herman de vries  4.0
Beknopte chronologie  4.1
Oeuvre: selectie  4.2
Conceptvorming/ecologische processen  4.3
 

4 herman de vries


herman de vries (1931) is het beeldmerk van Herman de Vries, die in zijn queeste naar objectiviteit, het gebruik van hoofdletters heeft afgezworen. de vries is als kunstenaar vanaf de jaren vijftig actief: hij vindt dan korte tijd aansluiting bij de Nul-beweging, maar gaat al snel zijn eigen weg. de vries lijkt mee te gaan met de stromingen en tendensen die vanaf de jaren vijftig herkenbaar zijn, zoals informele kunst, monochrome kunst, abstract-geometrische kunst, art en nature, concrete poëzie, conceptuele kunst en kunstenaarsboeken90. Kenmerk van zijn werk is een consequent minimalistische aanpak. Daarbij is hij zeer geïnteresseerd in (en al snel beïnvloed door) Oosterse filosofie en in de invloed van 'geestbewegende planten' waarmee hij ook experimenteert. Tijdens deze periode werkt de vries ook in dienstverband: van 1952 tot 1959 bij de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen; van 1959 tot 1969 bij het Instituut voor Toegepast Biologisch Onderzoek in de Natuur; en hij is tot augustus 1971 in dienst van het Rijks Instituut voor Natuurbeheer 91. Vanaf de jaren zeventig - de vries heeft dan afstand genomen van zijn werkkring en vestigt zich in Eschenau aan de rand van het Steigerwald (Duitsland) - speelt natuur een belangrijke rol in zijn werk. Natuur wordt door de vries gepresenteerd als autonoom abstractum, waarvan ons facetten getoond worden als belichaming van het geheel, maar ook als deel van onszelf. De relatie van de mens met planten is waarschijnlijk zijn belangrijkste thema.


Bijzonder aan het werk van de vries is dat hij trouw blijft aan zijn verschillende werkfasen en deze heeft weten te integreren in een samenhangend oeuvre, waarvan een belangrijk deel als ecologische kunst is te interpreteren. Hoofdlijn in het werk van de vries is het streven naar objectiviteit: hij wil de kijker geen persoonlijke opvattingen opdringen en streeft er naar zijn werken neutraal en waardevrij te houden.92 Toeval is een van zijn belangrijkstste gereedschappen in dit streven naar objectiviteit. Om het toeval zelf te objectiveren bedient hij zich van een aan wetenschappelijk onderzoek ontleende toevalscode. 93


de vries blijft lang een relatief onbekende in de kunstwereld, ook na zijn overzichtstentoonstelling in het Groninger Museum in 1980. Uiteindelijk komt hij vooral door zijn ecologische projecten in de belangstelling: natural relations - eine skizze (1989) een tentoonstelling van zijn verzameling(en) eetbare-, medicinale- of geestbewegende planten (of delen daarvan) en notities van de relaties die we met deze planten hebben, gepubliceerd in een lijvige catalogus94, en die wiese (1986) - een weide van ca. 4000 m2 in de nabijheid van zijn woonplaats die hij beplant met cultuurgewassen en wilde vegetatie uit de omgeving - lijken zijn doorbraak als ecologisch kunstenaar te bewerkstelligen.

Na die wiese volgt een reeks ruimtelijke (of daaraan gerelateerde) projecten: sanctuaria in Stuttgart (1993), Münster (1997), Digne (2001) en Zeewolde (2002); de bijdrage aan Haagse Beek Herzien (1994); de tuindorpcollecties (1998); watergoed (1998); het bomenmuseum in Wateringse Veld (2004). de vries ontvangt in 1998 de Oeuvreprijs Beeldende Kunsten, ter gelegenheid hiervan verschijnt een beknopte biografie van Cees de Boer.95


herman de vries wordt vaak besproken als kunstenaar-wetenschapper.96 Daarbij lijkt uit het oog verloren dat de vries - dan betiteld als onderzoeker, bioloog, etno-bioloog, etno-farmacologisch onderzoeker, wetenschapper, of aanduidingen van vergelijkbare strekking - speelt met woorden en begrippen, en zich keert tegen hiërarchische indelingen of aanduidingen.

de vries bedrijft andere vormen van wetenschap dan wij volgens academische conventies herkennen. Wat de vries onderzoekt, onderzoekt hij als kunstenaar; hij gebruikt daarbij wel wetenschap suggererende methoden, maar in de uiting van zijn bevindingen (werken, presentaties) is hij uiterst summier en van controleerbaarheid is maar zelden sprake.

herman de vries breekt eind jaren zestig met zijn burgelijk bestaan om voortaan full time kunstenaar te kunnen zijn. Hij wil zijn leven en zichzelf97 veranderen: de vries, die zich aangetrokken voelt tot de oosterse filosofie en die zich conformeert aan (zen-) boeddhistische opvattingen, poneert zich - ook in zijn fysieke presentatie - in een model van kunstenaar-wetenschapper dat associaties oproept met het beeld van een klassieke oosterse meester.

De zen-boeddhistische (meer algemeen: de oosters filosofische) invloed is overigens een trend in de intellectuele underground en in de avantgardistische kunstwereld van de jaren vijftig. Beatnik-auteur Jack Kerouac geeft een goed beeld van de opkomst hiervan in de Dharma Bums (1959). Ik vat het alter ego de kunstenaar-wetenschapper herman de vries op als onderdeel van zijn oeuvre.


Kunstenaar-verzamelaar

de vries begint al vroeg in zijn loopbaan met het verzamelen (ook/vooral tijdens zijn reizen) van artefacten, materie en organisch materiaal. Selecties of fragmenten uit deze verzamelingen (en soms het geheel) worden als werk (=kunst) gepresenteerd. Aardmonsters, schelpen, twijgen en takken, plantaardige geneesmiddelen, geestbewegende planten, of de systematisch geïnventari-seerde begroeiïng van een stukje grond, worden gepresenteerd in verschillende vormen; vaak - als op een Oosterse markt - netjes in hoopjes uitgestald op kleden op de grond, of strak geordend op panelen, maar ook bladeren zoals ze rechtstreeks van de boom op het papier vielen.

'... Het in de loop van vele jaren vergaarde materiaal neemt de vries, de kunstenaar-verzamelaar, mee naar huis, naar Eschenau. Zijn bibliotheek, weerslag van zijn veelzijdige kennis en zijn archief, waarin alle 'realia' zijn opgeslagen, vormen als zodanig een verlengstuk van hemzelf. de vries' huis is een verzamelplaats die ook het domein van een wetenschapper zou kunnen zijn, met dit verschil dat de vries niet te werk gaat volgens diens principes van volledigheid en controleerbaarheid, maar volgens zijn 'chance & change'concept. Een verzameling is nooit compleet, maar ook nooit onvoltooid. Elk onderdeel, hoe nietig ook, kan immers staan voor het geheel. 'Ich hebe einen grashalm auf und die ganze welt geht mit' noteert de vries als terloops op een van de bladen van 'documents of a stream'. ...'98



4.1 Beknopte chronologie


Herman de Vries is geboren op 11 juli 1931 in Alkmaar.

