …- is de fysieke vorm van zijn projecten van ondergeschikt belang.

Le Roy wil, met zijn landschapsprojecten, geen bewuste vormen maken of esthetische effecten nastreven; zijn vormen zijn vooral het gevolg van rationele beslissingen als reactie op toevalligheden. Waar hij zelf vormgevend optreedt ontstaan grillige lineaire patronen (netwerken) van geordend steenachtig materiaal. Hij geeft aan, zich van lineaire vormen te bedienen omdat het gebruik van doorgaande lijnen onbeperkte netwerken mogelijk maakt.53

Al met al ontstaat er een specifieke vormtaal en is er vaak sprake van een onmiskenbare esthetiek. Die vormtaal ziet Le Roy als een natuurlijk, voor de mens soorteigen, fenomeen. Esthetische beleving is een proces dat door de waarnemer wordt geregisseerd en waaraan Le Roy geen bewuste sturing wil geven. Dat lijkt weersproken door de monumentale -uit steenachtig afval bestaande-stapelingen van de Ecokathedraal, maar daar tegenover staat, dat elke esthetische creatie zonder voorbehoud wordt prijsgegeven aan ecologische processen.

Naast de landschappelijke projecten experimenteert Le Roy ook op kleinere schaal met veranderlijke complexiteit. Zijn installaties van kristallen objecten in zijn atelier in Oranjewoud ziet hij als proefmodel om de bereikbare complexiteit met een beperkt aantal modulen aan te tonen.

De -ook immer onvoltooide- installatie in het atelier in Mildam is samengesteld uit bijproducten van de puinvrachten voor de Ecokathedraal en is ook een model voor toenemende complexiteit door willekeurige integratie van componenten.

Naast Tijd is Complexiteit een sleutelwoord in het oeuvre van Le Roy: hij is gefascineerd door het ordenend vermogen van complexe ecologische (en ogenschijnlijk chaotische) processen.

Complexe ecologische processen in ruimte en tijd: dat is hetgeen Le Roy boeit.


Hypostase

De verschijningsvorm van Le Roy's projecten is de hypostase op het moment van waarneming. Ik gebruik de term hypostase om zo aan te geven dat het niet gaat om een te voren bedoeld uiterlijk, maar om een verschijningsvorm die het gevolg is van gebeurtenissen – menselijk ingrijpen, toevalligheden en calamiteiten zoals een omgewaaide boom – en van processen. Die (ecologische) processen kennen wel hun wetmatigheden, maar zijn nooit concreet planbaar in hun onderlinge samenhang. Het uiterlijk van een kunstwerk dat gebaseerd is op ecologische processen, is de som van de materie, de gebeurtenissen en de processen. De verschijningsvorm van het werk is voortdurend aan invloeden onderhevig en veranderlijk.

De kwalificatie hypostase gebruik ik in het verlengde van een opmerking van Camiel van Winkel. Deze schrijft in zijn essay Het dwangbeeld van een puur idee54: '... De interpretatie van de conceptuele kunst in haar historische verschijningsvorm is grotendeels gestuurd door één boekje uit 1973: Lucy Lippards Six Years: The Dematerialization of the Art Object from 1966 to 1972. Het succes van deze publicatie heeft bewerkstelligd dat het dwangbeeld van de dematerialisering – de reductie van het kunstwerk tot niets meer dan een idee – wijd en zijd verspreid is geraakt. Bijgevolg is er nooit veel aandacht geweest voor aanwijzingen dat de strengste conceptuele kunstenaars precies op het omgekeerde uitkwamen: in plaats van het object te dematerialiseren, leken zij juist het concept te hypostaseren – tot ding te maken. [...] .' Van Winkel ziet de dematerialisering van het kunstobject als een idee-fixe binnen de receptie van de conceptuele kunst.

Andersom geredeneerd biedt Van Winkel met zijn argumentatie de oplossing voor een ander probleem: hoe benoem je de veranderlijke fysieke verschijningsvorm van een conceptueel kunstwerk? Deze vraag drong zich vooral aan mij op met betrekking tot de steeds wisselende beelden die het gevolg zijn van het gebruik van levend materiaal. Hypostase – volgens van Dale: op zichzelf staande substantie als draagster van de accidenten – lijkt me hiervoor een prima aanduiding, hiermee geef ik aan dat het uiterlijk op toevallige of onbeïnvloedbare factoren berust.


Conceptueel

Le Roy is conceptueel kunstenaar. Zijn gedachtegoed is zijn kunst: Le Roy zet zijn visie om in patronen. Patronen die de band van de mens met zijn bron (de natuur) moeten herstellen.

Le Roy - Ecokathedraal Mildam - Detail

Le Roy is kunstenaarfilosoof (of naar believen omgekeerd); zijn kunst is de reflectie van zijn filosofie. De leefwijze van Le Roy is kunst an sich: zijn leefwijze is een voortdurende demonstratie van zijn denkbeelden; en hij heeft, zo lijkt het, niets te verbergen. Mèt publiek wordt de dagelijkse routine performance. Le Roy wil niet meer bezitten dan hij nodig en redelijk acht en hij vindt dat hij zich van zijn inkomen als leraar alles, wat in dat opzicht wenselijk is, kan (/heeft kunnen) veroorloven; hij is een sociaal gedreven kunstenaar, die vanuit een sterk gemeenschapsbewustzijn werkt. Hij heeft argumenten tegen tal van ontwikkelingen in deze maatschappij en uitgesproken ideeën over wonen en woonomgeving. Daar leeft hij naar: dat is duidelijk omdat hij zich over tal van zaken ondubbelzinnig heeft uitgesproken, en het is zichtbaar omdat Le Roy, vanaf het moment dat hij zijn ideeën begon te promoten, een doorzichtig leven heeft geleid. Hij heeft talloze bezoekers ontvangen en velen ervan kennen elke uithoek van zijn atelier(s) en woning. In Heerenveen en Groningen voert hij zijn projecten uit zonder honorarium te bedingen; het gaat hem uitsluitend om de realisatie van zijn concept; hij heeft nooit werk verkocht, en heeft zijn Ecokathedraal in Mildam uit eigen middelen bekostigd. Le Roy bewijst met zijn leefwijze de toepasbaarheid van zijn, op creativiteit en vrije energie gebaseerde, concepten — hij leeft zijn patronen voor en heeft daarbij met zijn omgevingsconcepten grote weerklank gevonden.



Wilde Tuinen

Na de televisiedocumentaire De Tuinen van Louis Le Roy (Vara, 10-1-1971) moeten duizenden individuen rechtstreeks hebben gereageerd op deze impulsen, want het aantal 'LeRoy-tuinen' is in de jaren 70 en 80 niet te tellen geweest. Die invloed heb ik ook in eigen omgeving kunnen vaststellen. Inmiddels heeft het patroon van de 'LeRoy-tuinen' zich ingekapseld in onze gangbare tuinpercepties; wat tegenwoordig geldt als een 'natuurtuin' is heel vaak te herleiden tot een LeRoy variant. De kracht van het wilde-tuinen-concept was en is de onmiddellijke toepasbaarheid: het verschaft iedereen, die zich bij deze materie (de ecologische dynamiek van onze omgeving) betrokken voelt, gelegenheid om meteen daadkrachtig te zijn. Le Roy gaf met dit concept, de ongerustheid en het gevoel van persoonlijke machteloosheid van individuele burgers met betrekking tot het milieu, handen en voeten; het concept stelde hen in staat hun onbehagen te kanaliseren tot een actieve, positief gerichte, deelname aan het ecologisch proces.


Het wilde-tuinen-concept, zoals dat breed is opgepakt, is echter maar een deel van het verhaal en dan vaak nog te oppervlakkig geïnterpreteerd. Alle concepten van Le Roy zijn gebaseerd op ontwikkeling van ecologische complexiteit in ruimte en tijd: de mens speelt daarin, als katalysator, een centrale rol. Le Roy aanvaardt de landschappelijke monoculturen van onze geïndustrialiseerde cultuur, maar wil daar -als noodzakelijk reservoir en tegenwicht- een ecologisch dynamische 'dubbelcultuur' bij invoegen. Zo'n dynamische dubbelcultuur kan onze relatie met de natuur herstellen en biedt, door participatiemogelijkheden, gelegenheid tot directe betrokkenheid.


De factor tijd is elementair in de concepten van Le Roy. Le Roy ziet de gemechaniseerde mens de natuurlijke -archaïsche en ecologisch diverse- gelaagdheid van het landschap egaliseren; een gelaagdheid die in ruimte en tijd was ontstaan. Le Roy's concept voorziet in een herstel van deze gelaagdheid door het in gang zetten van een ontwikkeling in de tijd. Dat is een visie die heling beoogt en herstel van onze band met het natuurlijk continuüm.


Le Roy stelt in zijn concept(en) de mens centraal. De mens leeft in het landschap en moet zijn vernuft aanwenden het landschap leefbaar te houden. Le Roy pleit voor integratie van ecologische dynamiek in de verstedelijkte gebieden en steden. Le Roy's oeuvre, als samenhangend geheel, lijkt me opgevat te kunnen worden als één overkoepelend basisconcept dat zich fragmenteert in samenhangende deelconcepten.




Projecten

Tuin in Oranjewoud, vanaf 1955, 1300 m²

Het eerste ecologische project van Le Roy is de tuin rond zijn woning aan de Prins Bernhardlaan in Oranjewoud. Het huis is in 1951 gekocht, maar met de aanleg van de tuin lijkt pas serieus begonnen nadat het huis weer leefbaar is gemaakt. Doelstelling is dan een onderhoudsvrije natuurtuin waarin, na het aanbrengen van structuur en botanisch materiaal, de organische dynamiek de vrije hand zal worden gelaten zodat er een complexe ecologische gelaagdheid kan ontstaan.

Van deze vroege periode heb ik geen nauwkeurige data: Le Roy manifesteert zich voor het eerst in de aanloop tot het Kennedylaanproject, begin jaren zestig. Hij heeft dan al zéér omlijnde ideeën en er is dan al een (tot de verbeelding sprekende) tuin waarmee hij de levensvatbaarheid van die ideeën aantoont. Deze tuin fungeert als bewijs voor de toepasbaarheid van het concept voor het Kennedylaanplantsoen. De tuin in Oranjewoud is inmiddels ruim een halve eeuw aan zijn natuurlijke ontwikkeling overgelaten.

Le Roy – al sinds zijn vroege jeugd expliciet55 in natuur geïnteresseerd - had, voor hij met deze tuin begon, al korte tijd geëxperimenteerd in de kleine stadstuin van zijn eerste Heerenveense woning. Hij lijkt in Oranjewoud van stond af aan te werken volgens zijn basisconcept: natuurlijke processen bewerkstellingen door het scheppen van voorwaarden. Hij kenmerkt zich door het zichtbaar gebruik van substantiële hoeveelheden anorganisch restmateriaal (veel baksteen en beton).

Zijn visie onderscheidt zich nadrukkelijk van de heemtuinperceptie. In een heemtuin worden natuurlijke (wilde-)plantengemeenschappen geconserveerd. Een heemtuin is een museumtuin waarin je gereconstrueerde landschapsextracties aantreft; deze zijn, als elementen van de tuin, (schijnbaar) buiten het menselijk handelen geplaatst. Le Roy neemt ook afstand van de (heem-) plantkundige zuiverheidsleer; hij vindt een heemkundige uitdrukking als 'floravervalsing' [voor het laten verwilderen van exoten] onzinnig en irrelevant.

De tuin van Le Roy is een stukje door de mens geïnitieerd (cultuur-) landschap waarin de natuur - die reageert op menselijke initiatieven - de vrije hand wordt gelaten.

Le Roy verwerpt ook het sterk opkomende specialisme waarvan het maatschappelijk bestel meer en meer afhankelijk is geraakt. Onze leefomgeving wordt bepaald door gespecialiseerde beroepsgroepen zoals planologen, stedenbouwkundigen, architecten in verschillende disciplines, ambtelijke diensten en aannemers met elk hun eigen specialiteit. Le Roy pleit voor herstel van de eigen inbreng van de individuele burger in het stedelijk milieu. Hij is zich al zeer vroeg bewust van de potentiële waarde van economische restgebieden zoals tuintjes, bermen en groenstroken als depot van biodiversiteit.

Le Roy is, midden jaren vijftig, een van de eerste kunstenaars die expliciet op het dan opkomende milieubewustzijn reageert. Zijn statement, het concept voor de tuin in Oranjewoud, is -vanaf de vroege jaren zeventig- door de media opgepakt en sindsdien op grote schaal nagevolgd.

Het Wilde Tuinen concept van Le Roy is een model voor het opstarten van ecologische dynamiek.

De grondgedachte voor het concept is even simpel als doelmatig: Le Roy stelt dat de meeste ontwikkelingen in onze maatschappij zich buiten onze persoonlijke invloedssfeer voltrekken, maar, zo betoogt hij, er is altijd wel een zekere ruimte waarop we wel invloed kunnen uitoefenen; wanneer we de natuur een kans willen geven en daarbij onze persoonlijke relatie met natuur willen intensiveren, kunnen we in ieder geval beginnen met dat stukje oppervlak waarop we het voor het zeggen hebben: de tuin (desnoods een balkon).

