Dit onderzoek is vooral gericht op grootschalige en duurzame kunstwerken in de open ruimte waarbij gebruik wordt gemaakt van ecologische dynamiek. watergoed van herman de vries vormde het startpunt, een dergelijk -honderden hectaren groot- ecologisch kunstwerk geeft een nieuwe dimensie aan de landschapskunst en aan ons landschap. Met het, er naast geplaatste, werk van Le Roy was ik bekend. Toch was het oeuvre van Le Roy, gezien in de context van de ecologische kunst, een verrassing voor me. Le Roy loopt als eenling ver voor de muziek uit: zijn concepten, destijds ongehoord, lijken een blauwdruk voor patronen die zich later in de ecologische kunst tot gemeengoed zullen ontwikkelen.
watergoed en de projecten van Le Roy hebben met elkaar gemeen dat het omvangrijke, in de open ruimte gesitueerde, werken zijn: het zijn projecten waarin een visie op onze omgeving, het landschap140, tot uitdrukking komt.
Kunstenaars verwerven in toenemende mate invloed bij de herwaardering van onze omgeving, zowel in landelijk als (ver)stedelijk(t) gebied. In Nederland wordt de betrokkenheid van kunstenaars bij vraagstukken rondom de inrichting van het landschap - onder de noemer 'culturele planologie'- door de overheid gestimuleerd 141. Door deelname aan de ontwikkeling van het landschap is de rol van de kunstenaar veranderd, en is zijn werkgebied nagenoeg onbegrensd: ecologische landschapskunst is op vrijwel elke lokatie te rechtvaardigen, en kent qua maatvoering geen beperkingen.
Het palet van mogelijkheden binnen de ecologische kunst is in belangrijke mate ontleend aan de avant-gardistische stromingen uit de jaren zestig en zeventig zoals Zero, Fluxus, minimalisme, conceptualisme en land-art. Deze stromingen hebben de kunst bevrijd van haar ketenen, zowel in materieel als in ruimtelijk opzicht: vanaf de jaren zestig is iets kunst, omdat de kunstenaar dat zegt: alles kan, zowel materieel als immaterieel, tot kunst benoemd worden. Die verwerving van volstrekte vrijheid gaat samen met de exploratie van andere uitingsvormen en materialen: met de aanvaarding van (voorwerpen uit) de werkelijkheid als kunst, doen ook voorwerpen uit de natuur (en de natuur zelf) intrede in de kunst. In de jaren zestig houden verschillende kunstenaars zich bezig met groeiprocessen. Haacke zegt in 1965 in een statement '...etwas machen, das Erfahrungen und Erlebnisse hat, das auf seine Umwelt reagiert, sich verändert, unsolide ist...'. 142
Het verschil in benadering en in de toepassing van groen door ecologisch denkende kunstenaars ten opzichte van conventionele toepassing van levend materiaal, zoals in de tuin- en landschapsarchi-tectuur, ligt vooral in de beklemtoning van proces en samenhang, en in de toekenning van intrinsieke waarde aan planten en hun gemeenschappen.
Er treedt een verschuiving op van vakman-kunstenaar naar sjamaan-kunstenaar. Deze trend, Beuys kan in dit opzicht gelden als rolmodel, is vooral zichtbaar bij performances en in conceptuele kunst; ook Le Roy (wanneer hij opgaat in zijn rol als wilde tuinman) en de vries vertonen in hun optreden sjamanistische trekken. De kunstenaar als raadsman en verzoener, als verklaarder van tekens, als provocateur. Filosofische onderbouwing van dit sjamaanmodel, dat de kunstenaar verklaart als doorgeefluik van mystieke waarheden, kan worden gevonden in de theorieën van Martin Heidegger143.
De ecologisch kunstenaar is, als middelaar tussen mens en natuur, ook bemiddelaar tussen wetenschap en mystiek. De kloof tussen kunst en wetenschap vervaagt: met het conceptueel worden van de kunst doet ook filosofie haar intrede; de onderbouwing van het concept neemt een steeds belangrijker plaats in. Vooral in de ecologische kunst is sprake van filosofische concepten: onze relatie met natuur is een fundamentele zijnsbepaling. Daarbij is ecologische kunst ideëel: kunstenaars dragen concepten aan die moeten bijdragen tot een betere wereld; het landschap staat model voor die wereld, die spiegel is van onze gedragingen.