Herman werkt, na de 2e klas van de ULO, enige tijd bij een tuinder in Stompetoren; gedurende de winter 1948 - 1949 volgt hij een voorbereidende cursus om toegelaten te worden tot de tweejarige beroepsopleiding aan de Rijkstuinbouwschool in Hoorn; in 1951 sluit hij deze opleiding af met het diploma.99

Na zijn opleiding werkt hij een jaar als landarbeider in Frankrijk. 1n 1952 gaat hij als controleur werken bij de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen en onderzoekt hij monsters van bestrijdingsmiddelen op ratten en muizen. In 1952 is hij medeoprichter van de Nederlandse Vereniging voor Zoogdierkunde.(zie biografie in to be). Van 1953 tot 1958 verschijnt er in samenwerking met enkele andere auteurs een jaarlijkse publicatie in het blad De Levende Natuur; in het blad van de Zoogdierwerkgroep van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, alsook in het Jaarboek (mededelingen en verslagen) van de Plantenziektekundige Dienst Wageningen.

In mei 1959 wordt De Vries geplaatst bij het ITBON (Instituut voor Toegepast Biologisch Onderzoek in de Natuur) in Arnhem waar hij in 1961 wordt bevorderd tot assistent; bij dit instituut werkt hij mee aan biologisch veldonderzoek (Werkgroep harmonische bestrijding van plagen); daar treedt hij in 1963 in dienst. In oktotober 1969 wordt De Vries ontheven van zijn werkzaamheden en geplaatst bij het RIN (Rijks Instituut voor Natuurbeheer) in Arnhem; in augustus 1971 wordt zijn dienstverband beëindigd.100


Kort na zijn indiensttreding bij de Plantenziektekundige Dienst begint de vries ook aan de opbouw van zijn kunstenaarsloopbaan: hij hanteert 1953 als datering voor zijn eerste informele werk.

In de periode 1953 - 1962 maakt de vries informele schilderijen, informele collages, collages trouvé's, witte collages, witte plastieken en objecten, witte homogene structuren, witte structuurschilderijen en witte schilderijen [dit zijn de categorieën zoals de vries deze aangeeft in de tabel werkfasen/ algemeen 1954 - 1980 in de Groninger catalogus].

In 1960 verschijnt zijn eerste kunstenaarsboek wit is overdaad; vanaf 1961 houdt hij zich bezig met experimenten met taal; in 1962 begint hij met zijn toevalswerk (o.a. 'random objectivations').

Vanaf 1970 ontstaan er, vanuit het toevalswerk, 'the real works'. Vanaf dan neemt de vries de wereld (natuur), als document van zichzelf, als uitgangspunt; hij brengt dit standpunt tot uitdrukking in het gedicht 'the world is my poetry' (1972) , dat sindsdien zijn credo is.

'Real works' (voorwerpen uit de werkelijkheid), kunstenaarsboeken en underground publicaties (met minimale middelen uitgevoerd en in beperkte oplages) vormen vanaf deze periode constanten in het oeuvre van de vries.

De jaren 1967 - 1970 vormen een omslagpunt in het leven van de vries, in de catalogus van zijn overzichtstentoonstelling hierover: diese drei jahre sind gekennzeichnet von tiefgreifenden und auch schmerzlichen erfahrungen. herman de vries - er war bisher verheiratet und ist vater von vier kindern - trennt sich von seiner familie und gibt die bisherige berufliche tätigkeit im instituut voor toegepast biologisch onderzoek in de natuur, arnhem, auf.101



In 1967 reist de vries door Oost-Europa; in 1968 trekt hij zich enkele maanden terug in de Biesbosch, hij verdiept zich dan in het werk van Wittgenstein. In de zomer van 1969 een korte reis door verschillende landen in de Sahara; in 1970 een reis via Turkije, Perzië naar Voor-Indië.

Reizen blijft sindsdien een elementair onderdeel van zijn leven, denken en werken , de vries is vooral geïnteresseerd in landen en volken waar de culturele band met natuur nog in redelijke mate intact lijkt gebleven.

In de late jaren zestig gebruikt hij ook voor het eerst geestverruimende middelen, met behulp waarvan hij zijn visie, en ook zichzelf, bewust wil veranderen. '... Hij beschrijft zijn ervaringen [met LSD] in ein trip durch die welt. 'hippie-freunde gaben mir lsd. es war beängstigend neu und unsicher aber schön und ein tiefes eigenes abenteuer das es wert war diese unsicherheit anzunehmen und zu überwinden. freude. ein monat später noch einmal. ein echter trip, eine reise, es dauerte siebzehn stunden und wirkte noch nach.' Deze tweede trip brengt een radicale en wonderbaarlijke verandering tot stand. de vries geneest van zijn zware chronische astma, die hij zijn leven lang met zich mee gedragen heeft. Na een plotselinge en hevige aanval verdwijnt de ziekte. herman de vries voelt zich vrij. ...'102

'Geestbewegende planten' [de term die de vries hanteert] blijven een baken in het werk van de vries, hij is niet alleen geïnteresseerd in de werking, maar ook/vooral in de cultuur waarin het gebruik van deze planten plaats vindt. de vries geeft, onder de uitgeversnaam bilwis-verlag, integration - journal for mind-moving plants and culture uit. '...not bush's “war on drug”, not nancy reagan's “just say no”, are our slogans. we say with michael horowitz “just say know!” ...'103



Eschenau en Reizen

In 1970 vestigt de vries zich met Suzanna Jacob-Goepfert - zijn levenspartner sindsdien - in Eschenau, een dorpje aan de rand van het natuurpark Steigerwald. Hier vindt de vries een omgeving waarin hij zich thuis voelt: hij ziet het Steigerwald als zijn atelier, waar hij natuurlijke processen observeert en artefacten verzamelt. Daarnaast blijft hij bezig met het uitgeven van publicaties en kunstenaarsboeken.

In Eschenau ontwikkelt zich een patroon waarbij in de winterperiode lange reizen worden gemaakt: in de herfst/ winter van 1971 naar India en Ceylon; in de winter/het voorjaar van 1972/73 naar Mauretanië, Senegal en Marokko; in het voorjaar van 1974 naar Ierland; in de herfst/winter van 1974/75 naar Egypte, India en Nepal; in de winter 1976/77 weer via Egypte naar India; in het voorjaar van 1977 naar Griekenland (en in de zomer een bezoek aan New York); voorjaar 1978 naar Griekenland; winter 1978/79 Canarische Eilanden en in het voorjaar naar India, en in de winter van 1979/80 weer op Gomorra (Canarische Eilanden).104 Na deze opsomming van de Graf's in de Groninger catalogus ontbreekt een verder overzicht.