Het Wilde Tuinen concept benadert de tuin als een, door de mens aangestuurd, samenhangend en zelforganiserend systeem van plantaardige en dierlijke organismen: dat is, zo halverwege de jaren vijftig, een geheel nieuwe benadering van het begrip Tuin.


Plantsoen Kennedylaan, Heerenveen, vanaf 196656, ± 1.8 ha.
Le Roy - Kennedylaanplantsoen - schema

Het Kennedylaanplantsoen of De Wilde Tuin van Le Roy in Heerenveen is de, één kilometer lange en achttien meter brede, strook grond tussen de Kennedylaan en de Europalaan.

Dit plantsoen veroorzaakt, in de vroege jaren zeventig, een revolutie in de wereld van het openbaar groen en is, ook als kunstwerk beschouwd, paradigmaverschuivend. Het concept bevat een enthousiasmerend maar dwingend basisidee met vrijheden [tot participatie van buurtbewoners] waar, op dat moment, niemand ontspannen mee om weet te gaan.

Le Roy - NRC

Voor Le Roy is het een ecologisch experiment in ruimte en tijd waarin hij zijn basispatronen vervlochten heeft. Le Roy wil een tegenwicht voor de planologische strakheid en de stedelijke monocultuur; al snel57 definieert hij dit als tegencultuur. Later zal hij hiervoor termen als dubbelstad of dubbelcultuur gebruiken omdat hij zich steeds meer gehinderd voelt door het stigma van anarchie dat aan zijn werk (opvattingen) kleeft. Hij is niet tégen, maar juist vóór: hij is vóór een noodzakelijke toevoeging aan onze steden, die hij als monocultuur bestempelt. En hij wil ook geen anarchist genoemd worden, want hij staat geen wetteloosheid voor: archaïsch is een betere benoeming voor de structuren die hem voor ogen staan.

Le Roy - Kennedylaan - beginjaren

Le Roy wil, met medewerking van omwonenden, de langgerekte strook grond aan de Kennedylaan inrichten als een ecologische ader die de 'natuur' (ecologische processen en netwerken) vanuit het natuurlijker (meer natuurlijke elementen bevattende) achterliggende landschap, diep de stad in trekt. Het gaat er hierbij niet alleen om de natuur in de stad te laten penetreren, maar ook (vooral) om de bewoners van de stad met deze natuurlijke processen te confronteren en tot deelname uit te nodigen.


Die deelname is een cruciaal element. Le Roy signaleert het verloren raken van de natuurlijke band die wij (de menselijke cultuur) altijd met onze omgeving hebben gehad. Tot voor kort had het overgrote deel van de bevolking persoonlijke invloed op zijn omgeving, zo constateert hij, maar onze band met onze omgeving is geïnstitutionaliseerd geraakt. We hebben het beheer van onze omgeving uit handen gegeven aan specialisten: alles wordt door die specialistische, en industrieel toegeruste aanpak, grootschalig en rigoureus uitgevoerd; er is geen respect voor het historische continuüm dat zo wordt vernietigd. Le Roy wil ons de natuurlijke processen opnieuw leren ervaren en kennen, door ons er op een natuurlijke wijze aan deel te laten nemen.


Le Roy - Kennedylaam

Le Roy initieert, zo is de bedoeling, en de omwonenden kunnen hierop reageren en zelf hun bijdrage leveren. De eerste aanleg omvat het aanbrengen van een bodemreliëf waarop en waarin zich complexe, en vooral diverse, botanische leefgemeenschappen kunnen vormen.

Die eerste aanleg is een nadrukkelijke combinatie van planning en toeval. Vorm is van ondergeschikt belang; er zal gereageerd worden op omstandigheden zoals deze zich voordoen. De materialen –vooral puin- worden op min of meer toevallige wijze gestort, de ordening van de materialen tot paden en niveau's wordt gestuurd door de plek waar het materiaal terecht is gekomen, de aard van het materiaal en de wensen van diegene die ordenend optreedt.

Le Roy - Kennedylaan - Bos

Tot die ordening was een ieder uitgenodigd: buurtbewoners of andere geïnteresseerden werden nadrukkelijk aangespoord tot het maken van paden, het stapelen van muurtjes of het anderszins hergroeperen van het aangevoerde materiaal; daarbij stond het vrij te zaaien, te planten, of bijvoorbeeld een zitgelegenheid of een andere wenselijkheid aan te brengen.

Kernelement is dat de beplanting, eenmaal ingezaaid of geplant, zich vrij kan ontwikkelen: de plantengemeenschappen zullen zichzelf vormen en (her)groeperen; de organismen bepalen zelf hun plaats. De ontwikkeling van fauna (vooral bodemleven, insecten) zal trendvolgend zijn op deze gebeurtenissen. Het menselijk aandeel in de ontwikkeling is een pragmatische deelname aan deze processen; omwonenden kunnen, binnen de marges van het concept, doen waar ze zich toe geroepen voelen. De belangrijkste spelregels hierbij zijn: geen gebruik maken van machines en geen afvoer van biomassa (plantaardig afval, snoeihout).

De eerste schop die de grond inging in 1966 betekent nog geen gelopen race. Verslagen van bijeenkomsten ter bespreking van het plan (op 2 mei 1967 en 6 mei 1968) tonen nog volop twijfels en problemen: protesten van buurtbewoners vormen een rode draad.

Een brief, aan het College van Burgemeester en Wethouders, van het 'Bureau voor ruimtelijke ordening en architectuur Kuiper De Ranitz Van der Zee en Van Tol', van 5 september 1968 heeft een heel andere toon: Gaarne deel ik U mede, dat ik met genoegen en instemming de herindeling van bovenbedoelde plantsoenstrook heb gezien. […]

Belangrijker nog dan het succes zelf is naar mijn mening het feit dat uit de burgerij op geheel vrijwillige basis initiatieven ten bate van het algemeen belang voortspruiten. Dergelijke intiatieven verdienen altijd de steun van de Overheid.

Ik zal niet nalaten andere gemeentebesturen te wijzen op hetgeen in Uw gemeente op dit punt is gebeurd. […] Was getekend: De stedebouwkundige adviseur, Jhr. Ir. J. de Ranitz.58


Verbaal ontwerp

Le Roy heeft geen ontwerp gemaakt voor het Kennedylaanplantsoen. Dat is een principe: hij wil zich niet vastleggen op een toekomstig - dus na te streven - beeld, hij ontwikkelt processen; beeldvorming op voorhand sluit onbelemmerde creatieve- (van de beslissende en handelende mens) en procesmatige (natuurlijke/organische) ontwikkeling uit.

Le Roy - Kennedylaan - Stapeling

Hoe de concept-overdracht bij het Kennedylaanproject in zijn werk is gegaan, lezen we in het artikel van B. Hartstra (hoofd beplantingen Heerenveen) in het blad Gemeentewerken, van december 1979 59: Zowel botanisch als vormgevend had de heer Le Roy in zijn eigen tuin reeds de nodige ervaringen opgedaan. Maar de uitvoerenden, n.l. de dienst plantsoenen, wisten nog niet precies hoe Le Roy zich het een en ander had voorgesteld. Talloze, vaak urenlange gesprekken en discussies tussen de heer Le Roy en de schrijver dezes [hoofd Beplantingen Hartstra] waren de inleiding tot het begin van de uitvoering van het project. …


Concessies

Le Roy heeft bij het Kennedylaanplantsoen concessies moeten doen: de inbreng van bewoners werd aanvankelijk volledig geweerd, en de plantsoenendienst heeft altijd (zij het zoveel als mogelijk volgens Le Roy's ideeën of instructies) werkzaamheden verricht. Le Roy's positie versterkt wanneer het plantsoen, al kort na de eerste aanzet, in het brandpunt van de belangstelling komt te staan, maar uiteindelijk leiden toch tal van kleinere en grotere problemen en conflicten tot een einde van zijn samenwerking met de Gemeente Heerenveen. Van de participatie door buurtbewoners is dan maar weinig terecht gekomen.

Maar juist omdat het daar aan die Kennedylaan in Heerenveen nooit véél verder is gekomen dan het bouwen van wat 'natuurlijke decors' meende Uilenspiegel [alter ego van Le Roy] destijds – na inmiddels [in 1972] tot ereburger van Heerenveen te zijn uitgeroepen – er beter aan te doen de zaak daar voor gezien te houden en zijn biezen te pakken.60


Ook daarna blijft het voor de Gemeente schipperen met het inmiddels vermaarde project van de inmiddels internationaal bekende en ook in eigen kring [de Gemeente] geëerde (ere-)burger.

Le Roy - Kennedylaan - Verbinding

Er ontstaat een dilemma: enerzijds is het Kennedylaanplantsoen uitgegroeid tot een internationaal bekende mijlpaal in de ontwikkeling van het openbaar groen, maar anderzijds is het plantsoen nooit geworden wat het had moeten zijn, en is de aanblik vaak toch vooral deplorabel. Hoewel er regelmatig stemmen zijn opgegaan voor volledige herinrichting, heeft men dit nooit aangedurfd: daarvoor is dit plantsoen in te brede kring tot icoon geworden.

Op dit moment (2004) zijn er gesprekken tussen de Gemeente Heerenveen en de Stichting TIJD61 over het beheer van het plantsoen en lijkt de kans reëel dat het oorspronkelijke concept alsnog zo letterlijk mogelijk wordt opgepakt.


NB Fotodocumentatie over het Kennedylaanplantsoen is te vinden in Natuur uitschakelen - natuur inschakelen (1973)

foto nummers: 38-40 (p.58-9); 63-64 (p.106); 70-73 (p.126); 95-96 (p.171); 106-109 (p.190)


Nagekomen informatie62: De Gemeente Heerenveen is een overeenkomst aangegaan met Stichting TIJD aangaande de toekomstige ontwikkeling van dit project. De Gemeente garandeert in een, door burgemeester Peter de Jonge en Le Roy ondertekende, intentieverklaring de continuïteit voor de komende 100 jaar.





Le Roy - Gebieden Wijk Lewenborg

Le Roy Gebied in Lewenborg, Groningen - vanaf 1973, ± 6 ha.63

Voor het project in de, dan in aanbouw zijnde, wijk Lewenborg in Groningen liggen de kaarten anders. Le Roy, nu gekend en veelbesproken, krijgt vrijwel carte blanche bij het realiseren (opstarten) van ongeveer zes hectare groenontwikkeling in deze wijk. Zijn concept, inmiddels ook in publicaties toegelicht, is genoegzaam bekend; ook mag aangenomen worden dat het Groningse gemeentebestuur dan bekend is met de verwikkelingen in Heerenveen [waarover volop publiciteit en discussie is geweest].

Economische drijfveren spelen bij deze Groninger opdracht waarschijnlijk geen onbelangrijke rol: de Gemeente lijkt zich verkeken te hebben op de ontwikkelingskosten van de ruim opgezette (Groningen's groenste) wijk; Le Roy biedt aan het geplande groengebied voor een fractie van de oorspronkelijk er voor geplande kosten64 volgens zijn concept samen met de bewoners te ontwikkelen, ontvangt enkele dagen na dat aanbod (aan verantwoordelijke wethouder Max van den Berg), een briefje dat hij zijn gang kan gaan.


Beginjaren

In het door rood geverfde grenspaaltjes aangegeven mandaatgebied Le Roy waarin hij het, met een tienjarig contract op zak, voor het zeggen heeft, ontstaan al snel fricties met uitvoerend personeel.

Le Roy - Gebieden

Een kraanmachinist die in opdracht van de Gemeente de geplande vijvers/ watergangen graaft, wenst gewoon te werken zoals hij dat geleerd heeft (strak en netjes en zeker niet spontaan en onregelmatig)) en volhardt daarin; chauffeurs die, in opdracht van de Gemeente maar volgens Le Roy's instructies, puin storten (dat mogen ze naar eigen inzicht op de meest logische =dichtstbijzijnde- plek doen), lijken dat bij voorkeur te doen op plaatsen waar voorgaande vrachten al geordend zijn tot paden en structuren. Het moreel van het groepje vrijwilligers, dat zich bezighoudt met het vormen van paden en stapelmuurtjes, raakt hier door aangetast.

De wijkbewoners weten aanvankelijk niet wat ze met de geboden vrijheid aanmoeten. Na een schoorvoetend begin, waarin Le Roy hen aanmoedigt de hekken en schuttingen tussen hun tuinen en het mandaatgebied te slechten om zo de achterliggende openbare ruimte in gebruik te nemen, ontstaat een kentering door de aanleg van een miniatuurspoorlijn door een bewoner.