Planten
Het materiaalgebruik speelt in de ecologische kunst een cruciale rol: levende organische materie [veelal kortweg samengevat als planten144] wordt niet alleen gebruikt als medium, maar is ook boodschap en onderwerp. Sonfist ondervond bij de presentatie van het concept voor Time landscape (een reconstructie van de pre-koloniale houtige flora in Manhattan, New York) in de jaren zestig structurele tegenwerking vanwege de ongekendheid van het materiaal: When I first proposed this project to the National Endowment for the Arts, it was the time of Minimalism and Corten steel. Ironically, it was artists on the panel who opposed it - one called me and said how embarrassed he was for me. Now it's a whole genre. But at the time, planting - which I thought was an absolute necessity - was not considered part of a so-called art vocabulary.145 In zijn Time landscape's [er zijn meerdere gevolgd] gebruikt Sonfist planten als een presentatie van een verleden werkelijkheid, als pars pro toto voor authentieke samenhang (een door tijd gevormde lokale gemeenschap van planten), en als katalysator in de actuele werkelijkheid.
Met het gebruik van levende materialen als medium en onderwerp in de ecologische kunst treedt een verandering op in de interpretatie van deze materialen. Het begrip natuur wordt anders opgevat: natuur wordt niet langer geponeerd als tegenstelling van cultuur, maar wordt opgevat als een complex van processen, waarvan wij zelf ook onderdeel zijn. De omslag van het begrip van natuur als onvoorspelbare macht en abstracte tegenstander naar dat van de natuur die we zelf zijn, lijkt bij de interpretatie van ecologische kunstuitingen kenmerkend. 146
Planten [flora] kunnen binnen deze opvatting worden begrepen als symbool voor de organische dynamiek, en als symbool voor de complexiteit van de, in onderlinge afhankelijkheid levende, gemeenschappen van organismen. Planten, in het algemeen en een aantal soorten specifiek, zijn dan symbool voor vruchtbaarheid; - voor het vermogen tot overleven; - voor de kringloop van de seizoenen; en voor het vermogen tot regeneratie. Eetbare gewassen fungeren als icoon voor voedsel, zoals granen147 dat kunnen zijn voor continuïteit en voorspoed, en fruitgewassen voor overvloed148.
Individuele plantensoorten zijn al vanaf onze vroegste culturen symbool voor alle mogelijke concrete of mystieke eigenschappen149. Deze betekenisgeving vindt zijn oorsprong doorgaans in de eigenschappen van de plant, of op grond van visuele associaties. De macht van planten over de geest of , anders geïnterpreteerd, het vermogen van planten andere (belevings-)werelden te ontsluiten, heeft voor krachtige, vaak als magisch begrepen, symbolen gezorg150. Ook de boom (botanisch gezien een houtige plant) is van oudsher een krachtig symbool. Heilige bomen zijn een verschijnsel dat in de meest uiteenlopende culturen is gevonden; de interpretatie als levensboom; de interpretatie van de boom als klassiek bouwmodel151 , en het planten van bomen ter gelegenheid van een geboorte of een andere memorabele gebeurtenis, zijn exponenten van interpretaties die hun geldigheid niet verloren hebben.
Nieuw is de iconologische betekenis van het samenhangende begrip bos. Bos (véél bomen) is een hedendaags symbool voor natuur en natuurbehoud geworden. Bossen zijn in het dagelijkse spraakgebruik de groene longen van de wereld, bossen reinigen de lucht en zetten schadelijke stoffen om in zuurstof en waardevolle materialen. Het aanplanten van een bos, - liefst door kinderen en met aanwezigheid van notabelen - als zinnebeeldige aanzet tot een schonere en gezonde toekomst, is een algemeen begrepen maatschappelijk ritueel dat zich in de westerse maatschappij jaarlijks in een eindeloze reeks varianten voltrekt. Boomplanten is ook een demonstratief ritueel van milieuactivisten: in het, als actiemiddel aangeplante, bulderbos bij luchthaven Schiphol vertegenwoordigen bomen de autonome rechten van natuur en het noodzakelijk tegenwicht ten opzichte van natuurbedreigende technologische expansie; in het Vlaamse Houtem zal (26 november 2005) een Vredesbos worden aangeplant. Hier worden 32.000 bomen geplant als vervanger voor de 32.000 kernwapens, die volgens de actievoerders van deze wereld moeten verdwijnen152.