Pelsers schrijft in 1998: '...Reizen doet herman de vries nog steeds, zij het minder uitputtend. [...] Reizen heeft bij de vries niet uitsluitend en zelfs niet primair de betekenis van het zich letterlijk, fysiek verplaatsen. Veel meer gaat het hem om het reizen in de wereld van de werkelijkheid. [...]

De lange en verre tochten die herman de vries vooral in de jaren zeventig en tachtig onderneemt, hebben hem geestelijk en lichamelijk bevrijd en betekenen een noodzakelijke stap in zijn persoonlijke en artistieke leven. Toch moet de reis van herman de vries in zijn uiterste consequentie vooral geïnterpreteerd worden als een terugkeer. Niet als een romantische terugkeer naar een lang ontbeerde 'heimat', maar naar het ooit verloren gegane besef van het 'totaalbeeld' van de wereld. ...'105


In 1980 overzichtstentoonstelling in het Groninger Museum: herman de vries - werken 1954 - 1980

1986 - > die wiese. Dit is waarschijnlijk de vries' eerste project met levende (voortlevende) planten.

1988 flora incorporata, in dit kunstenaarsboek (503 p.) een opsomming van genuttigde planten en materialen daarvan.

1989 tentoonstelling in Museum Hagen, Nürnberg: natural relations - eine skizze;

Het volledige natural relations project is gepubliceerd in de 796 pagina's tellende catalogus (1989 Nürnberg : Verlag für Moderne Kunst).

1992 Bijdrage aan Allocaties, kunst voor een natuurlijke en kunstmatige omgeving. Deze tentoonstelling werd gehouden binnen de wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade in Zoetermeer.

1993 Sanctuarium in Stuttgart.

1995 publicatie to be - texte - textarbeiten - textbilder.

1997 Sanctuarium in Münster.

1998 onderscheiding: de Oeuvreprijs Beeldende Kunsten.

1998 tuindorpcollecties (levende botanische collectie in nieuwbouwwijk).

1998 voorstel watergoed.

2001 Santuarium in Digne.

2002 Santuarium in Zeewolde.

2004 Wateringse Veld (levende botanische collectie in nieuwbouwwijk).

NB/ Ik heb slechts een zeer beperkte, op het onderwerp toegesneden, opsomming gegeven. Voor chronologische opsommingen van werk, werkfasen, exposities en publicaties van de vries, en een uitvoerige bibliografie (de vries documenteert zichzelf in uitvoerige lijsten) verwijs ik naar de supplementen in herman de vries - to be (Stuttgart - 1995).



4.2 Oeuvre: selectie


Ondanks zijn belangstelling voor natuur in zijn jeugd106, zijn groene beroepsopleiding, en zijn werk bij verschillende natuurgerelateerde instellingen, neemt natuur pas in een latere fase van het kunstenaarsbestaan van de vries een dominante plaats in.

Ik wil me, in het kader van dit onderzoek, beperken tot die werken van de vries die voor een toetsing als ecologische kunst in aanmerking komen, en met name dat werk waarin ecologische dynamiek een rol speelt. Overigens besteed ik slechts aandacht aan andere onderdelen van zijn oeuvre, waar dit van belang lijkt voor de analyse van zijn ecologische kunst.


Verzamelingen vormen de body van het oeuvre: de vries verzamelt zo op het eerste gezicht van alles wat los ligt, maar bij nadere beschouwing (en gaandeweg) zijn/ontstaan er hoofdlijnen. Aanvankelijk -afgaande op de indrukken die ik aan de catalogus van zijn overzichtstentoonstelling in 1980 ontleen - lijkt de vries vooral bezig met de bevestiging van zijn kunstenaarschap -lijkt hij vooral bewijzen daartoe te verzamelen- maar toch ontstaat er gaandeweg, en ondanks alle verscheidenheid, een homogeen oeuvre. Vergankelijkheid, natuurlijke processen, bio-diversiteit en de invloed van planten op de psyche van de mens zijn daarin hoofdthema's.

Hoewel in eerdere werken al artefacten en plantaardige materialen zijn verwerkt107 introduceert de vries in 1970 natuur als onderwerp en als werk. In de tabel werkfasen/algemeen (vouwblad achterin de catalogus, Groningen 1980) vermeldt hij onder fase 5: '... werkelijkheid als zelfstandig document, natuur/ verzamelen van alledaagse objecten- 1974 - nu / de natuur als zelfstandig document der werkelijkheid (voor 't eerst in 1970)...'


documents of a stream wordt door Pelsers gezien als sleutelwerk. documents of a stream bestaat uit aantekeningen, foto's en allerhande onderweg gevonden voorwerpen (documenten uit de werkelijkheid) gemaakt of verzameld tijdens reizen of in de omgeving van Eschenau, gedurende de periode 1976 - 1981. ... Alle objecten zijn op een vel papier van A4 formaat geplakt, meestal ruitjespapier uit een schrijfblok.'documents of a stream' is te omschrijven als een 'concreet' schetsboek. De objecten in het boek zijn documenten van de werkelijkheid en van het continue proces van het leven, van de zich steeds herhalende cyclus van ontstaan, groei en verval. [...] 'documents of a stream' bevat, in gecomprimeerde vorm, de 'kernverzamelingen' zoals die zich vanaf het midden van de jaren zeventig in de vries'werk manifesteren. ...108


16 dm² - ln dit werk heeft de vries alle vegetatie die hij aantreft op een (willekeurig gekozen) stukje weide van 4 x 4 dm. één voor één uitgenomen en gedroogd. Het boek, dat document is van deze 16 dm² werkelijkheid, bestaat uit 473 bladzijden met op elk een plant. De boodschap lijkt evident: de vries laat zien hoeveel individuele planten in zo'n onaanzienlijk stukje weide kunnen leven. Daarmee verschaft hij de toeschouwer een dimensie in het begrip weide.

1974 109

de vries werkend aan 16 dm²,

het boek, 16 dm² - an essay,

is in 1979 voltooid.


natural relations (1989) is waarschijnlijk de vries' belangrijkste en ook meest omvangrijke verzamelproject. De verzameling natural relations is het resultaat van een langdurige zoektocht naar de band van de mens met natuur.

natural relations gaat over de macht van planten. In natural relations brengt de vries geneeskrachtige- of geestbewegende planten bijeen die hij, waar hij ook was (maar vooral op Oosterse marken), verzamelde: onder wetenschappelijke nomenclatuur gerangschikt, en met een mêlee aan informatie. De verzameling omvat gedroogde planten of delen daarvan en allerhande (botanische -, etnologische -, antropologische -, mythologische -, farmacologische -) informatie van uiteenlopende kwaliteit (veelal gekopieerde fragmenten -beschrijvingen, artikelen, illustraties- uit boeken, tijdschriften of dagbladen) daarover. natural relations is in 1989 gepubliceerd als catalogus bij een tentoonstelling in het Karl Ernst Osthaus-Museum in Hagen; er worden zo'n 2000 planten in genoemd.