Le Roy - Gebieden

Deze man, een apotheker, had ten zuiden van de tweede afgedekte puinstortplaats een huis gehuurd. Hij belde mij op en informeerde behoedzaam of ik er principieel geen bezwaar tegen zou maken wanneer hij -tussen vijver en puinberg- een driehonderd meter lange spoorbaan zou gaan aanleggen. Hij was nl de trotse eigenaar van een echte lorrietrein en wilde er in de toekomst in dit gebied wat mee rond rijden. Natuurlijk zouden dan de kinderen uit de buurt net zo vaak mogen meerijden als zij maar wilden.Omdat ik alléén maar op unieke gangmakers zat te wachten, gaf ik niet alleen dadelijk mijn toestemming, maar spoorde hem ook aan om de spoorbaan, als het mogelijk was, tweemaal zo lang te maken. […] Ruim twee jaar lang heeft de treintjesgek zich in Lewenborg naar hartelust kunnen uitleven. Het gemeentelijk apparaat ventileerde in die dagen aan een iegelijk die het maar wilde horen haar simplistische opvatting als zou de aanleg van een dergelijk technisch speelobject indruisen tegen de filosofie van de wilde tuinman uit Heerenveen. Het tegendeel is waar. […] Juist door het optreden van de actieve treinfanaat die, samen met de jeugd en ten aanschouwe van de bewoners in de buurt, zich zo volkomen kon uitleven werd een mentaliteitsverandering in de wijk bewerkstelligd.65


Daarna neemt de bewonersparticipatie een grote vlucht: schuttingen worden op plaatsen en bloc weggehaald; bewoners leggen paden aan, maken tuintjes, boomhutten en speelcircuits, er komt een windmolen, er is een gezamenlijk moestuinproject, een bijenstal (hobbymatige imkerij), en er zal nog véél méér komen in het inmiddels bruisende en steeds dichter begroeid rakende gebied.


Dat succes luidt ook het einde in van deze vrije ontwikkeling. Naast de steeds weer oplaaiende protesten van de fervente tegenstanders van deze ongecontroleerde gekkigheid, is de weerklank die het project vindt een bijkans grotere bron van zorg voor de Gemeente: er wordt steeds vaker gewezen op de precedentwerking. Het concept werkt, net als in Heerenveen, van stond af aan sterk polariserend en, zo daar een ontwikkeling in is, lijken de standpunten van de tegengestelde partijen zich, naarmate de jaren verstrijken, alleen maar te verharden. In Lewenborg zelf zijn vooral de eigenaars van koopwoningen -die waardevermindering vrezen- de grootste opponenten.

Maar ook los van die economische belangen is er een scherpe tweedeling tussen voor- en tegenstanders.66


Uiteindelijk wordt het contract met Le Roy, na die eerste periode van tien jaar, in april 198367 beëindigd. Ook dit heeft heftige protestvergaderingen tot gevolg.

De Gemeente geeft kort nadien een verzoenende folder uit, waarin ze de functies en mogelijkheden van het gebied uiteenzet. Er is dan een Beheersgroep samengesteld (bestaande uit Le Roy-voorstanders/vrijwilligers en vertegenwoordigers van de Gemeente) die het beheer van het gebied moet coördineren. Dit zal zoveel mogelijk gebeuren naar de principes van Le Roy, maar wel gereglementeerd.

De naam blijft Le Roy-gebied …Een andere naam is er eigenlijk nooit voor bedacht. Maar als de naam moet aanduiden wie het in deze gebieden voor het zeggen heeft, zouden ze toch beter 'bewonersgebieden' kunnen heten.68


Sociaal-ecologische landschapskunst, activist environmental art

Het Lewenborg project kan tot de vroege voorbeelden van activist environmental art en de community arts gerekend worden.

Het concept voor Lewenborg [de zeggenschap over de openbare ruimte teruggeven aan de individuele burger; archaïsche vorming van stadsgroen; integratie van ecologische complexiteit in stedelijke gebieden en het herstel van de binding met de natuur door individuele betrokkenheid] is in principe hetzelfde als voor de Kennedylaan, en kan daarom gedateerd worden als midden jaren zestig (± 1965).



Ecokathedraal in Mildam - vanaf 1983 (± 3 ha.)
Le Roy - Ecokathedraal - Situatieschets

De Ecokathedraal in Mildam is de voorlopige apotheose van het werk van Le Roy.

Als datering voor de Ecokathedraal wordt doorgaans 1983 gehanteerd. Deze aanvangsdatum is gebaseerd op de eerste pontificale acties voor dit project: de afspraak met de Gemeente Heerenveen om voortaan overtollig bestratingsmateriaal en puin op het terrein in Mildam te storten, en de daadwerkelijke aanvoer dat jaar van een grote hoeveelheid bouwafval.


Voor de Ecokathedraal gaat Le Roy uit van hetzelfde concept als bij zijn voorgaande projecten: ontwikkeling van ecologische processen in ruimte en tijd met menselijke inbreng als katalysator.

Ook de kathedraalmetafoor is niet nieuw, al in de vroege periode van het Kennedylaan plantsoen duikt deze vergelijking op. In een interview in 1970 zegt hij daarover: [kathedraal]… Een gebouw, waaraan eeuwenlang werd voortgebouwd. Een geweldig blok “education permanente”. Naar dat voorbeeld wordt in Heerenveen naar mijn ideeën de Kennedylaan aangelegd. …69


Le Roy - Ecokathedraal - Situatieschets

Nieuw aan de Ecokathedraal zijn de proporties van het aangevoerde materiaal en het gegeven dat Le Roy hier, in alle vrijheid op eigen terrein, zijn concept dit keer eigenhandig tot leven brengt. Die eigenhandige uitvoering is meer pragmatisch dan principieel: ook hier is participatie welkom, maar Le Roy wil voorlopig gewoon zelf zijn gang gaan. Na de tumultueuze gebeurtenissen van afgelopen vijftien jaar (1968-1983), die hem dan zichtbaar hebben getekend, richt hij vanaf 1983 zijn 'vrije'energie vooral op dit project. Bovendien raakt Le Roy - dan tegen de zestig en als leraar gepensioneerd - meer en meer geboeid door de vraag hoeveel één mens teweeg kan brengen met zijn vrije energie.


'Wat kan één mens in ruimte en tijd presteren?' Deze vraag begon zich, naarmate mijn terrein in Mildam zich verder tot een complexe eenheid had ontwikkeld, steeds meer aan mij op te dringen. […] Daarom nam ik het besluit om de wilde tuin in Mildam als fundering te beschouwen voor de bouw van een 'eco-kathedraal'; een ruimtelijke landschappelijke of stedelijke structuur die zich – eindeloos in ruimte en tijd – op basis van onderlinge samenwerking tussen mensen, planten en dieren tot zijn natuurlijke climaxvorm kan ontwikkelen.

Le Roy - Ecokathedraal - Situatieschets

Omdat een dergelijk kathedraal systeem alleen verwerkelijkt zou kunnen worden met behulp van onvoorstelbare hoeveelheden materiaal, zag ik mij genoodzaakt om nogmaals bij de Gemeente Heerenveen aan te kloppen met het vriendelijke verzoek om het restmateriaal, dat de stratenmakers normaliter naar de gemeentelijke stortplaats moesten afvoeren, in het vervolg op mijn land in Mildam te deponeren. Op dat verzoek werd gelukkig direct positief gereageerd waardoor er sindsdien een stroom van materiaal – gebroken stoepranden, bekapte straatklinkers, beschadigde trottoirtegels, ontwateringputjes, oud rioleringsmateriaal, resten zand en aarde met daar doorheen pollen gras, afgestoken zoden en ander organisch materiaal – een ware duivelse mixture zich in de richting van Mildam beweegt. … In de periode 1983 t/m 1999 zijn dat (volgens L.R.) ongeveer 1300 vrachtwagenladingen met in het totaal zo'n 15.000 ton materiaal.70


Le Roy - Ecokathedraal - Situatieschets

Le Roy werkt zo'n vijftien jaar alleen aan de Ecokathedraal, pas bij de voorbereiding van de activiteiten rond Simmer 2000 [de reünie waarbij Friezen vanuit de hele wereld terugkomen naar hun 'heitelân'] is de tijd rijp voor inbreng van derden. Hij werkt dan, voor de aanleg van een groot terras waarop de bijeenkomsten van Simmer 2000 moeten plaatsvinden, samen met (ondermeer) zijn voormalige leerling John Körmeling.71

Ook hierna is er inbreng van vrijwilligers; dit werk wordt sinds 2002 gecoördineerd door Stichting TIJD; deze stichting -opgericht door Le Roy, zijn vrouw Inge van Losser, en een viertal geestverwanten- zal het werk aan de Ecokathedraal na de dood van Le Roy voortzetten. Om de continuïteit van de Ecokathedraal te waarborgen heeft de Provincie Friesland het bestemmingsplan gewijzigd, zodat het werk een beschermde status heeft gekregen. Met deze voorzieningen is nadruk gelegd op het nooit (naar menselijke maatstaven) eindigende vormingsproces: Le Roy ziet zijn aandeel hierin als aanzet.


Le Roy borduurt voort op de lijnen en structuren zoals hij die al eerder op zijn proefterrein had gevormd. Hij vormt lineaire stelsels: netwerken die zich in verschillende lagen over het terrein uitstrekken en die zich met elkaar vervlechten.


Ik orden [het aangevoerde materiaal] met behulp van netwerken. Die netwerken ontstaan door een aantal van de allergrootste brokken materiaal, die verspreid op mijn land liggen, onderling door middel van brede stroken stenen met elkaar te verbinden. Op die stroken stapel ik vervolgens twee of drie lagen steen. Zo ontstaat een vertikaal laag netwerk van stenen richels. De open ruimtes tussen die richels stapel ik vol stenen. Op de eerste funderingslaag die zo ontstaat stapel ik dan weer een volgende laag waarvan het netwerk een ander verloop heeft. Als ik dat bij iedere volgende laag ook doe, dan vormen die onderling verschillend gestapelde netwerken met elkaar één hechte fundering. Heeft die fundering tenslotte de gewenste hoogte bereikt, dan kan ik met het stapelen van verschillende muren beginnen. De basis van de muren laat ik grillig lijnvormig verlopen en ik stapel zó dat iedere muur een bepaalde hellingshoek met het oppervlak van de fundering maakt. Die hellende muren steunen op massa's stenen die ik er achter op stapel.72


Le Roy kiest voor een gelaagdheid van lineaire stelsels omdat die overeenkomt met (en aansluit op) de natuurlijke (=ecologische) netwerkvorming. In de visie van Le Roy zijn lineaire stelsels onbeperkt uitbreidbaar.


Le Roy - Ecokathedraal - entree Le Roy - Ecokathedraal - werk in uitvoering

De fysieke verschijning van de Ecokathedraal laat zich niet in enkele zinnen vatten: daarvoor is het werk te groot en te gelaagd. De naam noodt tot misverstand: er staat geen kathedraalvormig bouwsel op het terrein, maar er vindt een kathedraal proces plaats. Le Roy gebruikt 'kathedraal' als metafoor voor een gemeenschappelijk cultureel proces dat zich over een reeks van opvolgende generaties uitstrekt. Het werk doet denken aan een tempelcomplex uit een vervlogen tijd; het is te groot, te begroeid en te onoverzichtelijk om overzien te kunnen worden en het is, daar waar je geconfronteerd wordt met de proporties van de bouwsels, groots.

Een uiterst complexe structuur die het midden houdt tussen een verlaten Incatempel en een natuurlijk eldorado in the middle of nowhere … zo schetst Huub Mous de Ecokathedraal in het voorwoord van het gelijknamige boekje.73

De Ecokathedraal is altijd toegankelijk, maar wordt niet gepresenteerd: de toegang tot het werk is de inrit waarvan de vrachtwagens gebruik maken om materiaal aan te voeren; op de slagboom, die auto's van het terrein weert, een bordje 'betreden op eigen risico'; de entree is van een bijna ontluisterende pretentieloosheid. Eenmaal op het terrein zoek je je weg: er zijn paden, padachtige structuren, overgroeide paden die zich nauwelijks meer laten vinden en paden waarop je vastloopt en die je tot terugkeer dwingen.


Le Roy - Ecokathedraal - detail Le Roy - Ecokathedraal - detail

De Ecokathedraal is een bouwplaats: er zijn structuren die 'af' tonen, die er zelfs als 'vergeten' uitzien en er zijn plaatsen waar het puin en ander stenig afval nog ligt zoals het er gebracht werd. Als nooit-af-komend ecologisch kunstwerk is de Ecokathedraal een geval apart. Het werk moet gezien worden als een dynamisch schouwspel. De stapelingen zijn decor en biotoop; de mens (Le Roy) is regisseur, aangever en participant; de interactie tussen cultuur en natuur is het schouwspel. Het werk is een model, een proef, een studie, een uitnodiging en een gift van de maker, die niet alleen het concept, maar ook een imponerende hoeveelheid vrije energie aan dit werk doneerde.

Voor een argeloze bezoeker zal de Ecokathedraal, naast verwarrend, toch vooral groots en meeslepend zijn.