De iconologische betekenis van individuele plantensoorten is binnen verschillende culturen (op nationaal en godsdienstig niveau, van verschillende vakgebieden, urbaan of ruraal) zéér uiteenlopend. De kunstenaar heeft bij dit alles vrij spel: hij gebruikt de taal (symboliek, interpretaties) zoals dat hem goeddunkt, en vaak is er sprake van een autonoom ontwikkelde symboliek. Bij interpretatie van levende planten in -/of als een kunstwerk dient ook rekening gehouden te worden met waarnemingen door tast (fysiek contact), reuk en gehoor.
Behalve de betekenisgeving aan planten, wordt ook betekenis toegekend aan de plaats waar de planten groeien - en andere gebeurtenissen plaats vinden - : het landschap. In de ecologische landschapskunst is het (cultuur-)landschap, evenals planten, medium en onderwerp tegelijk.
Ecologische ruimtelijke kunstprojecten van enige omvang kunnen gelezen worden als landschap. Het landschap is in ons dagelijks leven de omgeving waar we ons van bewust zijn. In bredere zin wordt het landschap tegenwoordig vooral gezien als grondoppervlak, dat plaats biedt aan faciliteiten zoals wonen, industrie, verkeer, voedselproductie, grondstofwinning, recreatie en natuur. Landschappen laten een geologische werkelijkheid zien die ons een andere plaats in de tijd geeft, dan de werkelijkheid van de actuele cultuur; landschappen vertellen over natuur en tijd en over onze plaats daarin.
De iconologie van het landschap (de manier waarop wij het landschap lezen) is in historisch perspectief te herleiden in de literatuur en de schilderkunst153. De ontmythologisering van het landschap door de invloed van wetenschap en techniek, door de expansie van de steden, door het verdwijnen van de traditionele agrarische plattelandsgemeenschappen en door de opkomst van het toerisme, heeft het karakter van het landschap ingrijpend veranderd, en onze manier van kijken is meeveranderd. Wij zien niet langer een mystiek geheel, maar we zien de afzonderlijke objecten en kennen hun specificaties.
Ook de aarde als geheel heeft door de wetenschap haar mystiek als entiteit verloren. Filosoof Ton Lemaire zegt hierover: De geografie kon pas als wetenschap ontstaan doordat het geocentrisme werd overwonnen. Men moest eerst in gedachten de aarde verlaten en haar als perifere planeet herkend hebben om zich te kunnen wijden aan het empirisch onderzoek van haar uiterlijk voorkomen. Deze vaststelling leidt Lemaire tot de conclusie dat geografie een vorm van 'geo-dicee' is, een (zelf-)rechtvaardiging van de aarde. Waar in het christelijk wereldbeeld God een theodicee behoefde, zegt Lemaire, is het in de moderne tijd meer en meer de aarde zelf, die autonoom wordend, op zoek is naar zelfrechtvaardiging.154 Datzelfde streven naar (zelf)rechtvaardiging is terug te vinden in de ontwikkeling van de ecologische kunst.
In de ecologische kunst lijkt zich een nieuwe symbooltaal te ontwikkelen. Kunstenaars onderzoeken de ritualiteit van het landschap en van onze wereld om tot een nieuwe consensus te komen, waarbij de intrinsieke waarde van natuur een nieuwe (hernieuwde) betekenis krijgt; het holistisch model155 - letterlijk of naar ratio opgevat - lijkt hierin centraal te staan.
In de ecologische kunst is een neiging waarneembaar om geplande esthetiek te verwerpen [hierbij verwijzend naar de standpunten van Le Roy en de vries] omdat dit de vrije expressie van natuurlijke processen zou belemmeren. Die weerstand tegen geplande esthetiek is ook herkenbaar binnen de subculturen van ecologisch bewuste alternatieve stromingen buiten de kunst.