Ruimtelijk werk met natuur


die wiese (vanaf 1986)

die wiese is een weide van ca. 4000 m2 aan de rand van het Steigerwald, in de nabijheid van zijn woonplaats, die de vries - samen met zijn vrouw Susanne - beplant met cultuurgewassen en wilde vegetatie uit de omgeving. De weide is het uitgangspunt. de vries neemt een stuk grasland in gebruik door het te beplanten als (variant op) een ouderwetse nutstuin met een gevarieerde beplanting; er komt een omringende beplanting met een grote diversiteit aan wildfruitsoorten; daarin cultuurfruit, kruidachtige gewassen en wilde planten uit de omgeving. Deze wiese, die vooralsnog onderhouden wordt, zal uiteindelijk weer worden vrijgegeven aan de natuur. 'Decultivation for renaturalization' is the concept by which herman de vries treats his meadow as an artist zegt Michael Fehr110. die wiese wordt door Cees de Boer111 gezien als een van zijn belangrijkste werken '... een weide van ca. 4.000 m2 die door herman en suzanne verzorgd wordt. Deze wei is een soort heiligdom, een sanctuarium waar de natuur haar gang kan gaan; onderdeel van het landschap, en toch daarvan onderscheiden. ...'


De sanctuaria de vries - sanctuaria - ontwerpschets

Na die wiese volgt er een reeks sanctuaria. Hoewel er onderlinge verschillen zijn in uitvoering, en de lokaties zeer uiteenlopen zijn er geen conceptuele verschillen.

Inmiddels zijn er sanctuaria van de vries gerealiseerd in Stuttgart (in 1993, een cirkelvormig, ontoegankelijk, smeedijzeren hekwerk met een hoogte van 2.85 mtr. en een diameter van 12 mtr. op een lokatie omgeven door snelverkeer); in Münster (in 1997), een cirkelvormige muur met een diameter van 14 mtr. en 2.65 mrt. hoog met randopschrift en vier kijkgaten; in Digne112 (2001) is de opzet anders, daar is in feite al een natuurlijk ontstaan sanctuarium -een door de natuur in bezit genomen, omheinde, ruïne in een stuk oud bos (Bois sacré de Roche Rousse) - en wordt deze situatie bevestigd met een gedenksteen en een pad er omheen. Het meest recente sanctuarium ligt in Zeewolde (2002), daar is een cirkelvormige aarden wal met een doorsnede van dertig meter, beplant met ondoordringbare wilde rozen- een immer gesloten hek biedt door de spijlen inkijk.
de vries - sanctuarium Zeewolde - vooraanzicht

Ook heeft de vries in de loop van de tijd voorstellen gedaan voor sanctuaria -of als zodanig op te vatten plaatsen- die (nog) niet zijn uitgevoerd. Zijn voorstel113, in 1976, voor een landschappelijk project in de Flevopolder, om -met het aan hem toegewezen perceel- niets te doen, zodat het zich zou kunnen ontwikkelen tot natuurgebied, kan worden gelezen als aanzet tot de sanctuaria;

zijn bijdrage aan De Haagse Beek Herzien (1994) behelsde een voorstel om een parkje binnen het gebied als sanctuarium te omsluiten (ook hier ontoegankelijkheid met een beperkte inkijk), zodat de natuur dit terrein kon herwinnen. Ook het voorstel voor watergoed (1998) voorziet in een sanctuarium.


de vries - zeewolde - spijlen voor inkijk

Dominant in het concept voor de sanctuaria is de idee van 'heilige natuur', van een gewijde plek. de vries memoreert in zijn commentaren herhaaldelijk de teloorgang van 'heilige plaatsen' (bossen, bomen) in de westerse cultuur; een proces dat zich met de kerstening van Europa voltrok; in de oosterse mystiek is dit verschijnsel -de ritualisering van natuur- nog volop aanwezig.

De sanctuaria vormen een oproep tot de herritualisering van natuur, om zo onze band daarmee opnieuw te bevestigen. de vries maakt de sanctuaria ontoegankelijk: het zijn, aan de natuur gewijde, voor mensen verboden heilige plaatsen. Binnen het heiligdom (de vries gebruikt sanctuarium in zijn letterlijke betekenis) toont de natuur zichzelf, daar bevindt zich het pars pro toto voor de natuur die overal is. de vries - sanctuarium münster

Daarnaast kent de vries de sanctuaria functies toe: hij ziet ze als genenbank; als vitaliserende bron voor de omgeving. In Münster vervangt hij het bodemoppervlak en gebruikt hij als startpunt geselecteerde grond, afkomstig van een plaats met natuurlijke begroeiing, om zo de zaden die in deze grond aanwezig zijn, kansen te geven op deze nieuwe -gewijde- plaats; daar kunnen ze zich ontwikkelen en zich in de omgeving verspreiden.

Voor de mens zijn deze sanctuaria bedoeld als plaats voor contemplatie. De omheining van de sanctuaria is niet bedoeld als kunst, de omheining geeft aan dat datgene wat daarbinnen is, beschermd moet worden. the frame is not the art, zegt de vries: most important thing is what takes place within the wall...

de vries: the sanctuarium is not about philosophy; it is a place where an occurence is shown, a place for looking. and so this sanctuarium is also a challenge to look and to reflect; it is also an act of resistance against the threat of the one-sided development of our technological-commercial culture. for my part, i also see it as a cultural choice, in the knowledge both of ignorance and of the necessity for insight and healing.114


de  vries - kijkopening de vries - blikveld

De sanctuaria zijn in een aantal opzichten (het onaangetast laten, genenbankfunctie, spontane ontwikkeling) vergelijkbaar met werken van Alan Sonfist en Hans Haacke. In 1968 stelde Hans Haacke voor een gedeelte van Brooklyn's Fort Greene Park ongecultiveerd te laten, dit idee is toen niet uitgevoerd, maar is alsnog toegepast in Bowery Seeds, 1970 in New York City115. Alan Sonfist lanceerde in 1973 het voorstel Seed Catcher, a 'pool of virgin earth to collect the seeds of nearby forests through wind and animal migration.' ; dit concept werd in 1975 gerealiseerd als Pool of Earth in Artpark in Lewiston, New York.116 Inspirator voor deze ontwikkeling is waarschijnlijk Yoko Ono met het voorstel Painting for the Wind (1961) 'cut a hole in a bag filled with seeds of any kind and place the bag where there is wind.' 117


de vries - het hek is géén kunst de vries - poserende buurtjongens

In het sanctuarium voltrekken zich processen in verschillende tijdschalen. De wisseling van seizoenen zoals die zich door planten manifesteert, loopt parallel met onze tijdbeleving, maar het meest essentiële proces, de ontwikkeling van natuurlijke vegetatie in de tijd, is van een andere tijdsorde. In hoeverre de vries bij de stichting van de sanctuaria garanties heeft gekregen voor de continuïteit van het nieuwe heiligdom, is (mij) onduidelijk, maar aangenomen mag worden dat de sanctuaria niet bedoeld zijn als tijdelijke voorziening.