De Ecokathedraal is een belangrijk werk: uniek vanwege het concept, vanwege de uitvoering, en vanwege de overgave waarmee de kunstenaar er een aanzienlijk deel van zijn leven aan heeft gewerkt. Het is een reusachtige organische sculptuur, bedoeld als kiem voor een groots gebeuren.


Fotodocumentatie

Een uitvoerige fotoserie van de Ecokathedraal (van fotograaf Peter Wouda} is te vinden in Ecokathedraal ,Le Roy, 2000, Leeuwarden;

in Nature Culture Fusion - Louis G. Le Roy - Natuur Cultuur Fusie (Vollaard e.a., 2002, Rotterdam) véél fotowerk van de Ecokathedraal van fotograaf Philippe Vélez McIntyre;

via de website van Stichting TIJD (verzorgd door Peter Wouda), www.ecokathedraal.nl


Overige projecten

Le Roy heeft vanaf begin jaren zeventig veel uitnodigingen, uit verschillende Europese landen, ontvangen om projecten te realiseren. In de meeste gevallen liepen de onderhandelingen al in een vroeg stadium vast. De eisen van Le Roy voor continuïteit, voor participatie van de bevolking en voor autonomie, zijn meestal op voorhand onacceptabel. Daar waar projecten wel tot uitvoering komen (o.m. Clergy-Pontoise; Brussel) blijkt Le Roy zoveel concessies te moeten doen dat hij zich terugtrekt.


Atelierwoning Oranjewoud (vanaf 1951) en Atelier Mildam (vanaf 1963)

Le Roy ziet directe (fysieke) betrokkenheid met woonruimte en omgeving als elementair in ons bestaan. De woning-met-atelier in Oranjewoud, zoals deze door Le Roy is omgevormd (trefwoorden: veranderlijke continuïteit, archaïsche vorming), en het atelier in Mildam (eigenhandig uit restmaterialen gebouwd, zonder tekening en zonder meetinstrumenten) belichamen zijn ideeën over wonen, en de historische continuïteit daarvan.

Le Roy pleit voor vorming in de tijd, en wijst keer op keer op de wenselijkheid van fijnmazige groeipatronen zoals die ontstaan door een aaneenschakeling van particuliere initiatieven. Le Roy pleit voor de vrijheid van het persoonlijk handelen bij de vorming van woning en omgeving.74


Performances

Le Roy lijkt geen kans onbenut te laten zijn gedachtegoed uit te dragen. Hij treedt veelvuldig op: geeft interviews, laat zich zien in televisiedocumentairesl75, staat bezoekers van zijn projecten te woord (iedereen kan vrij inlopen bij de werkende Le Roy), geeft lezingen en gastcolleges.

Hij is een performer, bij lezingen en colleges bespeelt hij zijn publiek, hij is enthousiast, soms emotioneel, maar vaak ook scherp en sarcastisch. In conflicten gedraagt Le Roy zich onafhankelijk, en onbuigzaam; voor bestuurders is de welbespraakte, fris en conventioneel overkomende Le Roy een wolf in schaapskleren.


Optreden

In de inleiding tot het interview in Plan (nr. 7 – 1971) schetst de redactie (Marten Bierman en Dick A. van Ruler) een optreden: …Louis le Roy is in enkele jaren vermaard geworden als de reizende apostel van de Heerenveense ecologie. Her en der in het land treedt hij met ± 300 dia's plus een uitgebreid verhaal op om belangstellenden in kennis te brengen van het 'alternatieve milieu', de 'tegencultuur'. De dia's tonen de tuin bij zijn huis in Oranjewoud, die in acht jaar van vrijwel volstrekte kaalheid evolueerde naar een zeer grote begroeiingsdichtheid, het door hem enkele jaren geleden gekochte stuk land, dat tot dat moment was geteisterd door grazende koeien, en de ook al internationaal bekend geworden Kennedylaan in Heerenveen, waar Le Roy zijn ideeën over een lengte van 1 km. en een breedte van 18 meter kon botvieren. [onderstreping M.v.H.]

Hij maakt grote furore met zijn verhaal plus foto's; het onderwerp is 'in'; grote aantallen mensen zijn kennelijk rijp voor een verandering in het milieu. Het mag althans zekere verbazing wekken dat Le Roy kans ziet om op één avond 450 mensen van hun tv-toestel weg te rukken voor wat in eerste instantie toch niet meer is dan een 'lezing met lichtbeelden'. Nog merkwaardiger is het dat deze 450 mensen bereid blijken om van 20 tot 23.30 uur (met een half uurtje pauze) in het donker te luisteren, zelfs ademloos te luisteren naar het verhaal van één man.

Nu moet gezegd dat Le Roy zijn publiek weet te bespelen: af en toe een vrij gemakkelijke op de lachspieren werkende grap, af en toe een tekst die niet ontbloot is van zekere demagogische kenmerken; de krenten in het brood. Een goede spreker dient iets te hebben van een conferencier, zeker, maar het zou toch niet gelukken een stampvolle en op den duur in zuurstofnood gerakende zaal, drieeneenhalf uur beet te houden, wanneer we [de] toehoorders zich niet wezenlijk betrokken voelden bij de problematiek. [hierna bestaat het artikel uit een reeks van citaten uit zijn lezing(en)]


Impact

Welke impact Le Roy met zijn ideeën en optredens had laat zich misschien het beste afmeten aan de status-quo van deelnemers aan het debat over 'de Stellingen van Louis Le Roy'.

Dit debat, dat de VARA samen met de TA/BK redactie organiseerde, vond plaats op 30 maart 1972; het televisieverslag werd uitgezonden op 18 april dat jaar.

Voor de openbare diskussie met Louis Le Roy over 'De Stellingen van Louis Le Roy' waren veel mensen uit verschillende disciplines uitgenodigd. Het publiek op de tribunes bestond uit ongeveer 60 in het onderwerp geïnteresseerde mensen. Een deel van hen had gereageerd op het tv-programma 'De Tuinen van Louis Le Roy', dat de VARA-tv op 1 oktober 1971 heeft uitgezonden. Ook waren er bewoners, die in hun woonomgeving bezig zijn een Le Roy-achtig plantsoen aan te leggen. De organisatoren hadden voor deze discussie een panel samengesteld dat bestond uit twintig academici van verschillende disciplines en met relevante maatschappelijke functies. Gestreefd was naar een gelijke verhouding tussen de voor- en tegenstanders van het gedachtegoed van Le Roy.76


Krantenkoppen

Kent u hem nog, de ecotect uit Oranjewoud? Hij heeft vanaf het begin van de zeventiger jaren voor heel wat opwinding gezorgd in de wereld van de plantsoenendiensten, tuinliefhebbers, architecten, planologen, politici en natuurwetenschappers. Er kwam een overweldigende publiciteit op gang. Wie de talloze artikelen in binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften weer eens doorleest verbaast zich. Over al die kreten, meningen en oordelen. Een communicatiespektakel zonder weerga! Bijvoorbeeld de krantenkoppen: “De anarchie van het groen”, “Bouwer van ecokathedralen laat de natuur de plantsoenendiensten uitschakelen”, “De groene hel van Le Roy”, “Progressieve puinhoop”, ”Nieuwe vorm van vrijetijdscultuur”, “Oerwoudtuin”, “Botanisch theater”, “Paradies aus Schutt und Kraut”, “Unkrautsysteme”, “Animator für Selbstgestaltung”, “Holist avant la lettre”, De groene bisschop van de ecokathedraal”, “Flinke hap ontspannend landschap”, “De evolutionair Le Roy”, “Ein ausgekochter Botaniker”, “Monument van de menselijke creativiteit en de natuurlijke processen”. (Ben J. Veld in Oase77)


Hij vertelde het op lezingen in heel Europa, priemde zijn vinger in de lucht voor hele groepen planologen. 'Ík eis dat 1 procent van de stad gevrijwaard blijft van de gangbare planologische procedures. […] Want ik zeg: de mens heeft het recht om een eigen habitat te maken. Wie bent u, zeg ik tegen die planologen, dat u er meer van weet? Punt.' (Sacha Bronwasser in de Volkskrant78)

De optredens van Le Roy kunnen worden gezien als ecologische actie-kunst (activist environmental art). Wanneer -zoals in deze kunstvorm gebruikelijk lijkt- de maatschappelijke respons op het concept bijdraagt aan de status van de kunstenaar, moet Le Roy tot de coryfeeën worden gerekend.


Publicaties

Naast zijn explicaties in interviews, lezingen en colleges, heeft Le Roy ook als auteur het nodige gepresenteerd; er zijn vier boeken en een behoorlijk aantal publicaties van geringere omvang van zijn hand verschenen.


Natuur uitschakelen – natuur inschakelen (1973)

Van zijn boeken is vooralsnog het eerste, Natuur uitschakelen – natuur inschakelen, het meest gekend: het bracht maatschappelijke veranderingen teweeg en is in de groenwereld een klassieker; het verscheen destijds in een oplage van 30.000, in 1978 verschijnt de Duitse editie.

Le Roy - Natuur uitschakelen

Natuur uitschakelen – natuur inschakelen lijkt te bestaan uit een archaïsch opgebouwde verzameling teksten en foto's van Le Roy. Door de mix van cultureel getinte essays, ecologische vertogen en practische uiteenzettingen, gelardeerd met persoonlijker verhalen, laat het boek zich makkelijk in fragmenten lezen; het lijkt daardoor toegankelijker dan het voor velen zal zijn geweest; in essentie bevat het alle sleutels tot zijn werk.

In de eerste alinea's verduidelijkt Le Roy zijn houding ten opzichte van de natuur. Hij brengt zijn standpunt al tot uitdrukking in de titel: '... De adorerende houding is hierbij bewust achterwege gelaten en de beide werkwoorden (uitschakelen, inschakelen) die meer een handeling weergeven, welke plaats vindt bij het in bedrijf stellen van een fabriek, drukken duidelijk uit, waar het hier om gaat: De natuur als bedrijf, als mechanisme en de mens als begeleider in dit bedrijf, waarmee hij organisch verbonden is. Leiden we dit bedrijf goed? Aanvaarden wij duidelijk de positie, waarin we gesteld zijn t.o.v. deze natuur, of willen wij pogen de natuur naar onze hand te zetten? Zouden wij een organisatievorm voor de menselijke samenleving zodanig kunnen ontwerpen, dat wij in de pas lopen met natuur?'

De volgende vraag- Of lijkt het ons beter, om welke reden dan ook, te blijven volharden in de uitgangspunten van waaruit wij momenteel opereren? is de opening tot het betoog. Natuur uitschakelen - natuur inschakelen bevat als hoofdlijn een doorlopend cultuurfilosofisch vertoog dat is afgewisseld met specifieke ecologische toelichtingen. De (12) Stellingen van Le Roy vormen het grondthema, deze stellingen zijn voorin het boek afgedrukt op de binnenzijde van het schutblad, en worden in een aparte sectie (p. 145-160, gedrukt op ander papier -zwaarder, okergeel-) opnieuw, nu toegelicht, weergeven. Op bladzijde 145 zegt Le Roy het volgende over deze stellingen, en vooral over zijn werk: [...] Ze moeten worden beschouwd als motivering voor het schrijven en als basis voor het werk. Onder dit laatste moet worden verstaan de poging om processen op gang te brengen, waardoor een beter woon- en leefmilieu voor de mens kan ontstaan. Het maken van dit boek is een gevolg van de belangstelling die voor dit werk bestaat. Het bedoelt niet meer te zijn dan de uitwerking van de twaalf stellingen. Noch het werk, noch het boek zullen ooit klaarkomen omdat beide zijn opgevat als een proces in de tijd. [onderstreping MvH]


Als tweede verhaallijn is, in de binnenmarge van de bladspiegel en als bijschrift van de foto's, een praktisch gedeelte met uitleg en tips voor zelfwerkzaamheid. Dit praktische deel reflecteert ook het praktische werk van Le Roy: veel detailfoto's zijn gemaakt in eigen tuin, aan de Kennedylaan of op zijn proefterein in Mildam; er zijn overzichtsfoto's van het Kennedylaanproject. Ingewijden herkennen de eerste foto in het boek als een vroeg beeld van zijn tuin in Oranjewoud en foto twee laat een -nog weinig spectaculair- vegetatiekleed (en een stukje omgeving) zien van zijn, dan recentelijk verworven en nog vlakke, terrein in Mildam.


De Stellingen van Le Roy

1. De mens is het produkt van cultuur en natuur.

2. Monocultuur, in welke vorm dan ook, vormt een uitdaging aan de natuur en wordt als zodanig fel bestreden (ziektebeeld).

3. De historische ontwikkeling in natuur- en cultuurvormen dient als continuïteit te worden opgevat en het verbreken van deze samenhang in ruimte en tijd kan worden opgevat als calamiteit.

4. Arbeid met vegetatiemateriaal dient zodanig gericht te zijn dat het streven van de natuur wordt gevolgd en gestimuleerd (climaxvorming).