Maar lang niet alle kunstenaars delen deze houding, Patricia Johanson toont zich met haar sculpturen in Fair Park Lagoon (1981-1986 Dallas, Texas) voorstander van nagestreefde esthetische kwaliteiten: The sculpture [organisch gevormde, beloopbare sculptuur langs en door de lagoon die de bezoeker naar en door verschillende belevingselementen voert] is a strategy for people to see nature, zo is haar overtuiging; Sonfist zegt I have a formal training as an artist: I don't seperate it out. There's a lot of aesthetic interpretation in creating these [ecological] zones.156
De discussie in hoeverre de uitleg van de kunstenaar bepalend mag zijn voor de interpretatie van een werk, lijkt bij ecologische landschapskunst actueler dan ooit. De kloof, tussen datgene wat de niet-geïnformeerde toeschouwer ziet en ervaart, en datgene wat de kunstenaar tot uitdrukking heeft willen brengen, lijkt vaak onoverbrugbaar. Een dergelijke discrepantie is binnen het -per definitie elitaire- kunstcicuit een aanvaard fenomeen: natuurlijk dient men over voldoende bagage te beschikken om beeldende kunst te kunnen appreciëren; dat geldt evenzeer voor andere disciplines (muziek, dans, literatuur). Veel eigentijdse kunstuitingen zijn voor het gemiddeld publiek, dat géén breed cultureel canon kent, zonder uitleg ontoegankelijk. Bij ecologische kunst, die zich veelal richt tot een zo breed mogelijk publiek, lijkt deze afstand ongewenst. Desalniettemin is de verklaring van de kunstenaar als regel bepalend voor de betekenisgeving van het werk, en blijft het publiek -vooral bij werken in de openbare ruimte- veelal van die uitleg verstoken. Dat lijkt me, zolang zich geen algemeen begrepen iconologie heeft afgetekend, een dilemma.
Dit dilemma komt vooral bij werken in de woonomgeving aan het licht. Zonder consensus met de omgeving blijkt levend materiaal veelal kwetsbaar, en een vandaalbestendige toepassing laat zich lang niet altijd rijmen met de dialoog met de natuur die de kunstenaar voorstaat. Wanneer het gaat over effectiviteit - ecologische kunst wil immers aanzetten tot verandering - lijkt een brede publieksappreciatie niet in alle gevallen even relevant. Ecologische kunst is vooral conceptueel van aard en ontleent in veel gevallen haar bestaansrecht meer aan de academisch gevoerde discours, dan aan de fysieke resultaten van het gepraktiseerde concept.
De verzoening van wetenschap met natuur lijkt, na de verzoening van kunst en wetenschap (een proces dat zich binnen de ecologische kunst volop in gang lijkt te hebben gezet), de meest urgente missie voor de ecologisch denkende kunstenaar. De natuur, inmiddels ontleed en gemanipuleerd tot op nanoniveau, behoeft, als zodanig begrepen, nieuwe betekenistoekenning. Cultusvorming, waarbij natuurlijke processen - in harmonie met bestaande kennis - ritueel worden opgevat, lijkt noodzakelijk voor de vorming van een nieuw en duurzaam waardestelsel. Deze ontwikkeling wordt ook - in breder verband - gesignaleerd door Matthijs Schouten in zijn overzichtswerk Spiegel van de Natuur - Het natuurbeeld in cultuurhistorisch perspectief : ...In de laatste decennia van de twintigste eeuw ontstond er, mede als gevolg van de toenemende achteruitgang van natuur en milieu, een sterke opleving van op de natuur gerichte filosofische en spirituele stromingen. Langzaam lijkt zich in allerlei kringen zelfs een moderne ecologische spiritualiteit te ontwikkelen. Daarbij wordt dankbaar gebruik gemaakt van het gedachtegoed van niet-westerse culturen.157
Het gebruik van levende planten als medium of als boodschap vraagt daarbij specifieke kennis en zorg. De kunstenaar moet niet alleen kennis hebben van zijn levende materiaal, maar ook van de omstandigheden waarin dit materiaal gedijt. Planten kunnen weliswaar aangewend worden als drager van een abstracte boodschap, maar naast de betekenissen die ze toegewezen krijgen, hebben planten ook een autonoom eisenpakket. Wanneer de groeiomstandigheden (zuurgraad, hygroscopiteit en doorwortelbaarheid van de bodem; nutriënten; grondwaterstand; lichtomstandigheden en mate van beschutting) onvoldoende in overeenstemming zijn met de eisen die de aan te planten soorten stellen, komen er tal van complicaties in zicht die de boodschap en de beleving van het werk kunnen doorkruisen. Binnen een respectvolle benadering van levend materiaal past een zorgplicht: de kunstenaar dient zorg te dragen voor een constellatie van condities die het gebruikte materiaal (existentieel) rechtvaardigt.
Het landschap
De relatie mens - natuur weerspiegelt zich in het leefgebied van de mens, het landschap. Het landschap is een elementair gegeven, de kwaliteit van het landschap bepaalt de kwaliteit van leven.