tuindorpcollecties - Tilburg West (1995 - 1997)
herman de vries: tuindorpencollecties

tuindorpcollecties is een levende botanische collectie, bestaande uit verschillende deelcollecties van houtige nutsgewassen, die meestal eetbaar of geneeskrachtig zijn, of die op andere wijze met de menselijke cultuur zijn verweven. Opdrachtgever voor dit project is TBV, een grote woningstichting in Tilburg; een andere woningcorporatie, de SVW, en de Gemeente Tilburg worden bereid gevonden om aan het project mee te werken.

In de tuindorpcollecties staat de relatie tussen mens en cultuurgewas centraal. Het project kan gezien worden in het verlengde van natural relations. De namen van gewassen zijn belangrijk, zegt de vries, want zonder benoeming is het niet mogelijk onze ervaringen te delen.

de vries - appelbomen

In de voortuinen van 102 huurwoningen van de corporaties wordt in elke tuin een ander appel-, peren-, of pruimenras geplant, en ook de beplanting van het openbaar gebied wordt aangepast: er is een speelweide (een 'trapveldje' met in een hoek de obligate wipkippen) omzoomd door een heestercollectie, en enkele straten die een bomencollectie herbergen. Het accent ligt op gewassen waarmee de mens een gebruiksgeschiedenis heeft: wildfruit, cultuurfruit en bomen of struiken met andere cultuurtoepassingen, die kunnen variëren van medicinale toeschrijvingen en materiaal-gebruik tot religieuze betekenissen. Zo komt in één straat een bomenrij van 36 verschillende soorten.

Het project is afgerond door naam- of nummerplaten aan te brengen bij de bomen of struiken en met de uitgave van een gidsje met plattegrond en met bijzonderheden over de gewassen en over de relatie die we met deze gewassen hebben.
de vries - naamsteen mechelenstraat Dit gidsje is, als elementair onderdeel van het project, onder bewoners en andere belangstellenden verspreid.

Opvallend element in de tuindorpcollecties is het gegeven dat de fruitbomen in het particuliere domein, in casu de eigen voortuin van de huurder, zijn ondergebracht. Dat is, zeker wanneer deze bomen groter worden, een nogal dwingende ingreep op de gebruiksmogelijkheden van dat stukje privé domein.


bomenmuseum - Wateringse Veld (2004 - >)

de vries is ook uitgenodigd voor een natuurbijdrage aan de nieuwe Vinexlocatie het tuindorp Wateringse Veld bij Den Haag. '...herman de vries ontwierp een 'bomenmuseum'. In nauw overleg met de ontwerpers van de openbare ruimte worden de boomsoorten per straat vastgesteld. De bomencollectie zal zo'n 200 boomsoorten omvatten. In het trottoir komen natuurstenen naamborden en er worden kleine catalogi met wetenswaardigheden vooor de bewoners samengesteld. Inmiddels is al aan de opbouw van de collectie begonnen.'118


watergoed kop van overijssel

Het ontwerp/voorstel watergoed vormde mijn vertrekpunt in de aanloop tot dit onderzoek naar het gebruik van ecologische processen in de kunst of als kunst. watergoed - ik vat het gepubliceerde voorstel vooralsnog op als het werk - is niet alleen een ontwerp voor een nieuw natuurgebied maar ook een ontwerp voor een kunstwerk van ongekende afmeting.

watergoed is een intrigerend werk: intrigerend vanwege de manier waarop de vries door de simpelst mogelijke toepassing van een van zijn beproefde technieken - toevalsordening binnen een kwadratisch raster119- dit gebied weet vorm te geven, en door de implicaties hiervan. De strak geordende, meetbare (en bemeten) uitgangssituatie waarborgt, zeker op deze schaal, een uniek waarnemingsperspectief voor toekomstige ontwikkelingen.

De opdracht voor watergoed als 'studie voor een mogelijke kunstenaarsinbreng' is op instigatie van de provincie tot stand gekomen: '... De provincie Overijssel, Staatsbosbeheer en de Dienst Landelijk Gebied zijn samen met de lagere overheden verantwoordelijk voor de aanleg van een ecologische verbindingszone tussen de laagveenmoerassen van Noordwest-Overijssel en Zuidoost-Friesland. Namens de provincie werd door de Stichting Kunst en Cultuur Overijssel aan Herman de Vries opdracht gegeven om in overleg met landschapsarchitect Kees Kloosterman en andere deskundigen een studie te verrichten naar de inbreng die hij als kunstenaar zou kunnen leveren bij wat genoemd werd de 'landschappelijke renaturering' (beheerste natuurontwikkeling) van het gebied. Twee laaggelegen stukken landbouwpolder, grenzend aan De Weerribben en samen 300 ha. groot, zijn aangewezen als proefgebied. ...'120


Het watergoed [de term watergoed is gebruikt als afgeleide van het begrip landgoed] omvat twee polders: Wetering-West en Wetering-Oost; in de laatste bevindt zich het Woldlakebos, dat een eigen waterstand heeft. Dit gehele gebied is primair bedoeld als verbindingszone tussen bestaande natuurgebieden en als natuurlijke waterbuffer om de uitdroging van deze kwetsbare gebieden tegen te gaan; een nevenfunctie is de beschikbaarheid voor natuurrecreatie, ook om hiermee de drukbezochte 'Weerribben' [internationaal vermaard natuurreservaat] te ontlasten. de vries richt zich voor dit recreatieve element vooral op de individuele natuurbeleving.

Het meest opvallende kenmerk van het ontwerp is de toepassing van geobjectiveerd toeval: de vries legt over de kaart van beide polders een raster met kwadraten van ongeveer 2,25 ha. (150 bij 150 meter). Deze kunstmatige vorm refereert aan de kavelindeling zoals deze in de omliggende polders te vinden is. Dit raster resulteert in de polder Wetering-Oost in 70 vakken; in de polder Wetering-West zijn het er 105.

Deze vakken zijn door toevalsbepaling ingedeeld op negen verschillende bodemniveaus -van zestig centimeter boven het waterpeil tot anderhalve meter eronder- die zijn ingebracht als gegeven. Deze hoogtetrappen zijn op ecologische gronden vastgesteld en hangen samen met de beoogde, ambtelijk vastgestelde, 'natuurdoeltypen'. De toevalsordening is toegepast nadat -om economische redenen- het gebied was onderverdeeld in een aantal hoogteklassen; die elk een aantal daartoe geschikte hoogtetrappen kregen toegewezen. Binnen dit gegeven heeft een aselecte verdeling van de vakken plaats gevonden.