5. Overgangsvorm tussen stad en land kan worden gevormd door bossen (milieuverbetering).

6. De stad dient een oase-functie te vervullen (contrast).

7. De ontwikkeling op gebied van recreatieterreinen is in die zin onjuist te noemen dat hier de mens zelf meer zal moeten worden ingeschakeld (homo ludens) en dat de aanleg op basis van economie geheel achterwege dient te blijven (tot minimum beperken).

8. Milieuverontreiniging waar deze niet wordt veroorzaakt door industrie of landbouw, kan volledig worden tegengegaan.

9. Insekten dienen niet steeds als vijanden te worden beschouwd. Ruimere voorlichting gericht op begrip van totaliteit der levensvormen (ecologie) is zeer gewenst.

10. Insekticiden gebruikt men alleen indien volstrekt nodig en beperkt tot een absoluut minimum – gebruik door amateurs dient te worden verboden (beperkt tot de minst schadelijke soorten).

11. Zoet water dient zo lang mogelijk op het land te worden gehouden.

12. Grondarbeid dient tot een minimum te worden beperkt.


Tegencultuur
Le Roy stelt dat elkaar opvolgende culturen elkaars tegenculturen zijn, maar hij ziet het als onjuist dat een tegencultuur wordt gezien als bedreiging voor de vigerende. [Maar hij heeft dan allang ervaren dat een tegencultuur weerstand oproept, en, door partijen uit de vigerende stroming wiens belangen worden aangetast, als vijandig wordt beschouwd.] Aan het eind van het betoog, waarin een aantal cultuurwisselingen zijn toegelicht, komt Le Roy uit op de actuele [begin zeventiger jaren] toestand: Het valt niet te verwonderen, dat juist de uiterst materialistische cultuur van de Romeinen een tegencultuur[het Christendom] oproept, die de liefde als hoogste waarde propageert. Mogelijk is binnen deze gedachtengang van culturen en tegenculturen te begrijpen dat de huidige technocratische maatschappij een tegencultuur laat ontstaan met als motto 'all we need is love'. En evenmin als men vroeger in staat bleek, de tegencultuur reële ontwikkelingsmogelijk-heden te geven binnen de bestaande cultuur, evenmin zal men in onze tijd in staat blijken dat te kunnen doen. De harde les die de geschiedenis ons leert, is, dat de tegencultuur pas dan gelegenheid krijgt zich ten volle te ontplooien, als de bestaande cultuur heeft opgehouden te bestaan. In feite ligt hier de oorzaak van de angst van de cultuurdragers, angst voor de opkomst van iedere vorm van tegencultuur; zij zien de 'halfzachten' van de tegencultuur als hun doodgravers79


Natuur uitschakelen - natuur inschakelen is in feite één cultuurfilosofisch essay dat de omgang van de mens met zijn leefomgeving (en grondstoffen) onder de loupe neemt en dat gelardeerd is met ecologische onderbouwingen en tips hoe zelf aan de slag te gaan. Le Roy begrijpt dat de ecologische grafiek zich spiegelt aan de grafiek van energiegebruik en dat oververbruik tot (ecologische) degradatie leidt. Het boek is een pleidooi voor kleinschaligheid, voor historische continuïteit en voor onthaasting, en geeft naast alle bespiegelingen in breder verband, een praktische handleiding voor het (opnieuw) leren ervaren van natuur.

Le Roy's praktische tips hebben hun doel niet gemist, en zijn ecologische en botanische aanbevelingen evenmin, want de maatschappelijke weerklank was groot. Maar die praktische invloed als 'wilde tuinman' heeft wel de aandacht afgeleid van de kunstenaar-filosoof Le Roy.

Natuur uitschakelen - natuur inschakelen is een onderdeel van Le Roy's werk en deel van zijn performance: het is een kunstenaarsboek dat eigen werk (filosofische denkbeelden en praktische uitwerkingen daarvan) behandelt op eigen manier (schrijfstijl, opbouw, fotografie, omslagontwerp, vormgeving). Natuur uitschakelen - natuur inschakelen kan als sociaal-ecologisch kunstwerk worden geïnterpreteerd en geanalyseerd.


Uilenspiegeltjes Le Roy - Uilenspiegeltjes

Onze kreatieve potentie misbruikt? (1984) is een bewerking van een lezing -met dia's- die Le Roy hield aan de Technische Hogeschool in Düsseldorf. Le Roy heeft de dia's die voor deze lezing zijn gebruikt omgewerkt tot gestileerde schetsjes op grootbeeld diaformaat (± 6 x 6 cm.).

Uilenspiegeltjes geeft een beeld van Le Roy als activist (activist environmental art).

In de inleiding trekt hij meteen een lijn van het onderwerp van zijn lezing, Bauen mit Sonne und Pflanzen, naar de politiek [... als je over bouwen praat kun je niet om politici heen] om daarna vast te stellen dat de politici [hier in deze stad] schitteren door afwezigheid: Dat is jammer. Want dan moeten wij ons weer, als idealisten onder elkaar, de hele dag bezig houden met de vraag hoe de wereld er eigenlijk, volgens onze mening, zou moeten of kunnen uitzien.


Uilenspiegeltjes toont een Le Roy die volledig opgaat in zijn rol als Uilenspiegel [Hoewel ik als Uilenspiegel duidelijk fantast en utopist wil zijn (p.10)] en Wilde Tuinman: Zolang 'de Wilde Tuinman' zich nu maar bemoeide met zijn eigen afgesloten privéterreinen, wilden de vele bezoekers die met bussen vol uit alle windstreken en van vér over de landsgrenzen even kwamen aanwaaien, graag naar zijn verhalen komen luisteren. Men ervoer de aanwezigheid van de dionysische geest, die in zijn wilde tuinen de scepter zwaait, kennelijk als zéér verfrissend en men liet zich graag - voor enkele uurtjes - in vervoering brengen door het geestdriftige, met spotternijen doorspekte betoog, van deze 'zonderling'. (p.55)


Uilenspiegeltjes is een cultuurfilosofisch (sociaal-ecologisch) betoog, dit keer opgebouwd uit korte tekstfragmenten in samenhang met een afbeelding [eerst dia, nu tekening]. Le Roy fotografeert zijn verhaal: Als Uilenspiegel fotografeer ik de teksten voor mijn lezingen overal waar ik die maar vinden kan. Zelf teksten schrijven [voor optredens] doe ik dus vrijwel nooit. Ik kijk alleen goed uit mijn ogen. [Le Roy gebruikt bij zijn optredens de dia's als geheugensteun voor zijn verhaallijn; de optredens zijn voor het overige meestal volledig à l'improviste.]

Ook Le Roy's projecten passeren, toegelicht door Uilenspiegel, de revue: daar klinkt frustratie in door, want de maatschappij blijft zich tegen de Uilenspiegelende Wilde Tuinman verzetten, en dat, zo lijkt, maakt soms wat nukkig. Het boekje geeft zo een geëxtraheerde inkijk in Le Roy's beleving van de verwikkelingen in Heerenveen, Groningen en Clergy Pointoise.

Ook Uilenspiegeltjes is geheel (tekst, tekeningen, vormgeving, omslagontwerp) van eigen hand.


Ecokathedraal (2000) Le Roy - Ecokathedraal

Dit boekje (88 pagina's, ongeveer de helft tekst en de helft foto's) is uitgegeven ter gelegenheid van Simmer 2000, de eeuwwisselingsreünie die geëmigreerde Friezen vanuit de gehele wereld op een aantal plaatsen in Friesland bijeenbrengt. De Ecokathedraal is een van deze ontmoetingsplaat-sen; ter gelegenheid van dit gebeuren zal een (achthonderd vierkante meter) groot terras gebouwd worden om de deelnemers aan deze pelgrimage te ontvangen. De bouw van dat terras betekent ook het einde van zo'n vijftien jaar solistisch bouwen, vanaf dan werken -van tijd tot tijd- vrijwilligers mee aan het ecokathedrale project.

Ecokathedraal is een typerend Royaans betoog: een archaïsche mix van cultuurfilosofische vertogen, cultuurhistorische verwijzingen, persoonlijke invalshoeken en belevenissen, waartussendoor het verslag van het ecokathedrale project en zijn pleidooi voor, daarop gebaseerde, 'dubbelsteden'. [oorspronkelijk als tegencultuur getypeerd]


Le Roy ziet zijn ideeën over natuurlijke complexiteit verklaard door de chaostheorie, en schaart zich vooral achter de opvattingen van Prigogine, die hij als een grote inspirator beschouwt:

'...Sinds Feigenbaum als natuurkundige en Mandelbrot als mathematicus de nieuwe chaostheorie hebben ontwikkeld, kunnen wij ons een wat beter beeld van complexe systemen vormen. Bovendien heeft de Belgische chemicus en Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine, door zijn studie met betrekking tot het thema 'Het ontstaan van complexiteit in samenwerking met de tijd' ons het belang van de tijd leren herwaarderen. ...' 80


Zoals in zijn andere geschriften ook hier de mix van hoop, voldoening en teleurstellingen:

'Om de hele stedelijke samenleving te kunnen laten deelnemen aan natuurlijke processen is het begrip eco-kathedraal ontstaan, omdat door middel van deze begripsaanduiding de koppeling tussen natuurlijke en creatieve processen kon worden gelegd. Met behulp van eco-kathedralen kunnen ecologische processen worden opgestart. Toen die gedachte bij mij opkwam, kon ik niet vermoeden dat een goede vijftien jaar later via minister Genscher een verzoek tot mij zou worden gericht om dit idee aan te dragen voor het Nieuwe Europa.'(p.26)

'Ooit kreeg ik de opdracht om in Clergy-Pontoise, een van de slaapsteden westelijk van Parijs, 'Wilde Tuinen' aan te leggen. Dat project werd ogenblikkelijk gestopt toen men in de gaten gekregen had dat het mij niet alleen om de planten, maar ook om de mensen te doen was!

Een project in Brussel, waar met behulp van studenten een gebied rondom een van de universiteiten in een creatief milieu zou worden herschapen, werd op last van hogerhand beëindigd. Alles wat was ontstaan werd met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken voor het obligate gazon en de rustige zithoek. In Hamburg werd, zelfs nog voordat er serieus met een soortgelijk proces een begin gemaakt was, het daartoe genomen raadsbesluit [..] schielijk ongedaan gemaakt nadat men [..] zich een betere voorstelling van zijn [Le Roy's] ware intenties had kunnen maken. ...' [deze opsomming van net-niet-doorgaande/ of afgeblazen projecten wordt vervolgd met Bremen, Oldenburg, Eindhoven, Kassel en Berlijn] (p.33)


Retourtje Mondriaan (2003) le Roy - Retourtje Mondriaan

Retourtje Mondriaan bestaat uit een reeks korte tekstblokken met wisselende verhaallijnen. Le Roy plaatst zichzelf in tijd en ontwikkeling: die terugblik is niet overal even zorgvuldig, want Le Roy produceert veel teksten uit het hoofd. Retourtje Mondriaan komt op mij over als een ongeredigeerd manuscript: vermijdbare slordigheden leiden een kritische lezer te vaak af. Het boek weerspiegelt Le Roy in al zijn facetten, vaak scherp en bondig formulerend, maar ook bij tijden oubollig of misschien zelfs drakerig. Daarmee wil ik het onaardige gezegd hebben, er valt op Le Roy als literator wel het een en ander aan te merken, maar dit boek lijkt me niet bedoeld als taalkundig meesterwerk. Ook Retourtje Mondriaan is een (zeer informatief) kunstenaarsboek: de foto's van Le Roy's kristallen objecten zijn van Peter Wouda, de vormgeving is van eigen hand.


Artikelen in Plan

- maandblad voor ontwerp en omgeving81.

Na een eerste kennismaking van Le Roy met Plan (interview in Plan 7 – 1971) verschijnen er vanaf 1973 met enige regelmaat uitvoerige artikelen van Le Roy in Plan. Deze serie wordt ingeleid met een redactionele 'macro' (Plan 7, 1973): met louis g. le roy sleutelen aan de consumptiemaatschappij. In dit nummer komen, in verschillende artikelen, voor- en tegenstanders uitvoerig aan het woord; van Le Roy zelf in dit nummer (p. 38 – 49): Natuur uitschakelen – natuur inschakelen. Dit artikel is een uitvoerige polemiek waarin Le Roy zijn standpunten uit het gelijknamige boek verdedigt en waarbij hij in de eerste regel al van leer trekt tegen het 'rapport Vanderveken'. Ook Vanderveken (L.F.J. Vanderveken, tuin- en landschapsarchitect, Gemeentelijke Plantsoenendienst Den Haag) doet in dit nummer zijn verhaal in een uitvoerig artikel; deze benadrukt nogmaals zijn bezwaren tegen de werkwijze van Le Roy; verder in deze macro artikelen waarin Le Roy's gedachtegoed positief behandeld wordt door ecoloog H. Doing (Landbouwhogeschool Wageningen) en bioloog J.S. Wassenaar (Rijksuniversiteit Groningen).