Ik denk dat je kunt stellen dat ecologische kunst zich altijd - direct of indirect - op het landschap (datgene wat we uiteindelijk beleven, waar je in bent) projecteert; de bijdrage van ecologische kunstenaars aan de totstandkoming van nieuwe landschapsconcepten, is vooral een bijdrage tot een andere zienswijze en tot een ander waardestelsel. Bijdragen van kunstenaars aan het landschap zijn vooral gericht op de beleving ervan, op de intrinsieke positionering van datgene wat in het landschap leeft en is.
Invloed
De rol van de kunstenaar bij de totstandkoming van een nieuwe, op ecologische duurzaamheid gerichte, landschapsvisie is inmiddels bevestigd met tal van projecten. Met betrekking tot de doelmatigheid -het daadwerkelijk beïnvloeden van de maatschappelijke houding ten opzichte van natuur en milieu- lijkt er invloed aan ecologische kunst toe te kennen. Die maatschappelijke invloed is lang niet altijd aantoonbaar, maar er zijn aansprekende voorbeelden: de wilde tuinen van Le Roy zijn aansprekend voor een breed publiek en het concept is massaal nagevolgd; ook de invloed van Time Landscape van Sonfist lijkt aantoonbaar, hoewel die invloed zich vooral heeft doen gelden in vakkringen (groenbeheerders, landschapsarchitecten). Meestal is de maatschappelijke invloed van de kunstenaar meer amorf, of indirect.
Beuys verwerft zich als mediageniek kunstenaar grote publieke bekendheid, en is als kunstenaar een van de eerste milieuactivisten. Beuys wijst al zeer vroeg op de waarde van 'wetlands' (Bog-action, 1971); speelt in Duitsland een rol bij de oprichting van een milieugeoriënteerde politieke partij (die Grünen), en verheft het planten van bomen tot kunst (7000 eiken en latere hieraan gerelateerde projecten). Beuys introduceert het sociale kunstwerk, een van de pijlers van de ecologische kunst.
Ook Hans Haacke heeft grote invloed op de ontwikkeling binnen de ecologische kunst. Haacke zet water als elementair medium op de kaart, en vestigt aandacht op de rol van planten bij de zuivering van water: ' Haacke's Rhinewater Purification Plant (1972) stands as the historical precedent for artists like Betsy Beaumont, Jackie Brookner, Tim Collins, Betsy Damon, Reiko Goto, Basia Irland, Stacy Levy, Ocean Earth, Aviva Rahmani, and Buster Simpson, whose art concerns water quality. ...'158
Betsy Damon maakt/initeert grootschalige landschapswerken waarin water de hoofdrol speelt. Living Water Garden (1995-1998) in Chengdu (China) is waarschijnlijk haar meest besproken project. Ondanks het opvallende esthetisch ontwerp van Living Water Garden is het een conceptueel werk. Het handschrift voor de vormgeving is voor Damon van ondergeschikt belang: I pointed out that because I was there did not necessarily mean they would be acquiring a so-called Western design. I would be helping them figure out how to organize these technologies within the framework of their own landscape architecture, and the design development is something I think they should be very proud of. 159
De Harrisons (Newton Harrison en Helen Mayer) introduceren ecologische planologie als kunst, en ook bij de Harrisons is water een elementaire factor. Naast tal van experimentele projecten waarin water een rol speelt, hanteren ze waterscheiding en stroomgebied als bepaling van eenheid voor gebieden die ze behandelen. De grote planologische proposals van de Harrisons zijn vooral bedoeld om de publieke discussie te activeren en om de verschillende disciplines, waarmee de Harrisons zich verstaan om tot hun concepten te komen, met elkaar in contact te brengen. Met dergelijke landschapsvoorstellen waarin voor een omvangrijk gebied een ecologische blauwdruk wordt ontwikkeld, effenen de Harrisons het pad voor daadwerkelijke inbreng.
Patricia Johanson werk is een goed voorbeeld van publieksvriendelijke ecologische landschapskunst: In 1969, she originated plans for water gardens (made from flood bassins, dams, reservoirs, and drainage systems), ecology gardens, ocean-water gardens, dew ponds, municipal water-garden lakes and highway gardens, even though she had no particular clients in mind. “My idea was to take things that are engineered and built, and transform them into fountains and gardens.” This thinking paved the way for an entirely new approach to integrating nature and the urban infrastructure.160 Johanson gaat uit van menselijk gebruik en verzoent dit met natuurlijke gemeenschappen: to combine aesthetics with a public landscape that is life supporting but not anthropocentric, proposing art, man, and nature as parts of a unified whole.161 Ook voor Johanson is water een belangrijk element, zij maakt waterrijke landschappen voor mens en dier, waarin naast uitgebreide aandacht voor menselijke gebruiks- en belevingsmogelijkheden ook verschillende biotooptypen voor andersoortig leven gedetailleerd zijn uitgewerkt.