Ook de verschillende voetpaden en vaarroutes zijn door toevalsbepalingen vastgesteld.


'... objectivering is een belangrijk aspect van mijn bemoeienis met 'visuele informatie'. in mijn beeldende werk wil ik niets anders scheppen dan de werkelijkheid. de werkelijkheid die op zich genomen te groot is. een klein deel slechts van de werkelijkheid, maar een deel waarin het geheel in te herkennen is. de werkelijkheid die wij voortdurend in haar onderdelen ervaren. de objectivering is noch een abstractie noch een doel op zich. het gaat er om een openheid, een vrijheid, een bijzondere waarheid aan te bieden. kunst is wat mij betreft een ervaarbare bijdrage tot bewustzijn of tot bewustwordingsprocessen. ik heb getracht om het persoonlijke - niet: het menselijke! - uit te bannen uit mijn composities. het radicaalste middel daarvoor is de toevals-methode. ...'121


In het voorstel is ook voorzien in verschillende mogelijkheden van verblijfsrecreatie. de vries stelt dat het voor een optimale natuurervaring van belang is, dat men langere tijd direct in de natuur kan verblijven en niet eerst van buiten het gebied liggende hotels of campings moet komen; het concept voorziet in enkele kleine hotels, op duurzame wijze gebouwd, en met een exploitabel aantal (de vries suggereert 30) bedden, alsook een kleine camping bestaande uit kampeereilandjes die ieder ten hoogste plaats bieden aan drie kleinere tenten, en enkele percelen waarop woonvlotten zijn gesitueerd. Architect Ömer Olgunsoy maakte de schetsen (watergoed p.28) voor enkele modellen woonvlotten met een basisafmeting van 10x3mtr. Dit alles (ook de individuele kampeerplaatsen en vlotten) moet op voldoende afstand van elkaar gelegen zijn .. om individuele ervaring te garanderen, maar toch enigermate geconcentreerd zodat het grotere gebied verschoond blijft van bewoning.


Het concept voor watergoed is primair gericht op natuurbeleving: op beleving van natuur die zichzelf toont. Deze beleving wordt op fysiek niveau aangeboden, de toeschouwer -te voet, of per kano- wordt opgenomen door het gebied. de vries besteedt aandacht aan het bewegingstempo, dat immers in belangrijke mate de waarnemingen bepaalt. De wandelpaden zijn smal, het mogen geen zichtassen worden; daardoor zal fysiek contact met de omringende beplanting vaak onvermijdelijk zijn. De kanotrajecten verschaffen een extra dimensie: het geluidloos in een lage positie (je zit nauwelijks hoger dan het wateroppervlak) door het landschap glijden, maakt deze omgeving al snel tot een geheimzinnig labyrint Het gebied zelf, dat door het aangebrachte raster van vierkant vergraven vlakken nadrukkelijke cultuursporen zal dragen, zal een geleidelijke overgang doormaken van cultuurlijke natuurontwikkeling tot natuur, waarin de sporen van cultuur langzaam wegebben. Die totale verwildering zal echter nog even op zich laten wachten, want in een aanzienlijk deel van het watergoed (zo'n 190 ha.) is voor de eerste vijftig jaar rietteelt122 toegestaan. De beelden van rietlanden en rietoogst zijn karakteristiek voor het cultuurlandschap van deze streek.



4.3 Conceptvorming/ ecologische processen


i have nothing to say, it is al here 123

de vries laat zich pas in een later stadium van zijn kunstenaarsloopbaan interpreteren als ecologisch kunstenaar. Voor mij ligt de omslag, daar waar de vries de totale vrijheid (leegte) voor de beschouwer verlaat, en er een boodschap in zijn werk doorklinkt. Die omslag van uiterste vrijblijvendheid naar een geprononceerde mening voltrekt zich na zijn vestiging in Eschenau in 1970, waar hij in het Steigerwald de omgeving vindt die zijn band met de natuur bevestigt. Vanaf halverwege de jaren zeventig begint de vries zich steeds nadrukkelijker uit te laten over de teloorgang van onze relatie met de natuur, en het verdwijnen van natuurlijke landschappen en de steeds toenemende aantasting van natuur. De openheid en vrijheid die de vries de toeschouwer steeds nadrukkelijk wil laten, gaat in zijn latere werken schuil achter een uitgesproken keuze: het medium blijft de boodschap, maar de boodschap is door de keuze van de aanbrenger/bemiddelaar bepaald.


Waar de boodschap in 16 dm² (1974-1979) nog impliciet is, zie je in natural relations (1982-1989) een expliciet verhaal; ook werken als in memory of the scottish forest (1986)124 - een lijst met 194 namen van verdwenen bossen uit Schotland -, en ausgestorben in deutschland (1990)125 - een vel papier van 170x250 cm. waarop met houtskool de namen zijn geschreven van in Duitsland uitgestorven plantensoorten - kun je niet meer zien als vrijblijvende weergaves van de werkelijkheid, waarbij de toeschouwer volledige vrijheid van interpretatie is gelaten.

natural relations, waar de vries van 1982 tot 1989 aan werkt, kan zonder twijfel opgevat worden als een ecologisch betoog, waarin hij wijst op onze afhankelijkheid van natuur en op de invloed die planten op onze gezondheid, ons denken en op onze cultuur hebben.


die wiese (1986 - >) is een buitenbeentje in het oeuvre van de vries. Hier is hij eigenhandig bezig met het vormen van een stukje landschap en experimenteert hij met de vervlechting van cultuur en natuur. Waar die wiese nog op twee gedachten lijkt te hinken, het museumconcept (botanische collectie) en de sanctuariumfunctie, worden deze concepten later in separate projecten gerealiseerd. Met die wiese toont de vries voor het eerst een actieve betrokkenheid bij het landschap. Hij ziet die wiese als een aanklacht tegen het agrarische landschap eromheen. de vries herclaimt met die wiese de rechten van het klassieke (natuurrijke) cultuurlandschap. Wanneer Fehr door de vries rondgeleid wordt door die wiese lezen we, wat het verslag van een ecologische excursie zou kunnen zijn; in zijn enthousiasme voor de diversiteit van de natuur en in zijn weerstand tegen het moderne agrarische landschap, klinkt weinig van de neutraliteit, die de vries gewoonlijk in zijn werk in acht neemt, door. 126


Hoewel de vries het principe trouw blijft niets anders te laten zien dan de werkelijkheid, en hij de vormgeving van zijn projecten tot een formeel minimum beperkt, zijn de buitenprojecten van de vries stuk voor stuk ecologische statements.