1975, Plan 4, p. 28 - 65 Onze spectaculaire samenleving- Dit uitvoerig essay is opgebouwd uit een mengeling van aanklachten en aanbevelingen, verweerschriften en commentaren op uiteenlopende gebeurtenissen rond de projecten van Le Roy, of daarvan afgeleid, en reflecties op de relevante actualiteiten in Nederland en België. Het geeft een goed beeld van Le Roy in dispuut, van de bewegingen die hij in deze periode teweegbrengt en van de bij elke gelegenheid opnieuw oplaaiende discours tussen aperte voor- en tegenstanders.

1977, Plan 1, p. 17 - 53: Semipermanent- Le Roy werkt hier, geïnspireerd door het boek Du chaos á l'homme van de biochemicus Jacques Duclaux, de idee van de mens als super-enzyme nader uit. Het is een sociaal-biologisch betoog waarin met natuurkundige metaforen een poging wordt gedaan het menselijk gedrag te ontcijferen en onze positie ten aanzien van natuur te duiden; bio-chemische structuren fungeren als vergelijkende maat voor sociale en ruimtelijke ordeningen.

1978, Plan 7, p. 25 - 53 Creatie-re-creatie- hierin aandacht voor het werk van de Belgische architect Lucien Kroll voor de wijk van de Medische Faculteit in Woluwé, en de verwikkelingen rond dit project. Le Roy, die ook enige tijd met Kroll samenwerkt, treedt hier op als zijn exegeet en geeft een boeiend verslag van de opkomst en verval van dit ambitieuze project; dit alles doorspekt met verslagen van, en commentaren op, andere stedenbouwkundige verwikkelingen.

Vanaf 1983 is er een maandelijkse bijdrage met verslagen van de verwikkelingen rond Le Roy's projecten.82


Over Le Roy

Als toelichting op het oeuvre van Le Roy wil ik ook een tweetal publicaties noemen, die in nauwe samenwerking met Le Roy zijn ontstaan, en daarom een geautoriseerd beeld geven van zijn werk:

Nature Culture Fusion – Louis G. Le Roy – Natuur Cultuur Fusie (2002) is een uitgave ter gelegenheid van de oeuvreprijs (in 2000) van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst (Fonds BKVB). De tekst van dit boek bestaat uit essays van Piet Vollaard: Time-based Architecture in Mildam, Hagen Rosenheinrich: Louis Le Roy, Evolution and society, order or chaos?, Vincent van Rossum: Change your thinking, change your gardening en een compilatie van Le Roy citaten samengesteld door Guido van Overbeek en Esther Boukema.

Het fotowerk – véél foto's van de Ecokathedraal – is (met uitzondering van twee luchtfoto's) van Philippe Vélez McIntyre.

Dansen tussen fundamenten - Essay's over het kathedrale werk in Mildam (2004) is de tweede uitgave [de eerste was Retourtje Mondriaan] van de Stichting TIJD. Hierin essays van Huub Mous Waarom krijgt Le Roy niet de tijd? (13-33); Peter Brinkman Het geheim van de omgekeerde pyramide (41-46); Louis Le Roy Dansen tussen fundamenten [over het optreden van de Japanse danseres Moeno Wakamatsu] (55-59); Atte Bouma Monnikenwerk (95-111) en Henk Pleiter Dansen tussen fundamenten van het leven (119-127). De foto's -waaronder een serie van de performance van Wakamatsu- benadrukken de esthetische kwaliteiten van de Ecokathedraal; door het 'mooie' heenkijkend ontdek je de vervlechting van cultuur met natuur. Ondanks veelvuldig toegepaste modern ogende materialen als betonklinkers, is de Ecokathedraal een tijdloos aandoende plek. Hier is cultuur tot een uiterste eenvoud teruggebracht en dienstbaar gemaakt aan natuur. Het ontwerp/de lay-out van het boek is verzorgd door Le Roy -en sluit aan bij de vormgeving van Retourtje Mondriaan- de foto's zijn van Peter Wouda.



 

3.3 Exploitatie van ecologische processen



Kunst waarin gebruik wordt gemaakt van levende materialen is, de klassieke tuin- en landschapskunst buiten beschouwing gelaten, een betrekkelijk jong verschijnsel.

Het gebruik van levend materiaal in de beeldende kunst heeft zich vooral ontwikkeld, vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, bij die vormen van kunst die we nu ecologische kunst noemen.

Le Roy blijkt in deze ontwikkeling een bijzondere plaats in te nemen: hij vertaalt de opkomende progressieve (vaak alternatieve) ecologische en cultuurfilosofische opvattingen van die jaren vijftig tot een eenvoudig toepasbaar concept. Zijn benadering voor de toepassing van organisch materiaal (beplanting, vegetaties, groen) als zelfregulerende organische gemeenschappen is dan volstrekt ongebruikelijk.


Exploitatie van ecologische processen is een abstracte omschrijving. Het is ook een zéér ruime omschrijving, want onze hele wereld is één conglomeraat van ecologische processen. Voor ik verder ga is het daarom beter te preciseren om welke processen het gaat, en welke materie het betreft. Wanneer het gaat over het aanwenden/ toepassen/ exploiteren van ecologische processen in de beeldende kunst, betreft het vrijwel altijd het gebruik van gewassen (planten, struiken, bomen).

Maar wanneer ik het over planten, struiken en bomen heb, verval ik meteen in de klassieke conventies: dan wordt een plant of boom begrepen als een -al dan niet functioneel- visueel object.

Botanische gewassen (planten, struiken, bomen) worden vooral aangewend vanwege hun eigenschappen. In de landbouw, tuinbouw of bosbouw is dat duidelijk, daar worden gewassen geteeld vanwege hun kwaliteiten voor voeding of voor divers praktisch gebruik. Voedingsstoffen, vetten, vezels voor verwerking, hout voor alle mogelijke toepassingen. In praktische zin worden hier organische processen uitgebaat. Deze processen zijn meestal uit hun natuurlijk ecologisch verband geïsoleerd.

In de landschaps- en tuinarchitectuur/kunst worden gewassen eveneens toegepast vanwege hun individuele eigenschappen. Hier hebben de nagestreefde waarden vooral te maken met beleving: luwte, zon/schaduw, zichtafbakening, vormen, kleuren, geuren en geluiden zijn in dit verband de geldende motieven; wanneer in dit milieu voedselgewassen worden toegepast, gaat het vaak om fruitsoorten die dan luxe en welvaart symboliseren. Ook binnen deze disciplines is men, aan het begin van de tweede helft van de twintigste eeuw, niet of nauwelijks geïnteresseerd in ecologische verbanden.


Wanneer Le Roy, halverwege de jaren vijftig, zijn tuin in Oranjewoud aanlegt, gaat hij uit van een geheel andere benadering: Le Roy legt in feite geen tuin aan, maar vormt -als tuin- een biotoop.

Hij gebruikt daarbij geen gewassen op basis van individuele kwaliteiten of verwachtingen, maar geeft (vaak willekeurig gekozen) gewassen een vestigingskans. Dit met de verwachting dat deze gewassen zelfregulerende plantengemeenschappan zullen vormen. Ecologische motieven spelen daarbij de hoofdrol: Le Roy ziet de dynamiek van plantengemeenschappen als kernelement van een véél complexer gebeuren, namelijk de samenhangende dynamiek van organismen [waaronder wijzelf] die van deze plantengemeenschappen afhankelijk zijn.

Le Roy hoort, met zijn ecologische inzichten, tot de nieuwlichters, maar zijn ideeën zijn niet onbekend. Hij conformeert zich aan de progressieve, vaak alternatieve, ecologische opvattingen van die tijd.

Nieuw is de manier waarop hij die opvattingen in zijn persoonlijke omgeving gestalte geeft.

Zijn concept gaat uit van de rol die we als individu (kunnen) spelen met betrekking tot onze biotoop [leefomgeving]: hij is van mening dat we [de geïndustrialiseerde westerse cultuur, en vooral stadsbewoners] vervreemd zijn geraakt van onze natuurlijke omgeving en hij wil deze band herstellen door ons [een bewuste] deelgenoot te maken van ecologische processen.


Exploiteert Le Roy met zijn concepten ecologische processen?

Hij geeft zelf antwoord op deze vraag met de titel van zijn eerste boek: Natuur uitschakelen - natuur inschakelen. Die werkwoorden, zo schrijft hij, zijn gekozen om afstand te nemen van de adorerende houding zoals je die vindt bij natuurliefhebbers. [Dan wordt de Natuur gezien als ideaal (alles is perfect in de Natuur) of, nog misleidender, als ideaalbeeld (plaatje, perceptie van een 'mooie' omgeving).] Le Roy ziet de natuur als één grote abstracte fabriek waarin zich een eindeloze reeks processen afspeelt: processen waarmee wij verbonden zijn, waarvan wij deel uitmaken en waarvan we -onvermijdelijk- afhankelijk zijn. Le Roy ziet dat tal van vitale (voor ons van vitaal belang zijnde) processen door menselijke invloed ontregeld raken, hij stelt ons een andere benadering voor. Hij stelt voor ecologische processen op een symbiotische manier te exploiteren en hij gebruikt de werkwoorden uitschakelen - inschakelen om onze keuzevrijheid te benadrukken. Zelf exploiteert hij ecologische processen door deze tot onderwerp van zijn voorstelling te maken.


Conceptvorming

Le Roy, al vanaf zijn kindertijd in natuur geïnteresseerd, maakt de opkomst mee van de natuurbeweging zoals deze in gang was gezet door Jac. P. Thijsse (1865 - 1945) en consorten. Deze natuurbeweging - van stond af aan sterk educatief gericht - komt in de jaren zestig in een stroomversnelling. Er ontstaat dan grote belangstelling voor heemtuinen. Het gedachtegoed van Thijsse klinkt door in de opvattingen van Le Roy. Uit de biografie van Thijsse in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland een citaat uit een interview dat hij gaf op zijn zeventigste verjaardag: 'Zij die leven voor wat groeit, bloeit, kruipt, ademt moeten wel beter en rijker worden. Zij krijgen belangstelling voor muziek, schilderkunst, beeldhouwwerken, godsdienst. Groeien zelf. Worden beter'.83


Le Roy heeft ook kritiek op deze natuurbeweging. Hij ziet een heempark [in feite een museumtuin met gereconstrueerde inheemse plantengemeenschappen] als een geïsoleerd gebeuren dat '... is gebaseerd op de gedachte dat de droom b.v. op een oude buitenplaats, in elk geval aan de periferie van de stad tot bloei kan komen, [...]

Ik heb mijn hele leven in de planten gezeten, excursies meegemaakt van de Bond voor Natuurstudie. Ik heb meegedaan met het botaniseren in het zogenaamde vrije veld. Zogenaamd, want heel Nederland kent geen vrije velden of natuur, het is zuiver een cultuurlandschap; ik betwijfel zelfs of plantensociologie in Nederland wel helemaal eerlijk is. Ik ben er in elk geval bij betrokken geweest en heb meegedaan met dagdromen. Dan ontstaat er zoiets als een zich afzetten. Ik heb onder deze mensen vaak gemerkt dat zij de neiging hebben zich terug te trekken, het moderne leven, zoals wij dat moéten ondergaan, te ontkennen. [...] ...; het is onjuist je terug te trekken binnen de zogenáámd veilige omheining van een natuurreservaat en de rest van de wereld als 'schootsveld' over te leveren aan je medemensen, die dan min of meer een vrijbrief krijgen om met de 'rest' te doen wat ze willen. [onderstreping MvH]

Ik aanvaard derhalve de stad en wil nu - met op de achtergrond de wetenschap dat die natuurreservaten nog ergens liggen - met de natuur zien te penetreren in de kern van de stad. Wat voor natuur dan ook. Ik accepteer de monoculturen (de stad; het land als productiegebied van ons voedsel) omdat we er niet buiten kunnen. Maar tussen deze grote gebieden, waar de industrie zijn machinepark kan etaleren, wil ik terreinen (stroken) tot ontwikkeling brengen die een volstrekt eigen leven leiden'.84

Die terreinen/stroken hebben een tweeledige functie: het samenspel van mens en natuur is minstens zo belangrijk als de introductie van natuurlijke processen tot in de stadskernen.


Wat het concept van Le Roy zo aanstekelijk maakt is de laagdrempeligheid ervan: hij redeneert dat de ontwikkeling van natuurlijke organismen, vooral afhankelijk is van het heersende microklimaat.85 Microklimaat is een proportioneel en zéér variabel gegeven: een microklimaat is een specifiek klimaat, op een plek van specifieke proporties, dat voldoet aan de eisen van specifieke soorten/gemeenschappen van soorten. Het microklimaat waarin eencellige organismen zich thuis voelen is van een andere proportie, dan het microklimaat waarin een boom of een mens zich kan ontwikkelen. Zo bezien is elke omgeving een constellatie van microklimaatzones die elk hun eigen voorwaarden voor organische ontwikkeling en ecologische dynamiek in zich dragen.