Bovenstaande -uiterst beknopte- opsomming geeft een indruk van de rol die ecologische kunstenaars spelen bij ontwikkelingen die moeten leiden tot duurzame landschapsopvattingen. Ecologische landschapskunst is kunst die bemiddelt tussen mens en natuur: een bemiddeling die in toenemende mate noodzakelijk lijkt. Met dit onderzoek heb ik een algemene schets gegeven van de ecologische kunst, en een gedetailleerder inzicht in het werk, en de benadering van organische materie, van twee specifieke kunstenaars. Daarmee is het gebied slechts beperkt in beeld gebracht. Nader onderzoek naar de reikwijdte en effecten van ecologische kunst, zowel in kunsthistorisch als in filosofisch perspectief, lijkt - gezien de omvang en het belang van deze stroming - meer dan wenselijk.
140 Ik maak bij mijn interpretatie van 'landschap' géén onderscheid tussen het rurale en urbane landschap
141 vgl. Liesbeth Melis, Redactioneel in Open Landschap (uitg. van Stichting Kunst en Openbare Ruimte), Nr. 4 - 2003
142 vgl. Bartelsheim 2001 p.30
143 vlg. Heidegger, Der Ursprung des Kunstwerkes, 1978
144 Ik gebruik de term planten in de algemene biologische opvatting, dus inclusief bomen; vgl. plantenrijk, flora
145 Robin Cembalest The Ecological Art Explosion in Allocations (1992) p. 107 - 206, citaat p. 191
146 Dit eenheids-begrip vinden we ook terug in de boeddhistische grondhouding en in het holisme (biologisch-filosofische theorie die de levensverschijnselen bepaald acht door de totaliteit van het levende, die meer is dan de som van de onderdelen), dat hier sterk op lijkt te leunen.
147 vgl. de toepassing door Denes in Wheatfield a confrontation afb. bijlage p. 4
148 zoals in de, uitstulpend met bloemen en fruit gevulde, Hoorn des Overvloeds. Zie ook Matilde Battistini, 2002, vert. 2004: Symbolen en allegorieën; James Hall, 1974: Dictionary of Subjects and Symbols in Art
149 Een goed overzicht biedt het werk The Power of Plants (1977, Ned. editie De macht van planten, 1978 bij Agon Elsevier) van Brendan Lehane. Lehane geeft een uitvoerig verslag (niet wetenschappelijk geannoteerd, maar wel adequaat voorzien van registers en illustratieverantwoording) van de rol die planten in verschillende culturen spelen, en van het gebruik en de betekenistoekenning ervan.
150 Het vijfvingerige Cannabisblad, waarmee de geestverruimende handelswaar van de Coffeeshops wordt gecommuniceerd, is waarschijnlijk het meest gekende eigentijdse symbool; afbeeldingen van de slaapbol (Papaver somniferum) en de vliegenzwam (Amanita muscaria) zijn bekende sjamanistische symbolen voor hallucinogene planten en hun macht over de geest. Vgl. Lehane
151 Die Architecturgeschichte liefert zahlreiche Beispiele von Entstehungstheorien, die den Baum als Keimzelle von Architectur schlechthin begreifen... Bartelsheim 2001 p.119; vlg. Lehane 1978 p.233
152 Platform van Vlaamse Vredesorganisaties, de Nederlandstalige Vrouwenraad, Vredesstad Ieper, Bos voor Vlaanderen en de Bond Beter Leefmilieu (meer informatie bij Voor Moeder Aarde vzw.). Uit: Z O Z - Tijdschrift voor doen-denkers, nov./dec. 2005 van de stichting Omslag (Werkplaats voor Duurzame Ontwikkeling) te Eindhoven.
153 vgl. Schouten 2005: Spiegel van de natuur - Het natuurbeeld in cultuurhistorisch perspectief
154 Ton Lemaire - De filosofie van het landschap, Bilthoven, 1970
155 als filosofisch en spiritueel concept dat uitgaat van het eenheidsbeginsel
156 Robin Cembalest The Ecological Art Explosion in Allocations (1992) p. 194
157 Schouten 2005, p.244
158 Spaid 2002 p.31
159 Betsy Damon in Spaid 2002
160 Spaid 2002, p.65
161 geciteerd uit Bartelsheim 2001 p.157