De eigen inbreng van de vries is in zijn werken altijd tot het uiterste beperkt; ook bij omvangrijke projecten (zoals bij natural relations of watergoed) lijkt zijn inbreng niet groter dan strikt noodzakelijk. de vries toont een deel van de werkelijkheid, of schept voorwaarden voor een nieuwe werkelijkheid. Daar voegt hij uit principe zo min mogelijk aan toe: de werkelijkheid is primair, de natuur heeft het begrip kunst niet nodig. kunst is een menselijk begrip, kunst en natuur zijn beide manifestaties van bewustzijn.



Toepassing van levend materiaal


die wiese

Bij die wiese lijkt de vries, die bij zijn woning alleen een kleine tuin heeft, voor het eerst zelf te experimenteren met beplanting. Er komt een mix van wilde, veelal toevallig ontstane of lukraak gezaaide, beplanting en een aanplant van vruchtdragende gewassen die vooral bestaat uit lokaal gekende wildfruitsoorten en traditionele cultuurvariëteiten van onder meer appel, peer en pruim. Door de keuze van de gewassen lijkt die wiese een pleidooi voor het herstel van het bio-diverse cultuurlandschap.


Sanctuaria

Bij de sanctuaria is, met uitzondering van de met rozen begroeide wal in Zeewolde, géén sprake van geplande aanplant: de natuur vormt zichzelf, het aanvangsmateriaal bevindt zich reeds in de grond (wel is in Münster grond ingebracht vanuit een natuurlijk begroeide omgeving), of zal aanwaaien. Het schouwspel is de ontwikkeling van onbelemmerde successie van begroeiing: eerst de ontwikkeling van de zaden die in de bodem aanwezig zijn en van pluiszaden van vegetatie uit de omgeving. In een later stadium, wanneer er een vegetatie ontstaan is die vogelsoorten aantrekt, zullen vogels zwaardere zaden aanbrengen127.

de vries geeft wel een (verbale) schets van de te verwachten botanische ontwikkeling in de aanvangsperiode (rurale vegetatie), maar beperkt zijn lange termijn prognose tot de mededeling dat alle vegetatie in vrije ontwikkeling (wanneer de groeiomstandigheden zich daartoe lenen) uiteindelijk bos zal worden (climax vegetatie)128. Over het wel en wee van de omheining van het sanctuarium laat hij zich verder niet uit, terwijl zich dáár op langere termijn -enkele decennia- een boeiend schouwspel kan ontwikkelen. Bomen die zich in de omheining groeien of een stuk muur wegdrukken: op den duur zal de natuur zich letterlijk naar buiten breken. Het is te verwachten dat, wanneer de natuur de eerste bressen dreigt te slaan in de omheining, het schouwspel aan geladenheid zal winnen.


In Zeewolde, waar het sanctuarium omringd is door een aarden wal met rozen, zie je nu (2005) al dat spontane zaailingen van els en wilg boven de aangeplante rozen van de omheining uit groeien; wanneer de kronen van deze snelgroeiende jonge bomen zich aaneensluiten, zullen deze de successiestrijd129 met de rozen winnen en zal er een geheel ander beeld ontstaan. de vries toont in de sanctuaria natuur die zichzelf ontwikkelt; hij geeft daarbij twee statements: 'natuur is kunst' & 'natuur moet beschermd worden'. De uitspraak 'natuur is kunst' bevestigt de status quo van de maker, die ook zegt 'natuur heeft geen kunst nodig'. Desalniettemin gebruikt hij de mores van de kunst om de aandacht te vestigen op de kwetsbaarheid van natuur.

Ik zie de sanctuaria als conceptuele werken, het is de idee die geldt: een voor mensen afgesloten, en heilig verklaarde, buitenruimte als symbolische vorm voor de bescherming van natuur die waardevol en kwetsbaar is. De vorm van de afscheiding doet niet ter zake (het hek is geen kunst), en wat zich er binnen ontwikkelt is vrij: dat is de idee van zich vrij ontwikkelende natuur, die elke natuur kan zijn. Meer terloops geclaimde functies als genenbank en als katalysator voor nieuwe natuurlijke ontwikkeling zijn formeel verdedigbaar, maar vooralsnog vooral hypothetisch.


Bij de tuindorpcollecties en het bomenmuseum is er wel sprake van een keuze van gewassen. Bij de tuindorpcollecties kun je stellen dat deze keuze, en de presentatie daarvan, het inhoudelijke facet van het werk is; hier is vooral gekozen voor gewassen met een nadrukkkelijke gebruiksfunctie.

Van het bomenmuseum heb ik geen indicaties dat het om vruchtdragende gewassen gaat en ligt het accent meer algemeen op biodiversiteit en benoeming. Over de verzorging van de gewassen -een element dat vooral belangrijk is voor de continuïteit van fruitgewassen in de tuindorpcollecties- laat de vries zich, behoudens een snoeiverbod voor het rozenstruweel, niet uit.


De opstelling van de vries bij watergoed is, qua explicatie, anders dan we van hem gewend zijn. Hier bemoeit hij zich intensief met de infrastructuur van het gebied, doet enkele concrete beplantingsvoorstellen en geeft uitgebreid toelichting op de belevingsaspecten en gebruiksvoor-waarden van de gewenste typen paden en watergangen, en de recreatievormen zoals die in het gebied plaats kunnen vinden.

Qua beplanting is de vries slechts op enkele punten concreet: de waterlelies in de vijver ter gedachtenis aan Gustov Theodor Fechner; een eiland als blijvend kenmerk beplant met een ring van eiken die omgeven zijn door meidoorns; een elzeneilandje (ter plekke een natuurlijke populatie) en een noord-zuid lopende waterallee met aan weerszijden een beplanting van overhangende treurwilgen. Iconografisch verwijzen eiken, en minder prominent ook meidoorns, naar rituele plaatsen; de treurwilgen zijn als typisch cultuurgewas aanduiding voor de ontworpen ruimte.

De vegetatie van watergoed als omvangrijk gebied zal zichzelf ontwikkelen: de aanzet vormt het immens grote ruitpatroon van de vergraven en geëgaliseerde hoogtevlakken, waarin de begroeiing zich natuurlijkerwijs zal vestigen. Het concept voor watergoed voorziet in de stichting van een kunstwerk (het geherstructureerde gebied) dat een eigen dynamiek ontwikkelt, en gaandeweg een transformatie ondergaat van cultuur en cultuurlijke natuur naar zuivere natuur. '...na voorbereiding van de gebieden door het raster met zijn diepte- en hoogteverschillen kunnen we het spontane gebeuren afwachten en in z'n ontwikkeling waarnemen; ook door middel van wetenschappelijke observatie. deze ontwikkeling is altijd optimaal in de gegeven omstandigheden. ze is perfect en kan niet worden verbeterd. ...'130

Het uitgangspunt van de grote vierkante vlakken is in zijn eenvoud geniaal: een bodemprofiel van vierkante vlakken is een volstrekt onnatuurlijke situatie, en zal daarom gedurende lange tijd nadrukkelijk herkenbaar blijven als cultuur. De door hoogte bepaalde vlakken bieden een ideale uitgangspositie (nulmeting) om de natuurontwikkeling expressief te poneren. Het schouwspel in de tijd, waarbij natuur de vormen van cultuur vervaagt en op den duur zal wissen, is de uiteindelijke pointe van het werk.