De laagdrempeligheid van Le Roy's concept berust op de exploitatie van het microklimaat.

Creëer een stukje microklimaat - hoe minimaal dan ook - en observeer wat er gebeurt! Op dit niveau ligt het binnen ieders mogelijkheden een bijdrage te leveren, en deze benadering maakt ook elke inbreng tot een volwaardige bijdrage aan de ecologische dynamiek van een omgeving.

Le Roy's concept maakt het mogelijk om van elk minimaal stukje grond een volwaardige biotoop te maken: nu kunnen we de tuin zien als leefterrein van de huisjesslak, met onderkomen voor een egel en overwinteringsfaciliteiten voor solitaire bijen, aardhommels of wat je er verder mag verwachten.

Het Wilde Tuinen concept van Le Roy is een handleiding voor biotoopvorming. De verdienste ligt in de eenvoud. Zodra je er kennis van hebt genomen, wéét je het ook: daarom is deze boodschap door velen ervaren als een aha-erlebnis.


Het gaat om de erkenning dat het leven is gekoppeld aan het microklimaat. We streven met z'n allen naar schaalvergroting, met opruiming van het microklimaat, dat de eerste voorwaarde is voor het ontstaan van nieuw leven. [...]

Ik heb als kunstenaar de behoefte om me met alle bronnen, die voor mij een stimulans kunnen zijn, contact te hebben. En omdat ik als mens een microklimaat om me heen heb en in contact ben met natuurlijke gegevens, al is het de wind maar, gaat mijn interesse uit naar de voedingsbodem om me heen. Ik vind het nadelig dat de kunstenaar door een te ver doorwerken in de abstractie tenslotte in een soort monocultuursituatie terechtkomt. ...86


Le Roy keert zich tegen de vervreemding van de mens van de natuur. Hij ziet de mens als werkzaam onderdeel van de natuur en hij stelt vast dat cultuur en natuur altijd met elkaar vervlochten waren. In het tijdvak waarin Le Roy zijn concepten ontwikkelt, verdwijnt die vervlechting, mede door de invloed van steeds breder toegepaste mechanisatie, in zorgwekkend tempo. Na de destructies van de tweede wereldoorlog veroorzaakt de opkomende welvaart, in de jaren vijftig, explosieve stadsontwikkelingen met monotone nieuwbouwwijken van, tot dan, ongekende proporties. Vooral in deze wijken is de stedeling zijn band met (en zeggenschap over) zijn omgeving kwijtgeraakt.

Stadsontwikkeling -historisch een organisch gebeuren van samenhangende, vooral particuliere of vanuit beperkte segregaties aangestuurde, bouwprocessen- ontwikkelt zich in dit tijdvak tot een geïnstitutionaliseerd proces, uitgedacht en uitgevoerd door gespecialiseerde en technisch hoogwaardig toegeruste vakgroepen. Le Roy verzet zich tegen dit specialisme, dat leidt tot situaties waarin elke groep experts het eigen belang nastreeft en waarin het individuele belang van inwoners ondergeschikt is gemaakt aan abstracte maatschappelijke belangen. Maar hij begrijpt ook dat deze ontwikkeling op korte termijn niet te stuiten is en stelt daarom een tegencultuur87 voor, als aanvulling op de vigerende patronen. Deze tegencultuur, die zich door het stedelijk gebied moet vervlechten, moet gevrijwaard zijn van planmatigheid: hier hebben burgers -die zich met de voorgestelde ecologische ontwikkeling willen verbinden- weer fysiek invloed op de eigen leefomgeving.

Le Roy's benadering is pragmatisch: hij beperkt zich tot de economisch oninteressante zones zoals die zich in onze stedelijke agglomeraties bevinden: tuinen en openbare groengebieden. Dat zijn, zegt Le Roy, de gebieden die overblijven wanneer we zoeken naar mogelijkheden om, zonder economisch ingrijpende maatregelen, natuur (natuurlijke processen/ ecologische netwerken) in onze woongebieden te (her)introduceren. In onze tuin hebben we het daarbij zelf voor het zeggen, maar wat betreft het 'openbaar groen' zijn we als 'mondige' burgers buitenspel gezet.

Le Roy stelt voor om, in plaats van het georganiseerde (door gemeentelijke diensten onderhouden) stadsgroen, zones te ontwikkelen waarin bewoners zelf voorwaarden kunnen scheppen voor ecologische ontwikkelingen. Die deelname van bewoners is elementair omdat die bijdraagt aan de beoogde archaïsche structuur en omdat die betrokkenheid waarborgt. Voor de deelname zelf is geen structuur aangebracht: wanneer je wilt meewerken, kun je je gang gaan, alleen, of samen met een groepje; je kunt ergens je diensten aanbieden of domweg beginnen. Le Roy gaat er van uit dat problemen die zullen ontstaan, bijvoorbeeld doordat men andermans werk doorkruist, in de praktijk opgelost zullen worden. Hij is zich ervan bewust dat maar een beperkt deel van de omwonenden(/plaatselijke bevolking) zich ook daadwerkelijk zal willen inzetten, maar dat is van ondergeschikt belang. Le Roy verwacht dat er altijd voldoende creatieve energie in een omgeving beschikbaar zal zijn om tot realisatie en continuïteit te komen.


Le Roy ziet de ontwikkeling van deze groenzones als het begin van een ontwikkeling in ruimte en tijd. Hij wil een natuurlijke complexe organische gelaagdheid bewerkstelligen waarvan de basis gelegd is door menselijk handelen. Die basis is de bodemstructuur: een sterk wisselend bodemreliëf van vooral steenachtige materialen; deze moet, van stond af aan, zorgen voor een zeer gedifferentieerd microklimaat. De omringende stad draagt zorg voor de aanvoer van het materiaal waarmee het bodemreliëf gevormd zal worden: Le Roy gaat uit van (overdadig) gebruik van cultuurgebon-den restmaterialen zoals stenig afval afkomstig van sloop of bestratingsafval.

Hij wordt niet moe te benadrukken, dat zijn plannen meteen toepasbaar zijn en géén geld kosten/ geen budget van betekenis vragen. De aangevoerde materialen kunnen, door bewoners/vrijwilligers, naar eigen inzicht worden verwerkt. Zo zullen linten kunnen ontstaan waarin verschillende patronen zich verweven. Netwerken van menselijk gebruik en creativiteit (paden, stapelmuuren en andere bouwsels, terrassen, zitplekken, speelruimte, nutsgewassen) en de ecologische netwerken, de netwerken van organismen, - van plantengemeenschappen, - van dierlijke gemeenschappen. Als bron voor de beoogde veelsoortige ecologische dynamiek zal de diversiteit aan microklimaten fungeren, die ontstaat door de grillige constellatie van de opgebouwde ondergrond.


Buiten de economie

Le Roy stelt ecologische cultuurzones voor, waarin we ons, als natuurlijke deelnemers aan natuurlijke processen, uitsluitend bedienen van 'vrije energie'. Hiermee bedoelt hij ons overschot aan lichaamsenergie: energie, die we wel in ons hebben, maar die niet noodzakelijk is om aan onze primaire lichaamsbehoeften te voldoen; de energie, bijvoorbeeld, die je gebruikt voor recreatiesport. Deze restenergie is te rechtvaardigen als ecologisch onbelaste -dus 'vrije'- energie. Ook het gebruik van sloopmaterialen uit de omgeving grijpt terug op het principe van 'vrije energie'.

Belangrijk is dat deze zones onafhankelijk van het omringende economische systeem functioneren. De input zal bestaan uit economisch waardeloze materialen en overtollige lichaamsenergie; voor het overige zal het een gesloten systeem zijn: er worden geen meststoffen aangevoerd en er mogen geen organische stoffen worden afgevoerd.


Ontwikkeling in ruimte en tijd

Continuïteit is een sleutelbegrip in Le Roy's concepten: Le Roy vecht tegen de cumulatieve ecologische degradatie die het gevolg is van ons gemechaniseerde cultuurpatroon. De -veelal gedurende eeuwen gevormde- landschappelijke gelaagdheid wordt vernietigd. Een gelaagdheid die het gevolg was van eindeloze ecologische processen en de deelname van de mens daarin.

De waarde van deze historische continuïteit, noodzakelijk voor de instandhouding van tal van organische systemen, wordt -zeker in de jaren vijftig- nog nauwelijks erkend en zelden gerespecteerd. Le Roy wil zijn zones dus niet alleen buiten de economie geplaatst zien, maar ook buiten de gangbare opvattingen over tijd en duur. Hij verwerpt de opvatting dat er -binnen een zekere limiet- naar een eindresultaat moet worden gestreefd. Wij moeten weer leren ons te voegen naar trage processen die zich voor een belangrijk deel buiten onze tijdsbeleving af zullen spelen.


Huub Mous wijst, in zijn essay over Le Roy en de Tijd, op de mogelijke invloed van Ligeti op het denken van Le Roy over tijd zonder limiet. Mous stelt dat Le Roy zich al tijdens zijn kunstopleiding had verdiept [vanaf hier citaat] in de curieuze ontwikkelingstheorie van Paul Ligeti, een kunsttheoreticus uit de Duitse school van het historisch formalisme, die in zijn boek Der Weg aus dem Chaos (1931), zijn duiding van de wereldgeschiedenis baseerde op lange termijn ritmieken in de ontwikkeling van de kunst. Het boek staat vol met schema's en modellen waarin het verloop van stijlperioden en beschavingen in de eeuwige wederkeer van opkomst, bloei en verval door de eeuwen heen valt af te lezen. De geschiedenis van de kunst is hier een vorm van evolutionair systeemdenken, dat zijn instrumenten ontleent aan de wetenschap van de levende natuur.

Dat model - de kunst als onderlegger van waaruit de hele wereldgeschiedenis te duiden valt - is wellicht bepalend geweest voor het latere denken van Le Roy over de tijd zonder limiet. 88


Le Roy gaat in zijn concepten niet uit van vastgelegde vormen; er wordt geen esthetisch beeld nagestreefd. Dat neemt niet weg dat er vormen worden gemaakt of beelden/situaties zullen ontstaan die tot esthetische appreciatie leiden. De ordening van het aangevoerde puin tot paden en structuren leidt vaak met een zekere onvermijdelijkheid tot esthetiek. Le Roy heeft hier geen bezwaar tegen, de mens heeft als soort een neiging tot ordenen en de resultaten van die ordening worden vaak als esthetisch ervaren; een bezwaar ontstaat pas wanneer esthetische beelden geconserveerd worden, want dan stopt de ontwikkeling. Voor de esthetiek vertrouwt Le Roy op het ordenend vermogen van organische processen (inclusief ons eigen handelen) in ruimte en tijd. Om de autonomie van deze procesmatige ontwikkeling te waarborgen, moet de ontwikkeling van de kathedrale-ecocultuurzones zoveel mogelijk aan het toeval worden overgelaten.


De ideologie/utopie van Le Roy behelst de bewustmaking van de mens als invloedrijk onderdeel van de ecologische dynamiek. Zijn gedroomde ecologische-cultuurzones moeten in onze verstedelijkte wereld een tijdloos netwerk vormen, dat aansluiting vindt met achterliggende organische netwerken.


Als kunstenaar heeft Le Roy nooit ergens bij willen horen. Voor hem is het na de Barok -de laatste homogene hoogcultuur van West-Europa89- snel bergafwaarts gegaan; hij bewondert het werk van Rubens, Goya en vooral Tiepolo, maar ziet weinig in de ontwikkelingen van de Moderne kunst.

Le Roy ziet zichzelf als voorloper van een nieuwe Renaissance.

Hedendaagse kunstenaars maken, zo vindt hij, niet langer deel uit van een traditie van vakmanschap; totale abstractie leidt tot uiterste versimpeling en moet beschouwd worden als monocultuur.

Le Roy ziet de kunstwereld als een vercommercialiseerd mechanisme dat in razend tempo nietszeggende nieuwigheden levert: 'snel af' producten, geproduceerd vanuit een krampachtig individualisme. Hij spreekt zich uit tegen, zo ongeveer, alles wat in de kunstwereld heilig is: hij wil 'van die handel geen deel uitmaken'. Hij exposeert maar bij een enkele gelegenheid, verkoopt geen werk, vraagt geen honorarium voor de uitvoering van zijn projecten, en gaat als kunstenaar volstrekt zijn eigen gang.

Kunst-om-de-kunst is zijn stiel niet: hij maakt zijn kunst dienstbaar aan zijn boodschap en aan zijn publiek; hij geeft een enthousiasmerende aanzet tot maatschappelijke en ecologische processen, en bereikt daarbij een publiek dat vooral buiten de kunstwereld ligt.

Inmiddels blijkt zijn kunst binnen een breder kader te vallen. Als ecologische kunst geanalyseerd vertoont het werk van Le Roy alle typerende karakteristieken: het bevat De Boodschap (eco-art laat zich in veel opzichten vergelijken met religieuze kunst); het is anti-individualistisch en het richt zich nadrukkelijk tot een breed publiek.