90vgl. Frans Haks in het voorwoord van de catalogus van de overzichtstentoonstelling in het Groninger Museum: werken 1954-1980 / herman de vries, Groningen 1980, p.5

91 Deze periode lijkt slechts een formeel dienstverband, de vries hanteert in zijn biografische gegevens 1968; vgl. p. 67

92 vgl. Lisette Pelsers in herman de vries : ein trip durch die welt. Enschede 1998 : Rijksmuseum Twente

93 de vries gebruikt tabel XXXIII van R.A. Fisher and F. Yates Statistical tables for biological, agricultural and medical research (1953), zie herman de vries - to be, Stuttgart 1995 p.30 - 39: über die zufallsobjektivierungen: objektivität und wirklichkeit.

94 herman de vries - natural relations : eine skizze ; Katalog der Sammlungen, 1989 Nürnberg

95 Cees de Boer - 'de wereld is mijn poëzie' Enkele momenten uit het leven – werk van herman de vries/ 'the world is my poetry' Some moments from the life – work of herman de vries, Amsterdam, 1998

96 Govert Grosveld, in Twee projecten van Herman de Vries, in Publiek Werk, Amsterdam: 2001: '...Herman de Vries [...] is biologisch en etno-farmacologisch onderzoeker, filosoof, uitgever en kunstenaar. Met zijn werk wil hij de scheiding tussen cultuur en natuur opheffen en bijdragen aan een bewuste ervaring van de werkelijkheid en vooral van de primaire werkelijkheid die de natuur is.' Grande, 2004, in Art Nature Dialogues, hoofdstuk 20: chance & change - herman de vries, p. 223;'... Trained as a scientist, de vries continued through the 1960's to work as a researcher at the Institute of Applied Biology in Nature in Arnhem, a post he held until 1968. His artistic output in the 1960's existed entirely separated from his scientific work, although randomness and chance, which appeared as a major theme in his art, would have been encountered in the use of random number tables and the statistical design of biological experiments. ...' Bartelsheim, 2001, p.72 '...Vries hatte, bevor er sich der Kunst zuwandte, Botanik studiert und arbeitete bis 1968 als Wissenschaftler. Die wissenschaftlichen Objektivierungsmethoden übertrug er auf die Kunst...'

97 vgl. Pelsers 1998, p.5

98 Pelsers 1998, p.21

99 Bron archief Clusius College, MBO Groen, Hoorn

100 Bron: Ministerie van Landbouw, afd. Documentaire Informatievoorziening

101 Urs & Rös Graf, in catalogus overzichtstentoonstelling Groningen, 1980

102 Pelsers 1998, p.5

103 herman de vries in: editorial from integration - journal for mind-moving plants and culture - no. 1, 1991 (bilwis-verlag, eschenau nr.29, 97478 knetzgau) http://www.serendipity.li/dmt/devries.html

104 Urs en Rös Graf in catalogus overzichtstentoonstelling herman de vries, Groningen 1980

105 Pelsers 1998, p.21

106 vgl. Jörg-Heiko Bruns in herman de vries - aus der wirklichkeit, Ulm 1998 p.103-110

107 de Boer 1998, p. 18, p. 20

108 Pelsers 1998, p.19

109 Afbeelding overgenomen uit De Boer 1998, p.43

110 Michael Fehr 1992 in Daidalos 46

111 De Boer 1998, p.10

112 vgl. Florian Matzner ed. Public Art - Kunst im Öffentlichen Raum (Cantz Verlag) p. 124

113 de vries doet zijn voorstel in samenwerking met Ewerdt Hilgemann voor een op elkaar aansluitend natuur/cultuurproject. Hilgemann stelde voor een kavel in te richten als cultuurlandschap door er een rechthoekig raster van sloten in aan te brengen: ' De Vries sloot bij dit idee aan, en stelde voor een even grote, aangrenzende kavel tot natuurgebied te laten ontwikkelen door elke menselijke beïnvloeding achterwege te laten. ...' Lörzing, 1986, p. 66

114 de vries in Sculpture Projects in Münster 1997, p 432

115 vgl. Spaid, 2002 (catalogus Ecovention), p. 28,; en Bartelsheim, 2001, p. 42 noot 115, p.78 noot 143: Vries' Konzept ist einigen Projekten von Hans Haacke und Alan Sonfist verwandt, die andere Akzente setzen, aber ebenso in de Nähe ökologischer Erneuerungsprojecte anzusiedeln sind.

116 Spaid 2002 (catalogus Ecovention), p. 89-90; en Grande, 2004, p. 174

117 Spaid 2002, p.28

118 website stichting Stroom, kunstbemiddelingsbureau in Den Haag

119 de vries maakt, in de jaren 60 en 70, series werken waarin kleuren volgens toevalsordening binnen een kwadratisch verdeelde structuur geplaatst worden. Hij komt daarbij tot de conclusie dat dergelijke toevalsordeningen, mits verdeeld over voldoende vakken, altijd een esthetisch beeld opleveren: de resultaten bleken aanvaardbaar te zijn als kunstwerken. als de composities groot genoeg waren waren ze allemaal even goed. dit verschijnsel trad op vanaf 20 tot 30 vakken. (watergoed p. 19)

120 Govert Grosveld: Herman de Vries en het ontwerp voor een nieuw natuurgebied in Open Landschap, Nr.4, 2003. Govert Grosveld is projectcoördinator bij de Stichting Kunst Openbare Ruimte (voorheen Praktijkbureau beeldende kunstopdrachten)

121 de vries in watergoed, p. 19

122 NB: rietteelt wekt associaties met actieve landbouw, als regel is er echter geen sprake van teelt in die zin (zaaien/of planten, het gewas verzorgen, oogsten), maar wordt het riet geoogst uit natuurlijk gevormde opstanden

123 herman de vries, to be, 1995, p. 158

124 herman de vries, to be, 1995, p.136-9

125 herman de vries, to be, 1995, p.136-9

126 vgl. Michael Fehr in Daidalos, 1992 nr. 46 - p. 34-39

127 verspreiding via vogels vindt o.m. plaats door zaden in de ontlasting, en zaden die zich aan het verenkleed hechten; aanklevende zaden worden ook door andere dieren verspreid

128 zowel Le Roy als de vries bedienen zich van dit botanisch jargon

129 opvolging door verdringing

130 de vries, watergoed, p.7