De maatschappelijke impact van Le Roy's werk (Kennedylaanplantsoen) laat zich vergelijken met de impact van Alan Sonfist's Time Landscape (1978), dat een omwenteling veroorzaakt in het botanisch perspectief voor Amerikaanse stedelijke beplantingen. Ook Sonfist beijverde zich daarbij voor integratie van natuurlijke processen in stedelijke agglomeraties en ook Sonfist droeg zijn opvattingen veelvuldig uit in reeksen lezingen, voordrachten en performances.


Community arts, ecologische actie-kunst, sociale ecologie, growing arts, ecoventions: al deze begrippen absorberen Le Roy's concepten; hij is binnen deze ontwikkelingen steeds zéér vroeg, en vaak als voorloper, te dateren.


Le Roy's opvatting over zichzelf als voorloper van een nieuwe Renaissance, is eerder hoopvol dan pedant. Ontwikkelingen als bij de ecologische kunst zouden een nieuwe Renaissance kunnen inluiden: het brengt de kunst weer midden in de gemeenschap als inspiratiebron voor een hoopvolle ontwikkeling.

36 Ingegeven door Ilya Prigogine, Le Roy's grote inspirator, die zich ooit de vraag stelde wat een organisme vermag.

37 Rob Leopold: Toespraak ter gelegenheid van de overhandiging van het boek over Le Roy Natuur, Cultuur, Fusie (auteur Piet Vollaard e.a.), november 2002; Rob Leopold is zaadteler en publicist op het gebied van tuinkunst en tuinfilosofie.

38 Joachim Wolschke-Bulmahn, Nature and Ideology : Natural Garden Design in the Twentieth Century, Washington 1997, p. 222-3

39 Nigel Dunnett in The Garden, May 2004; Nigel Dunnett is Senior Lecturer in the Department of Landscape at the University of Sheffield

40 Plan nr. 7 - 1971: p. 37 - 46

41 TA/BK: Nederlands-belgies tijdschrift voor architektuur en beeldende kunsten nr. 7 - 1972: p. 155 - 178

42 Gerrit Confurius, Louis Le Roy und seine lustigen Streiche in Daidalos, 1996 nr. 59 p. 116-121

43 Louis G. Le Roy, Retourtje Mondriaan, Heerenveen 2003, p.12-13

44 Le Roy 2003, p.29

45 Citaat uit de aanhef van een paginagroot artikel in de weekeindbijlage van de Leeuwarder Courant van 14 maart 1970

46 Le Roy 2003, p.106

47 vgl. Ben J. Veld: Gesprekken met Louis Le Roy, in Oase: Tijdschrift voor vrienden van natuurrijke tuinen, parken en plantsoenen, 1996, nrs. 2,3 en 4

48 bron: Prins Bernhard Cultuurfonds, Amsterdam

49 vgl. Ruth Styleman: Louis Guillaume Le Roy: creatieve katalysator tussen mens en natuur, Universiteit Gent, 1998

50 Le Roy 2003, p. 60

51 bron: brochure Museum het Princessehof, Leeuwarden

52 in Plan nr. 7, 1971 p. 46

53 Le Roy 2003, p. 179

54 Camiel van Winkel: Het dwangbeeld van een puur idee in Conceptuele kunst in Nederland en België, Amsterdam 2002

55 als lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie en van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging

56 Datering: op 1 september 1966 gaat de eerste schop in de grond. Bron: Gemeentelijk Archief van Heerenveen het blad Gemeentewerken, december 1979

57 Het interview in Plan in 1971 heeft als kop het citaat: de cultuur moet doorgaan. laten we de tegencultuur er gewoon tegenaan leggen

58 brief in map correspondentie groenprojecten Historisch Gemeentelijk Archief Heerenveen (lijst nr.4855 - 18 sept. 1968)

59 Gemeentelijk Archief van Heerenveen: de uitgave Gemeentewerken, december 1979

60 Louis Le Roy, Uilenspiegeltjes: Onze kreatieve potentie misbruikt?, Deventer, 1984, p.69

61 Stichting TIJD is 31 oktober 2002 opgericht door Le Roy, en vijf medestanders, om zijn gedachtegoed en later ook de materiële nalatenschap te beheren.

62 bron: NRC , 2 juli 2005

63 vlgs. Styleman 1998, (p. 66) is het oppervlak 5,85 ha.

64 1.2 mln.; Le Roy zegt Ik doe het voor een ton - in Plan 3, 1983, p.36 ( brieven van Louis G. le Roy over Groningen)

65 Le Roy in Plan 5, 1983, p.39-42

66 Een uitvoerige beschrijving van alle gebeurtenissen in en rond Lewenborg is te vinden in de licenciaatsverhandeling van Ruth Styleman, Universiteit van Gent, 1998

67 Le Roy in Plan 7+8, 1983, brieven van L. R.: Afscheid van Groningen, p.47

68 Folder van de Beheersgroep Le Roy Gebied, maart 1985

69 bron Leeuwarder Courant 14-3-1970

70 Le Roy, Ecokathedraal, Leeuwarden 2000, p.35-6

71 Körmeling is als architect afgestudeerd op een scriptie over het werk van Louis Le Roy en Dom van der Laan. - zie Styleman p. 122

72 Le Roy 2003, p.178-9

73 Le Roy 2000, p.4

74 Bij een foto van het atelier in Mildam schrijft Le Roy: Door het recycling-proces (kringloop van materiaal) toe te passen kunnen we het verlies van grondstof tot een minimum beperken. [...] Als de mens veel meer in de gelegenheid zou worden gesteld om zijn vrije tijd op deze wijze productief te maken dan zou het energieverlies uit het ecosysteem kunnen worden verminderd, dan werd de creativiteit gestimuleerd, de diversiteit vergroot en het leefklimaat verbeterd. Le Roy 1973 p.143
Le Roy's woning en atelier kunnen, evenals veel van zijn opvattingen over wonen en omgeving, model staan voor de patronen/concepten van Christopher Alexander (University of California; Center voor Environmental Structure) *. Alexander en consorten (Sara Ishikawa, Murray Silverstein, Max Jacobson, Ingrid Fiksdahl-King, Shlomo Angel, e.a.) definiëren, aan de hand van analyses van culturen, basispatronen (modulen) voor een harmonische (soorteigen) en duurzame leefomgeving. Veel conclusies (voorgestelde basispatronen) in de publicaties van Alexander bevestigen Le Roy's opvattingen over wonen en woonomgeving. Vgl. Christopher Alexander e.a.: The timeless way of building; 1977, volume 2 A pattern language; volume 3 The Oregon experiment. Nederlandse editie: Steden, gebouwen, constructie - Een patroontaal, Drachten 1995

75 Beschikbare documentatie op film of video (gegevens Televisiearchief van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid): Datum: j.m.d. Programmatitel, subtitel Tijdsduur Zendgemachtigde 1971 01-10 Signalement - De tuinen van Louis Le Roy 39.17 min. VARA
1972 04-18 De Stellingen van Louis Le Roy 10.56 min. VARA
1983 04-13 Van Gewest tot Gewest - Proeftuin volgens Le Roy -onderdeel- 12.35 min. NOS
1989 11-05 Vroege Vogels - Louis Le Roy, gesprek op lokatie/ Ecokathedraal fragment L.R. -5.00 min. VARA
1993 01-31 Prima Vista! - Eenling (1) Louis Le Roy -15.00 min. VPRO
2000 09-28 Van Gewest tot Gewest -onderdeel- -Louis Le Roy (bouwer Eco-kathedraal) -12.00 min. NPS
2001 09-01 Babylon - Allush Kefah bezoekt Le Roy -15.00 min. IKON

76 samenstelling van het panel (overgenomen uit TA/BK 7-72, p. 157): ir. J.H. de Boer MLA, docent landschapsarchitektuur aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam; W.C.J. Boer, tuin- en landschapsarchitekt BNT; ir. H. Meyers, landschapsarchitekt van het adviesbureau Arnhem (Heidemij. Beheer); prof. Ir. R. H. A. van Duyn, adj.-direkteur van de Rijksdienst IJsselmeerpolders; drs. J. van der Ven, ekonoom, docent aan de afdelingen bouwkunde van de th's in Delft en Eindhoven; dr. D. Hillenius, bioloog; ir. Th.A.M. van Keulen, hoofd afdeling Rekreatie en Landschapsarchitektuur van de Gontmij.; drs. W. Koerse, filosoof; dr. J.A. Mathijsen, arts-psychotherapeut; mevr. drs. Hedy de Boer-d'Ancona, sociaal-geografe aan de universiteit van Amsterdam; ir. J.Post, adj.-direkteur van de Cultuurtechniese Dienst; ir. W. Reh, landschapsarchitekt Publieke Werken Amsterdam; Louis Le Roy, tuinman drs. J.T. de Smidt, plantensystematikus aan de rijksuniversiteit van Utrecht; W.J.A. Snelder, tuin- en landschaps-architekt BNT; ir. L. Wijers, direkteur afdeling Stadsgewesten Rijksplanologiese Dienst; mevr. ir. B. Ten Zeldam-Hartelust, docente landschapsarchitectuur aan de Landbouwhogeschool in Wageningen; drs. J.A.M. Zom, adj.-direkteur Nederlands Research Instituut voor Toerisme; D. Bouman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van hoofden van Gemeentelijke Beplantingen; mevr. ir. D.J. Haan-Wiegman, tuin- en landschapsarchitekte gemeentelijke Plantsoenendienst Amsterdam.

77 Ben J. Veld in de inleiding van zijn interview met Le Roy in Oase, zomer 1996 p.6

78 Sacha Bronwasser in de Volkskrant van 22 januari 2003

79 Le Roy, Natuur uitschakelen - natuur inschakelen, Deventer 1973, p.127-8

80 Le Roy 2000, p.6-7

81 In de stichting Plan zijn de volgende organisaties vertegenwoordigd: Bond van Nederlandse Architecten; Bond van Nederlandse Stedebouwkundigen; Bond van Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitecten; Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur; Orde van Nederlandse Raadgevende Ingenieurs; Beroepsvereniging van Nederlands Interieurarchitecten.

82 Brieven van Louis G. Le Roy in Plan: 1983 nr. 1- p. 44-45 Bremen; nr 2 - p. 48-49 Bremen; nr. 3 - p. 36-7 Groningen; nr. 4 - p.41-43 Groningen; nr. 5 - p. 39-42 Groningen; nr. 6 - p. 47-49 Groningen; nr. 7 + 8 - p.11-14 Angst voor het nieuwe landschap?; nr. 9 - p. 47-48 Letchworth en Welzijn I; nr. 10 - p. 50-52 Letchworth en Welzijn II; nr. 11 - p. 52-55 de vergissing van Lucien Kroll, p. 55-57 Hamburg; nr. 12 - p. 30-31 Hamburg.

83 Biografisch woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, http://www:iisg.nl/bwsa/bios/thijsse.html

84 Le Roy in het essay/vertoog/weerwoord Natuur uitschakelen - natuur inschakelen in Plan, nr. 7 - 1973

85 vgl. Le Roy 1973, p. 6 - 25

86 interview met Le Roy in Plan , nr.7 - 1971, p.37-8

87 Tegencultuur is de jaren zestig een gangbaar fenomeen, en ook in zijn verzet tegen het toenemend specialisme staat Le Roy niet alleen. Beide elementen vormen ook de centrale thema's in de publicatie van de Amerikaanse socioloog Theodore Roszak The making of a counter culture (1968) [vertaald door M. Schouten in het Nederlands uitgegeven: Opkomst van een tegen-cultuur, Amsterdam 1971]. Roszak vat het opkomende ongenoegen samen: '... In de technocratie is niets meer klein of eenvoudig of overzichtelijk voor de niet-technicus. In plaats daarvan gaat de omvang en de ingewikkeldheid van alle menselijke activiteiten - politiek, economisch, cultureel - de competentie van de amateur-burger te boven en vergt onmiddelijk de aandacht van speciaal opgeleide deskundigen. [...] In zo'n samenleving vindt de burger, geconfronteerd met problemen van een verbijsterende omvang en ingewikkeldheid, het noodzakelijk om zich in alles te onderwerpen aan degenen die het beter weten. ...' Ad de Visser zegt hierover in zijn tweeluik De tweede helft - beeldende kunst na 1945 (1998) en De tweede helft - gedocumenteerd (2002): '... Volgens Roszak bestond de enige mogelijkheid om zich los te maken uit de neergaande spiraal waarin de rationeel-technologische, industrieel-objectieve maatschappij verzeild was geraakt, in het zich overgeven aan het gemeenschappelijke en het rituele. Naast Roszak waarschuwde de filosoof Ivan Illich met zijn beroemde Ontscholing van de maatschappij de wereld voor over-professionalisering ...'

88 Huub Mous, in Dansen tussen fundamenten, Heerenveen 2004, p.22

89 Le Roy 2003, p.190